Door de Amerikaanse president Donald Trump aan te pakken maakt Twitter een statement. Tegelijk opent het socialemediabedrijf de doos van Pandora en dat kan slecht uitpakken.

Het is niet omdat Twitter het geliefde medium is van Trump dat hij houdt van het bedrijf. Net als bij andere hightechgiganten heeft de president zo zijn twijfels. Volgens hem zijn de bedrijfsleiders tegen hem, omdat ze Democratisch gezind zouden zijn.

Dat is een stelling die niet bewezen is, zoals zoveel van wat Trump zegt. Het is daarom opvallend dat Twitter de handschoen afgelopen week expliciet opnam. Een eerste maal door een 'factcheck' te plakken aan een bericht van de president, een tweede keer door diens bericht onzichtbaar te maken omdat hij opriep tot geweld.

Moet kunnen, zou je denken. Ware het niet dat Twitter toch selectief te werk gaat en honderden, zo niet duizenden andere, gelijkaardige berichten ongemoeid laat.

Het probleem met sociale media als Twitter en Facebook is dat ze geen media zijn. Toch niet in de betekenis dat media inhoud verspreiden waar iemand de eindverantwoordelijkheid over heeft, een uitgever dus. Dat hebben de platformen altijd ver van zich af gehouden, en de Amerikaanse wet beschermt ze op dat vlak.

Waar de bedrijven niet in slagen, is om de inhoud grondig te controleren.

De waarheid is dat de platformen iedere controle kwijt zijn. Dat werd de voorbije week nog eens aangetoond. Terwijl Dominic Cummings, de rechterhand van de Britse premier Boris Johnson, in het middelpunt van de belangstelling en controverse stond, was er geen trending #Cummings te bespeuren. Volgens de Britse media omdat dat woord op een lijst van verboden termen staat en niet door de pornofilter van het bedrijf raakte. 'Cumming' staat in het Engels voor klaarkomen.

Kuis zijn de platformen dus wel. In 2018 kwam het nog tot een rel tussen de Vlaamse Dienst voor Toerisme en Facebook. Het sociale medium weigerde een advertentie met een Rubens omdat die 'pornografisch' was. Het gaat in die gevallen vaak om automatische filters die blind worden ingezet, wat soms tot merkwaardige situaties leidt.

Waar de bedrijven niet in slagen, is de inhoud grondig te controleren. Gezien de bulk van berichten is dat misschien onhaalbaar, maar dan wordt het banwerk natuurlijk erg selectief en niet efficiënt. Dus blijven het platformen voor platte discussies, beledigingen en pure onzin.

De platformen krijgen al lang het verwijt dat ze te weinig op de inhoud letten en dat ze de grote verspreiders zijn van vals nieuws. Of dat ze hun klantenbasis misbruiken met nauwelijks of geen respect voor de privacy.

Het incident rond Trump en Twitter zal die discussie opnieuw doen oplaaien. Het wijst op de dwingende noodzaak om een beter afgelijnd wettelijk kader voor die platformen op poten te zetten. De Europese privacyrichtlijn lost het probleem van inhoud niet op.

Trump wil de zaak regelen met een decreet, maar dat is een zwakke wettelijke basis. Het zou beter zijn dat er duidelijk afgelijnde wetgeving komt, in de eerste plaats in de VS.

Lees verder

Gesponsorde inhoud