Stefaan Michielsen

Dat centrale banken hun beleid kunnen voeren onafhankelijk van politieke druk, is een hoog goed.

Met een economische groei van 2,9 procent in 2018,  een werkloosheidsgraad van 3,8 procent – 2 procentpunt onder het historisch gemiddelde van de voorbije 70 jaar – en een beurs die tegen een recordhoogte aanschurkt, doet de Amerikaanse economie het lang niet kwaad.

Maar volgens de Amerikaanse president Donald Trump, die in superlatieven denkt en spreekt, mag het allemaal wat meer zijn. ‘De economische groei had in de buurt van de 4 procent kunnen liggen en de beurs had 5.000 tot 10.000 punten hoger kunnen staat, als de Fed haar job ernstig had gedaan’, haalde hij dit weekend uit op Twitter.

Trump wil de geschiedenisboeken in gaan als de president die de VS roem en luister bracht. Hij vindt dat de Fed, de Amerikaanse centrale bank, hem daarbij stokken in de wielen steekt. In november volgend jaar zijn er weer presidentsverkiezingen in de VS. Trump zou graag naar die verkiezingen trekken met een puik economisch rapport – it’s the economy, stupid! Hij is van oordeel dat de Fed hem daarbij niet genoeg helpt.

De Amerikaanse president zou het liefst hebben dat de Fed onder zijn directe voogdij staat, zodat hij het monetaire beleid kan dicteren. De opdracht van de centrale bank is echter te waken over de stabiliteit van de economie,  niet om Trump aan een tweede ambtstermijn te helpen.

Het aanhoudend gebeuk van Trump op de Fed lijkt overigens voor een stuk te werken. Toen de Amerikaanse centrale bank in januari dit jaar de rente niet verhoogde, in tegenstelling tot wat ze eerder in het vooruitzicht had gesteld, werd die ‘bocht’ door heel wat waarnemers gezien als een plooien voor Trump.

Draghi

De jongste uitval van Trump naar de Fed werd druk becommentarieerd op de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank zondag in Washington. Ook Mario Draghi, voorzitter van de ECB, reageerde. ‘ Ik ben zeker bezorgd over de onafhankelijkheid van de centrale bank in andere landen, in het bijzonder in de belangrijkste jurisdictie ter wereld’, zei hij.

Wat er speelt tussen de Fed en Trump zijn Draghi’s zaken niet. Hij heeft daar geen goede raad te geven. Zijn uitspraak was wellicht in de eerste plaats bedoeld voor de Europese beleidsmakers, een waarschuwing dat ze niet moeten proberen te tornen aan de onafhankelijkheid van de ECB.

Onafhankelijkheid betekent niet dat het beleid van de centrale bank niet mag worden gechallenged of bekritiseerd.

Op 31 oktober eindigt het mandaat van Draghi als voorzitter van de ECB, wie hem zal opvolgen wordt bedisseld op het hoogste niveau, tussen de Europese staatshoofden en regeringsleiders. De keuze wie het wordt bepaalt voor een stuk het beleid dat de ECB in de toekomst zal voeren.

Dat een centrale bank een grote onafhankelijkheid moet hebben, is een inzicht dat pas de voorbije 25 jaar opgang maakte.  De onafhankelijkheid waarborgt een  evenwichtig en doeltreffend monetair beleid  en maakt dat dit beleid niet kan worden misbruikt voor (partij)politieke doelstellingen op korte termijn.

De onafhankelijkheid houdt niet in dat de centrale bank compleet eigengereid kan handelen. Haar opdracht is duidelijk afgelijnd bij wet, en alle belangrijke beslissing worden genomen door een college van mensen – de raad van bestuur bij de ECB, het Federal Open Market Committee bij de Fed – zodat er checks & balances zijn.

Onafhankelijkheid betekent evenmin dat het beleid van de centrale bank niet mag worden gechallenged of bekritiseerd.  Dat moet kunnen. Door academici, door belangengroepen, en ook door politici. Maar mét argumenten. Als die zinvol zijn, zal de centrale bank daar zeker naar luisteren en ze misschien ook wel oppikken.

Maar rechtstreeks directieven krijgen van de politici en die moéten uitvoeren? Nee, dat niet. Want daar komen economische malheuren van.

Lees verder

Tijd Connect