Octrooibescherming kost in EU te veel geld

Hoogontwikkelde regio's met hoge loonkosten, zoals Vlaanderen, moeten het steeds meer hebben van innovatie om te concurreren en te overleven. Innovatie wil zeggen uitvindingen van nieuwe producten. Die uitvindingen moeten zoveel mogelijk beschermd worden, zodat het bedrijf een uniek voordeel krijgt, liefst in een zo groot mogelijke regio.

(tijd) Hier wringt het schoentje, want van een echt Europees octrooi is nog altijd geen sprake. Het Europees octrooibureau in München verleent enkel een bundel nationale octrooien. Dat kost vooral veel geld. De aanvraag en de vertaling in diverse talen voor de verschillende EU-landen voor een periode van 20 jaar is veel duurder dan in de VS of in Japan. Marktspecialisten berekenden dat een octrooi in vijf Europese landen gedurende 20 jaar 47.300 euro kost. In de Verenigde Staten is dat 8.100 euro of een vijfde. In Japan kost zo'n octrooi 12.200 euro of een vierde van de Europese prijs.

En ook de verdediging van octrooien kost handenvol geld, omdat het in principe nog altijd om nationale octrooien gaat. Nationale rechters en het bedrijfsleven hebben elkaar wel gevonden. Als in één land een inbreuk op een octrooi werd vastgesteld, werden grensoverschrijdende verboden ingesteld. Juridisch hield die praktijk steek, omdat bedrijven nu eenmaal Europees opereren en het in elk land om eenzelfde inbreuk gaat. Voor de getroffen bedrijven was die regeling handig en goedkoop, omdat ze maar in één land een procedure moesten opstarten. Aan die rechtspraktijk maakte het Europees Hof echter onlangs een einde, zodat het getroffen bedrijf nu bij een inbreuk in elk land moet gaan procederen. Dat is ongetwijfeld een stap terug in de Europese gedachte. Het ondermijnt ook het Europese concurrentievermogen tegenover de Amerikaanse en Japanse bedrijven.

De Europese leiders en in hun spoor alle nationale en regionale ministers van Economie houden niet op innovatie hoog in het vaandel te voeren. Dat kan door de patentbescherming een stuk goedkoper te maken en niet door de juridische puntjes op de i te plaatsen. Ook veel Vlaamse bedrijfsleiders zoals die van UCB of van Ablynx vragen een echt Europees patent en één rechtbank om alle geschillen op te lossen met vonnissen die rechtsgeldig zijn op het hele EU-grondgebied.

Wegens de hoge kostprijs om een patent aan te vragen en de moeilijke verdediging ervan verkiezen veel bedrijven hun uitvindingen niet te beschermen. Het voordeel is dat zij hun technologie zo geheim kunnen houden, want iedereen heeft het recht octrooien in te zien. Maar zij hebben tegelijk juridisch niets in te brengen tegen namaak en lopen het gevaar bij groot succes overvleugeld te worden.

Een goedkoper Europees patent dat ook bij één Europese rechtsinstantie aangevallen of verdedigd kan worden, zou de kostenkloof met de Verenigde Staten en Japan een stuk verkleinen. Het zou de geloofwaardigheid van de Europese politici die het woord innovatie te pas en te onpas in de mond nemen, ten goede komen.

Guy VAN DEN BROEK

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud