algemeen hoofdredacteur

Dat 'vrekkig' Nederland harde hervormingen van Italië en Spanje eist als voorwaarde voor steun, is zinnig. Europese coronasolidariteit moet er komen, maar niet blind.

Met mondkapjes op, op anderhalve meter en sherpa's in een aparte ruimte zoeken de Europese regeringsleiders dit weekend een consensus over 1.800 miljard euro: 750 miljard voor een coronaherstelfonds en ruim 1.000 miljard voor de zevenjarige 'klassieke' Europese meerjarenbegroting. Dat verloopt niet zonder slag of stoot.

Een van de protagonisten is niet onze Europees kleur- en machteloze Charles Michel, maar zijn Nederlandse liberale 'broeder' Mark Rutte. Die kant zich als aanvoerder van de 'vrekkige vier' (Nederland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk) tegen het Europese coronaherstelfonds als loutere subsidie aan de zuiderse landen. Hij wil op zijn minst dat Italië en Spanje harde en afdwingbare arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen doorvoeren in ruil voor de steun. Die miljarden mogen geen subsidie-infuus zijn, de leningen, of een deel ervan, moeten worden terugbetaald. 'Ik zal knokken tot ik erbij neerval', zei de Nederlandse premier daarover.

Belgische politici hadden er beter aan gedaan Nederland iets meer als gidsland te nemen voor begroting, economisch beleid, arbeidsmarkt, pensioenen en goed bestuur tout court.

De manier waarop de Nederlanders in de aanloop naar deze top communiceren, is vrij brutaal. Het lijkt alsof ze de grootste rijke, egoïstische vrekken zijn die Italië en Spanje liever laten stikken dan te helpen de economische coronarampspoed te bestrijden. Die rampspoed komt er door een virus dat niemands schuld was.

De logica van een eengemaakt Europa is dat het grote geheel de lidstaten die kampen met de grootste problemen te hulp schiet. Ook uit welbegrepen eigenbelang. Zo komen niet alleen die landen maar de hele Europese markt er sneller bovenop. Rijke landen die nettobetalers zijn aan de Europese Unie halen nog altijd vele keren meer voordeel uit hun deelname aan de interne Europese markt dan hun bijdrage aan de Europese begroting groot is. Ook België is in dat geval. Een arm Zuid-Europa kost ook bij ons groei en banen.

Hoekig

Geeft het dan wel pas dat Nederland zich zo hoekig opstelt? Wie door de brutale communicatie van Rutte en zijn minister van Financiën Wopke Hoekstra kijkt - die is bedoeld voor intern Nederlands gebruik in de aanloop naar verkiezingen volgend jaar -, ziet dat Nederland solidariteit met de Zuid-Europese lidstaten niet uitsluit. Solidair is Den Haag het voorbije decennium constant geweest. Maar geen ongedekte cheque.

'Die landen zitten in hele grote problemen. Maar wij ook. We gaan een forse krimp tegemoet en zullen er meer dan een jaar over doen om te herstellen', zegt Rutte. 'Solidair willen we zijn. Maar je mag je wel de vraag stellen: hoe komt het dat wij dit zelf kunnen opvangen en zij niet?'

Hij heeft een punt. Italië en Spanje zijn economisch en budgettair zo kwetsbaar omdat hervormingen maar uitblijven. In volle recessie is het niet het moment om de strop nog meer aan te halen. Maar het is niet onredelijk de hervormingen voor de toekomst zo hard mogelijk vast te spijkeren.

Want om één ding kunnen we niet heen: het geld is op en alles wat extra gecreëerd wordt, moet ooit worden terugbetaald. 'Het zijn niet de lidstaten die terugbetalen, het is Europa zelf', haalt vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) aan. Hij denkt aan belastingen op grote techspelers van buiten Europa. Een goed denkspoor. Alleen zal dat lang niet de hele rekening betalen. Uiteindelijk is 'Europa zelf' de Europese burger of diens kinderen.

In dat opzicht moeten Belgische politici Nederland de les niet spellen over zijn Europese houding. Wij gaan naar een tekort van 52 miljard euro op de begroting en een schuldenberg die ons naar de Europese achterhoede katapulteert. Onze politici hadden er beter aan gedaan Nederland wat meer als gidsland te nemen voor begroting, economisch beleid, arbeidsmarkt, pensioenen en goed bestuur tout court.

Lees verder

Gesponsorde inhoud