Jean Vanempten

Het is erg uitzonderlijk dat een Amerikaanse president zijn centraal bankier afvalt. Donald Trump had het ook beter gelaten.

Heilige huisjes bestaan niet voor de Amerikaanse president Donald Trump. In een staccatotempo fulmineert hij tegen alles wat hem dwarszit. Dit keer viel hij Jerome Powell, de voorzitter van de Federal Reserve, aan. Trump is ‘niet gelukkig’ met de voorzitter van de centrale bank en hoopt dat die hem ‘wat meer zou helpen’. De president zet Powell onmiskenbaar onder politieke druk.

De aanval stond in de sterren geschreven. Trump is een verklaarde voorstander van ‘goedkoop geld’, terwijl de Fed een beleid van voorzichtige renteverhoging voert. De Republikein vreest dat dat beleid een rem op de groei zal zetten, de werkloosheid kan verhogen en zal wegen op de beurs. Daar kan je als president inderdaad niet gelukkig van worden.

Het is niet de stijl van de Fed om op presidentiële kritiek in te gaan. Powell, nota bene door Trump genomineerd in november vorig jaar, liet eerder al verstaan dat hij geen politieke discussie wil aangaan, en enkel de opdracht zal uitvoeren die hij van het Congres heeft gekregen.

De vraag blijft of de bankier en zijn bestuur vatbaar zijn voor Trumps kritiek. Er zijn heel wat beveiligingen ingebouwd tegen manipulatie vanuit het Witte Huis. De Fed is een onafhankelijke instelling en de voorzitter beslist niet alleen over het gevoerde monetaire beleid. Ook moet het verslag van de renteberaadslagingen worden vrijgegeven en moet de voorzitter met regelmaat verantwoording afleggen in het Congres.

Trump zadelt de Fed-voorzitter vooral op met een perceptieprobleem. De buitenwereld zal extra scherp toekijken of Powell nu van zijn koers gaat afwijken. Ook dat is een probleem. Want wijkt hij dan af onder druk of juist omdat het monetair noodzakelijk is?

Eén Amerikaanse president zette ooit met relatief succes de Fed-voorzitter onder druk. Richard Nixon probeerde toenmalig voorzitter Arthur Burns zich in de aanloop naar zijn herverkiezing in 1972 te laten schikken naar zijn economisch beleid. Sterker nog, de president dreigde de centraal bankier gewoon af. Burns zou veel macht verliezen als hij niet toegaf aan Nixon. Dus ging hij overstag.

Wat Trump lijkt te doen, is een verre echo van wat toen gebeurde. De huidige president denkt aan een herverkiezing in 2020. Hij wil dan uitpakken met een bloeiende economie, een lage werkloosheid en een stevige beurs. Door zijn pijlen te richten op de Fed-voorzitter effent hij al het pad voor de aanwijzing van een zondebok als het economisch tegenzit tijdens de verkiezingscampagne.

Trump speelt dus in essentie een politiek spel, al slaat dat vanuit monetair oogpunt nergens op. Hij had dat beter gelaten. Hij zaait twijfel over een instelling die sinds de donkere Nixon-dagen een behoorlijke reputatie van onafhankelijkheid heeft opgebouwd. En dat allemaal om nu al de volgende presidentscampagne in te gaan. Het is een te hoge prijs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content