Passie graag

Een leraar die zijn klas enthousiasmeert en interesses stimuleert. Of dat nu voor Duitse grammatica is, dan wel voor de techniek van een vliegtuigmotor. Dat moeten we elk kind kunnen garanderen.

De komende dagen en maanden zal in de leraarskamers, op de ouderraden en in de opiniepagina’s de discussie over de hervorming van het secundair onderwijs ongetwijfeld voort woeden. In hoeverre moeten het TSO, BSO en ASO in elkaar verstrengelen? Blijft het niveau van ons alomgeprezen onderwijs dan nog voldoende hoog? En wel voor alle kinderen? Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) heeft intussen zijn initieel verregaande hervormingsplannen al wat bijgestuurd. Dat gebeurde na hevige en verontruste reacties. Dat hij zo’n fundamentele hervorming niet holderdebolder invoert, is zeer logisch en terecht. Maar Smet mag niet blijven treuzelen, beseft ook hij. ‘Dit wordt mijn belangrijkste schooljaar’, klinkt het. Een goed rapport behalen wordt voor de leerling Smet geen sinecure.

De minister belooft ook een tandje bij te steken om de schoolinfrastructuur op te krikken tot het niveau van de 21ste eeuw. Maandag zullen immers nog altijd kinderen in lokalen met gammele radiatoren en tochtige ramen belanden. Niet alleen voor de (ver)bouw van scholen moet de Vlaamse regering voldoende geld vrijmaken, maar ook voor modern lesmateriaal. Hoe kan je leerlingen warm maken voor techniek als je hen niet in de praktijk kan tonen wat ze daarmee kunnen doen?

Moderne klaslokalen, adequaat lesmateriaal, goeddoordachte onderwijsstructuren… Het is allemaal onontbeerlijk om de leergierigheid aan te wakkeren van de meer dan 1 miljoen kinderen die aan een nieuw schooljaar beginnen. Maar het allerbelangrijkste is niet met hoeveel iPads of andere technische snufjes een klas is uitgerust, hoe polyvalent de turnzaal is of het soort diploma waarmee de 18-jarigen de ‘echte wereld’ intrekken.

Het allerbelangrijkste zijn de mensen die in die tienduizenden kleine en grote klassen voor het bord staan. En dat zijn er niet voldoende. Daarom is het absoluut een goede zaak dat mensen met een loopbaan buiten de schoolmuren - bijvoorbeeld uit de bedrijfswereld - de kans krijgen om zonder financiële bestraffing hun carrière in het onderwijs voort te zetten. Nieuw bloed is welkom. Het kan helpen de zo vaak genoemde kloof tussen het onderwijs en de bedrijfswereld te verkleinen.

Van die ‘outsiders’ mogen we hetzelfde verwachten als van die andere leraars, onderwijzers en kleuterleiders: met passie voor de klas staan en een keertje de opgelegde leerstof naast zich neer durven te leggen. Wie weet worden ze dan de leraar aan wie oud-leerlingen jaren later nog zullen denken als diegene die hun talent ontdekte.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud