Overheid bezit twee op de drie slapende bouwgronden

(tijd) - De overheid heeft weinig middelen om de markt voor bouwgronden te sturen, maar is wel een belangrijke speler op die markt. Twee op de drie slapende bouwgronden zijn in haar handen, leren hoorzittingen in het Vlaams Parlement.

De commissie voor Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement rondde gisteren een reeks hoorzittingen af over de vastgoedmarkt in Vlaanderen. 'Zijn of worden bouwgronden nog betaalbaar?', luidde de centrale vraag. En zo neen, wat kan de overheid daaraan doen?

Niet zo veel, luidde het in de afsluitende beschouwing van Dirk Van Mechelen (VLD), de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening. Uit de hoorzittingen bleek dat de prijs van bouwgronden in de eerste plaats wordt bepaald door de koopkracht van de bevolking en door de rente. Het draait dus in de eerste plaats om geld, en slechts in tweede orde om de gronden zelf.

Van Mechelen benadrukte daarom het belang van de versoepelde en verlaagde registratie- en successierechten. Ondanks de dure prijzen daalde de leeftijd waarop een Vlaming voor het eerst een woning koopt tot 27 jaar. Het aantal vastgoedtransacties steeg tussen 2000 en 2004 met 9 procent tot 118.000 per jaar.

Als het dan toch vooral om geld draait, was het dan wel verstandig van de Vlaamse regering om 5.000 hectare woonuitbreidingsgebieden versneld aan te snijden, vroeg Rudi Daems (Groen!) zich af. Tijdens de hoorzittingen zeiden - op de Vlaamse Confederatie Bouw na - alle experts dat de extra gronden de vastgoedprijzen niet zullen doen dalen.

De extra woonuitbreidingsgebieden zijn wel degelijk zinvol, antwoordde Van Mechelen, omdat je anders een kunstmatige schaarste in stand houdt. De extra gronden helpen net de prijzen wat te stabiliseren. Het aanbod is weliswaar niet dé determinerende factor, maar heeft wel enige invloed.

Wat kan de overheid doen om vastgoed betaalbaar te maken of te houden? Van Mechelen ziet vooral heil in een betere kwaliteit van de bouwgronden. Als de prijzen hoog zijn, moeten gemeenten er via hun vergunningsbeleid over waken dat er voldoende kleine - en dus betaalbare - kavels op de markt komen. Verder moet de overheid de evolutie van de woonbehoeften goed inschatten en daarop inspelen. Door de vergrijzing zullen er bijvoorbeeld minder grote, alleenstaande huizen nodig zijn, maar wel kleinere woningen dichtbij de woonkern.

De impact van overheidsregels is dus beperkt, maar er is meer. De staat blijkt een uiterst belangrijke vastgoedspeler. Tijdens de hoorzittingen bleek dat twee derde van de 36.000 hectaren onbebouwde bouwgronden in Vlaanderen eigendom zijn van de staat. De gemeenten alleen al hebben 41 procent van de slapende gronden. Soms weten ze zelf niet wat ze allemaal bezitten, zei Van Mechelen.

De minister zei dat het gemeentebestuur van Kapellen - waar hij woont - ooit een overzicht van haar patrimonium liet maken. 'Het was ontluisterend om te ontdekken wat we allemaal bezaten.' Heel wat gemeenten en overheidsdiensten dragen een 'verpletterende verantwoordelijkheid' voor de dure bouwgronden, besloot de minister. Bart HAECK

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud