No future

Vergeet links-rechts. Vergeet politieke tegenstellingen. Eén prioriteit is er voor deze en de volgende regeringen, van welke kleur ook: de vergrijzing mag de toekomst van de jongeren niet helemaal hypothekeren.

Voor de elfde keer al publiceerde de studiecommissie Vergrijzing gisteren haar vooruitzichten over de kosten van de veroudering voor onze ziekteverzekering en pensioenen. Deze keer klinkt de alarmbel nog luider dan tevoren: de pensioenfactuur blijft explosief stijgen en er is amper of geen buffer voor de jongere generaties.

Wie de rapporten naast elkaar legt, merkt hoe de waarschuwingen in al die jaren almaar erger geworden zijn. Telkens kwam de commissie met onderbouwde prognoses. Telkens was de conclusie: actie is nú nodig, we moeten de vergrijzing nú voorbereiden. Telkens was de commissie een roeper in de woestijn. De opeenvolgende premiers en ministers van Pensioenen maakten spaarprogramma’s, generatiepacten, zilverfondsen, groen- en witboeken over de pensioenen, maar het draaide allemaal uit op peanuts.

Ruim twintig jaar na de eerste waarschuwingen over de vergrijzing - van Jean-Luc Dehaene (CD&V) en Freddy Willockx (sp.a) - is de boude vaststelling dat we simpelweg niet voorbereid zijn op de stijgende pensioen- en gezondheidsuitgaven. We hebben niets gespaard.

Deze regering is de eerste die een echte stap heeft gezet naar langer werken. In een week tijd joeg minister Vincent Van Quickenborne (Open VLD) er in de kerst¬periode vorig jaar een hele hervorming door. Het is het beste dat deze regering totnogtoe gedaan heeft.

En toch is ook dat veel en veel te weinig: de maatregelen die toen werden genomen om langer te werken, verzachten de vergrijzingsfactuur met amper 0,4 procent van het bruto binnenlands product. Een twintigste van wat nodig is. Een druppel op een hete plaat, maar wel al een druppel.

De tijd is voorbij dat de werkgevers en de werknemers alleen naar de regering kunnen kijken voor de pensioenen. Langer werken vergt het opgeven van heilige huisjes voor de vakbonden (brugpensioen) én voor de werkgevers. Die hebben ondanks alle grote theoretische principes over langer werken nog altijd een veel te grote drempelvrees om vijftigplussers aan te werven.

Eigenlijk weet iedereen drommels goed wat er moet gebeuren om de vergrijzing nog min of meer te kunnen opvangen - ook al is het nu al zeker dat de jongere generatie het op veel vlakken met minder zal moeten doen. Meer economische groei creëren, minder lasten op arbeid, meer mensen aan het werk en mensen ook langer aan het werk. Daar moeten we nu mee beginnen, de babyboomers op kop.

Die generatie zal gemiddeld 60.000 euro meer krijgen van ons sociaal systeem dan dat ze eraan zal hebben bijgedragen. De 20’ers, 30’ers en 40’ers zullen 60.000 euro meer bijdragen dan dat ze mogen verwachten. Als babyboomers niet zelf snel de knik naar langer werken maken, zal de jongere generatie het voor hen moeten doen, en wel veel minder zacht dan tot nu het geval was. Wie kan het hen kwalijk nemen? Zonder toekomstperspectief kan niemand hen verplichten ten eeuwigen dage solidair te zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud