Redacteur Politiek

De overwinstrulings waren een verkeerd antwoord op een goede vraag. De hervorming van de vennootschapsbelasting was het goede antwoord.

Uiteindelijk blijkt het dan toch geen probleem dat bedrijven jarenlang in ons land een ‘overwinstruling’ konden sluiten, waardoor ze geen belastingen moesten betalen op het deel van hun winst dat ze alleen maar konden boeken dankzij de hulp van hun buitenlands moederbedrijf. Europees commissaris Margrethe Vestager trok in januari 2016 een streep door dat fiscaal regime, dat werd aangeprezen onder de slogan ‘only in Belgium’. Het Europees Hof van Justitie floot Vestager gisteren terug.

Het is een opmerkelijk arrest, omdat het is gesteund op een nieuw argument. Net omdat de Belgische fiscus het fiscale voordeel à la tête du client berekende, mocht Vestager het systeem van de overwinstrulings niet met één pennentrek vernietigen. Ze had moeten kijken naar elke overwinstruling apart.

De uitspraak is niet het einde van dit verhaal. Vestager heeft haar politiek kapitaal gebouwd op de strijd tegen ‘sweetheart deals’ tussen Europese belastingdiensten en bedrijven. Het zou verbazen mocht ze, luttele maanden voor verkiezingen, dat kapitaal zonder slag of stoot laten verwateren. De politieke logica zegt dat de Commissie beroep zal aantekenen tegen de uitspraak.

Door de overwinstrulings bleef een deel van de niet-belaste buitenlandse winst ergens hangen in de onbelaste lucht.

Politiek bekeken is het verhaal echter al een tijdje geschreven. De zaken die Vestager aanspande tegen fiscale voordelen voor Apple in Ierland, Starbucks in Nederland en de overwinstrulings in België hebben een impact gehad. Samen met de druk die de onthullingen uit LuxLeaks en andere Panama Papers creëerden, zijn veel fiscale sluiproutes ondertussen gesloten.

Dat is goed nieuws, omdat de overwinstrulings een verkeerd antwoord waren op een goede vraag. Die vraag is hoe een klein Europees land, dat surft op de golven van de internationale economie, zich ook zonder grote thuismarkt aantrekkelijk kan maken voor buitenlandse investeringen. De bijbehorende vraag is hoe je vervolgens multinationals belast die wereldwijd actief zijn en maar een klein deel van hun winst in je land boeken.

Het antwoord van de overwinstrulings, een creatie van liberalen en socialisten in de regering-Verhofstadt, is niet het juiste. Ten eerste omdat het te weinig transparant is. Ten tweede omdat een deel van de niet-belaste buitenlandse winst nérgens belast werd en ergens bleef hangen in de onbelaste lucht.

Het antwoord dat de federale regering na januari 2016 gaf op de demarche van Vestager, was daarom intelligenter. De regering stopte het regime van de overwinstruling en voerde de Europese wetgeving uit om fiscale achterpoortjes te sluiten, maar hervormde ook de vennootschapsbelasting zelf door het tarief te verlagen. Kmo’s, die niet van overwinstrulings konden genieten, hebben daarbij een extra laag tarief. En rulings over internationale royalty’s kunnen nog altijd.

Dat zoiets geen gat in de schatkist hoeft te slaan, bewijzen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting. Ook in de jaren waarin de notionele intrestaftrek op volle kracht werkte, lagen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting vrij stabiel rond 3 procent van het bruto binnenlands product. Die cijfers, samen met de transparantie van een lager algemeen tarief, zijn de echte ‘only in Belgium’ waarnaar we moeten streven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud