Ondernemersdurf is er. Nu nog de omgeving

©Saskia Vanderstichele

Aan ondernemingsdurf geen gebrek in Vlaanderen, daarvan getuigt de Tijd Top 50 van durvers. De federale en de Vlaamse regering kunnen die durvers nu veel meer omarmen in plaats van ze te ontmoedigen.

Durf. Voor elke onderneming is een portie durf nodig, want geen enkel ondernemersinitiatief is zonder risico. De Tijd selecteerde 50 ondernemers, klein en groot, die de voorbije twee jaar blijk gaven van een opmerkelijke portie durf. Of het nu om gevestigde waarden gaat, zoals Luc Tack van Picanol die Tessenderlo Chemie onder zijn vleugels nam, of om starters die koppig met een totaal nieuw idee een bedrijf beginnen, ‘durf’ is de rode draad. Ook bij de winnaars van FNG, die in een bijna ten dode opgeschreven sector als textiel toch met een nieuw concept furore maakten.

Het is die durf die banen creëert, welvaart schept en belastingen genereert, waarmee we publieke diensten en sociale zorg overeind houden.

De Tijd Top 50 van durvers leest als een scheut optimisme. Toch moet die ondernemersdurf zich al te vaak ontplooien ‘ondanks’ in plaats van ‘dankzij’ de overheid.

Het aantal starters is gedaald van meer dan 80.000 in 2011 tot 74.000 vorig jaar. De voorbije twee jaar kwamen ondernemers vooral in het nieuws met alarmkreten over loonkosten, pestbelastingen of het gebrek aan respect. Deze week was er de aankondiging van de 2.500 banen die weg moeten bij Delhaize, een klap ter grootte van Opel Antwerpen.

Voor zowel de Vlaamse als de federale regering in spe moet het dan ook een absolute prioriteit zijn om die ondernemersdurf, de basis voor nieuwe jobs, meer aan te moedigen in plaats van te ontmoedigen.

Het herstel van het concurrentievermogen blijft de grootste uitdaging. Maar dat is niet genoeg. Er is ook nood aan een stabiel fiscaal en regelgevend kader. Een grote fiscale hervorming is op zijn plaats, als eenvoud en transparantie vooropstaan en het geen eufemisme is voor een verdoken belastingverhoging.

Het is niet altijd een zaak van meer geld. België hinkt bijvoorbeeld helemaal niet achterop in het toekennen van innovatiesubsidies, maar die steun is wel hopeloos inefficiënt en versnipperd.

Bovenal is er nood aan een andere sfeer. Eén minister voor Ondernemen kan helpen. Die kan economie, innovatie, ondernemingsfiscaliteit, kmo’s en administratieve vereenvoudiging onder zijn of haar hoede nemen. Voorts kan die elk regeringsvoorstel toetsen op zijn impact op het ondernemingsklimaat.

Eén man of vrouw alleen kan daarbij het verschil niet maken, maar het helpt wel om de ondernemers terug te omarmen in plaats van ze in de misplaatste hoek van de ‘1 procent egoïstische superrijken’ te duwen.

Durf!

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud