Stefaan Michielsen

Oorlogsretoriek hanteren als een land met een zware wisselkoerscrisis kampt, is niet de beste manier om die in te dammen.

‘Zij hebben de dollar, maar wij hebben Allah!’ Als de Turkse president Recep Tayyip Erdogan denkt de financiële crisis waarin zijn land is beland met de Koran te kunnen bestrijden, dreigt hij van een kale reis thuis te komen. Turkije kampt met een zware wisselkoerscrisis die de jongste dagen crescendo is gegaan door de economische sancties die de Amerikaanse president Donald Trump Ankara heeft opgelegd omdat het een Amerikaanse dominee gevangen houdt.

Dat de wisselkoerscrisis zo fel toeslaat, heeft Turkije voor een groot stuk aan zichzelf te wijten. Turkije heeft zijn sterke economische groei van de voorbije jaren in hoge mate met buitenlandse schulden gefinancierd. Er is in de hele wereld geen ander land dat zo’n hoge schuldgraad in dollars en euro’s torst. Turkije heeft zich daardoor afhankelijk gemaakt van buitenlandse investeerders en kan weinig weerwerk bieden als die hun vertrouwen opzeggen.

De Turkse crisis is geen ver-van-ons-bedshow. Het land speelt een belangrijke rol in de Europese aanpak van de migratiecrisis. Europa heeft dus belang bij politieke en economische stabiliteit in Turkije. Nogal wat West-Europese bedrijven zijn actief in Turkije. Een aantal Europese banken - het Franse BNP Paribas, het Spaanse BBVA, het Italiaanse Unicredit - hebben een grote blootstelling op Turkije omdat ze er een belangrijke dochter hebben. En het risico bestaat dat de financiële markten ook hun vertrouwen in andere opkomende economieën verliezen en dat die daardoor eveneens in de problemen komen.

Niemand heeft er belang bij dat deze crisis escaleert. Met wat goede wil en enkele verstandige economische maatregelen kan ze worden ingedamd. Maar helaas volgen de politici een andere logica. De Amerikaanse president Trump vond het nodig Turkije - een NAVO-bondgenoot - gisteren een extra klap toe te dienen door de invoertarieven voor Turks aluminium en staal te verdubbelen. De Turkse president Erdogan van zijn kant denkt er niet aan te buigen voor de VS. Hij verbiedt de centrale bank de rente fors op te trekken om de Turkse munt, de lira, te verdedigen omdat dat de Turkse bedrijven en gezinnen zwaar zou treffen. ‘We zullen deze economische oorlog niet verliezen’, bezwoer hij. Meteen riep hij de Turken op hun dollars, goud en andere deviezen naar de bank te brengen en om te zetten in lira. Maar veel Turken maakten hun rekening en deden het omgekeerde, om zich te beschermen tegen de snelle ontwaarding van de lira.

De rede moet snel terugkeren. Erdogan moet maatregelen aanvaarden die de structurele onevenwichten in de Turkse economie verminderen en die het vertrouwen van de internationale beleggers kunnen doen terugkeren. En Trump moet ophouden met absoluut te willen bewijzen dat hij de sterkste is. Maar het is twijfelachtig dat ze gas terugnemen. Beiden zijn koppigaards. Ze hebben hun populariteit in eigen land voor een belangrijk stuk te danken aan hun onverzettelijkheid. Het kan dus uit de hand lopen.

Reageren? Deel uw mening met ons en andere lezers op www.tijd.be/commentaar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content