Op zoek naar budgettaire ambitie

Redacteur Politiek

Nadat ze coronamiljarden heeft uitgegeven, staat de federale regering voor de moeilijke taak de knop om te draaien en de financiën weer op orde te krijgen. Wat onrust baart, is dat een groot deel van de regering die taak niet belangrijk lijkt te vinden.

Na de clash over betaalbare pensioenen, langer werken en langdurig zieken maken de meerderheidspartijen van de federale regering zich op voor een vierde sociaal-economische krachtmeting: de begroting voor volgend jaar.

Het is een strijd die in etappes loopt. De eerste is nu bezig en gaat over de vraag hoe hoog de ambitie moet zijn. Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open VLD) opende vorige week de discussie door te stellen dat uit het budget voor 2022 3 miljard euro moet worden geschrapt.

Het was een schot voor de boeg en de salvo's van de andere kant lieten niet lang op zich wachten. Volgens PS-minister van Pensioenen Karine Lalieux moet net méér worden geïnvesteerd. Ze zei niet terug te willen naar de 'ideologie van austeriteit'. Staatssecretaris Thomas Dermine, een partijgenoot, noemde de voorstellen van De Bleeker 'cynisch'. Ook vicepremier Gilkinet (Ecolo) reageerde dat investeringen nodig zijn, omdat de economie 'nog kwetsbaar' is. Bij de MR liet voorzitter Georges-Louis Bouchez weten dat alvast geen enkele belasting omhoog kan.

Zondag kwam er dan toch steun voor de besparingsvoorstellen van De Bleeker. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) liet weten dat hij ruimte ziet voor besparingen van 2,5 miljard euro. Dat toont hoe de discussie nog verre van beslecht is en deze week voortgaat.

Omdat een begrotingsdiscussie nu eenmaal over geld gaat, kan het geen kwaad er nog eens de cijfers bij te halen. België torst een staatsschuld van 115 procent van het bruto binnenlands product. In de eurozone doen alleen Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en - heel nipt - Frankrijk slechter. Maar al die landen zien volgens de vooruitzichten van de Europese Commissie hun schuldgraad in 2022 dalen. Alleen in België stijgt hij nog lichtjes door.

Voorstanders van nog meer geld uitgeven wijzen er dan op dat de rente laag is en het nauwelijks iets kost om te lenen. En dat daarom investeringen nodig zijn. Ook dat argument botst echter op limieten. Ondanks die lage rente betalen alle overheden in België dit jaar 1,7 procent van het bbp aan intrestlasten.

De minimale ambitie voor de begrotingsgesprekken zou moeten zijn dat de schuldgraad volgend jaar daalt in plaats van voort te stijgen.

Dat is nog altijd 8 miljard euro. Het is twee keer het Vlaamse jaarbudget voor Mobiliteit en Openbare Werken. Moest België op het niveau van Duitsland of Nederland zitten, dan had de federale overheid jaarlijks meer dan 5 miljard euro per jaar voor extra uitgaven of minder belastingen.

Ondertussen stijgt de inflatie en groeit de kans op hogere rente in de nabije toekomst. Ondertussen boomt ook de relance, die kansen biedt om schulden af te lossen. De Belgische economie groeit volgens de Commissie-vooruitzichten dit jaar met 5,4 procent en volgend jaar nog eens met 3,7 procent.

De cijfers tonen dat nu besparen niets te maken heeft met cynisme of met een ideologie van strenge besparingen. Het heeft alles te maken met het stopzetten van een coronabeleid dat nodig was, maar onbetaalbaar is op lange termijn. En misschien zijn bepaalde onderdelen van de economie vandaag nog kwetsbaar, maar de overheidsfinanciën zijn dat evenzeer.

De minimale ambitie voor de begrotingsgesprekken zou daarom moeten zijn dat de schuldgraad volgend jaar daalt in plaats van voort te stijgen. Als zelfs dat niet lukt in een jaar waarin de economie met 3,7 procent groeit, wanneer dan wel?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud