Pensioenbom

©Sofie Van Hoof

De extreem lage rente legt een bom onder de tweede pensioenpijler. Verzekeraars trekken zich terug uit de markt omdat ze onmogelijk nog de verplichte rendementen kunnen halen.

De regering klopt zich op de borst omdat de tienjaarsrente naar een historisch dieptepunt is gezakt. Maar die medaille heeft ook een keerzijde: sparen en beleggen brengen nog nauwelijks iets op. De extreem lage rentestand plaatst de verzekeraars voor een grote uitdaging. Want om hun verplichtingen tegenover de verzekerden te kunnen nakomen, zijn ze in hoge mate afhankelijk van wat overheidsobligaties opbrengen. En dat is op dit moment niet bijster veel.

De wet bepaalt dat groepsverzekeringen voor aanvullende pensioenen een jaarlijks rendement moeten bieden van 3,25 procent voor de bijdragen betaald door de werkgever en van 3,75 procent voor de bijdragen van de werknemers. Hoe doe je dat als verzekeringsmaatschappij wanneer de rente op Belgisch staatspapier slechts 2,8 procent bedraagt? Je zou kunnen beleggen in Spaans of Italiaans papier. Maar is dat verstandig? Meer in aandelen beleggen is een andere mogelijkheid. Maar dat willen de toezichthouders dan weer niet. Omdat verzekeraars ook niet kunnen toveren, zien ze zich

genoodzaakt de rente die ze garanderen voor nieuwe groepsverzekeringen te verlagen. Sommigen trekken zich zelfs helemaal uit de markt terug.

Daarmee leggen de verzekeraars de bal in het kamp van de werkgevers. Want op hén rust de wettelijk verplichting de minimum­rendementen van 3,25 en 3,75 procent te waarborgen. Maar welke werkgever wil die verplichting in de huidige omstandigheden op zich nemen en de gewaarborgde rendementen uit de bedrijfskas betalen? Geen enkele. Het zou bedrijfseconomisch niet te verantwoorden zijn. Het gevolg laat zich raden: er zullen geen nieuwe contracten voor aanvullende pensioenverzekeringen meer worden afgesloten. En dat is jammer, want de werk­nemers zijn daar het slachtoffer van. Zij krijgen dan niet de kans een aanvullend pensioen op te bouwen.

De oplossing om uit deze patstelling te geraken is eenvoudig: het door de wet opgelegde minimumrendement voor de aanvullende pensioenen moet meer in lijn met de marktrente worden gebracht. De omstandigheden op de financiële markten zijn heel anders dan in 2004, toen de wettelijke rendementsvereisten werden vastgelegd. De werknemer die zich aansluit bij een groepsverzekering, zal er dan wel genoegen mee moeten nemen dat het jaarlijkse rendement wat lager ligt. Het is nu eenmaal zo. Van de verzekeringsmaatschappij of van de werkgevers kan niet geëist worden dat ze een rendement garanderen dat ver boven de marktrente ligt.

Ingrijpen is alleen noodzakelijk als vaststaat dat de marktrente voor lange tijd extreem laag blijft. Wie weet wat de toekomst brengt? Misschien staat de rente op Belgische papier binnenkort alweer een flink stuk hoger. Pensioenbeleggingen gebeuren sowieso met een langere tijdshorizon. De rente op Belgisch staatspapier bedroeg tussen 2004 en nu gemiddeld 3,9 procent. Er is geen reden om te overreageren omdat de rente de voorbije dagen onder 3 procent is gezakt. Dat gebeurde in de zomer van 2010 ook al eens. Een paar maanden later stond de rente alweer boven 4 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud