Bart Haeck

Het écht uitzonderlijke aan deze formatie is hoe traag ze gaat. We zijn getuige van een spelletje poker in de Wetstraat.

Een kleine tien jaar geleden had toenmalig formateur Kris Peeters (CD&V) al twee weken na de verkiezingen van 7 juni 2009 een Vlaamse regering met CD&V, N-VA en sp.a in de steigers staan. Vijf jaar geleden, twee weken na de verkiezingen van 25 mei 2014, was in Wallonië al een PS-cdH-regering in de maak, stond in Brussel een PS-cdH-FDF-regering klaar en hadden in Vlaanderen N-VA en CD&V al de handen in elkaar geslagen. Later zouden de liberalen zich daar op de valreep nog bij aansluiten.

Dat we twee weken na de verkiezingen van 26 mei nog nergens staan, zegt iets over de klap die de Wetstraat op 26 mei moest incasseren. Dat de informateurs Didier Reynders (MR) en Johan Vande Lanotte (sp.a) een tweede rondje lopen, is niet zo verwonderlijk. Maar dat ook de politiek makkelijkere keuzes in de deelstaten nog niet zijn genomen, is wél opmerkelijk. Partijvoorzitters zijn normaal zo nerveus om uit de boot te vallen dat ze snel proberen knopen door te hakken over de coalitie.

Een eerste uitleg voor die bizarre traagheid is dat alle klassieke beleidspartijen - de N-VA inbegrepen - zetels hebben verloren, behalve de groenen. Die hebben wat gewonnen, maar de kans op een historische overwinning, die elders in Europa en België niet werd gemist, zagen ze wel aan hun neus voorbijgaan.

De ironie van deze formatie is dat nu over confederalisme wordt gesproken, terwijl vijf jaar geleden confederaal werd gehandeld.

Psychologisch zindert dat na. Niemand kan vanuit de sterkte van de verkiezingsuitslag een versnelling hoger schakelen en meteen voortdoen. Iedereen heeft een opdracht om uit te zoeken waar het verkeerd ging en hoe een regeringsdeelname die zwakke flank niet nog kwetsbaarder maakt.

De schaduwzijde van die analyse is dat de partijen die wél overtuigend wonnen en ongecompliceerd gelukkig kunnen zijn met de verkiezingsuitslag zich aan de extreme uiteinden bevinden: het Vlaams Belang en de PVDA. En net omdat ze zo extreem zijn, moesten de informateurs vaststellen dat niemand federaal met hen wil regeren.

Maar opnieuw: de schok van de verkiezingen is zo groot dat in de deelstaten niemand die keuze al wil maken. In Vlaanderen spreekt formateur Bart De Wever nog altijd met het Vlaams Belang. In Franstalig België zit de PVDA nog altijd aan tafel met de PS. In de deelstaten is nog geen enkele keuze gemaakt, behalve dat de PVDA in Vlaanderen niet zal meebesturen.

De ironie van deze formatie is dat nu over confederalisme wordt gesproken, terwijl vijf jaar geleden confederaal werd gehandeld. Toen werden de regeringen in de deelstaten heel snel gevormd, om van daaruit het gevecht voor de federale regering aan te gaan. Niemand lijkt dat nu te durven, er wordt gewacht en gepokerd.

De enige die zijn kaarten al op tafel heeft gelegd, is de man die in interviews voor de campagne zei dat hij weer een tandem met CD&V ging vormen: cdH-voorzitter Maxime Prévot. De rest pokert volgende week voort, met na het vertrek van Vlaams Belang, PVDA en cdH nog 115 van de 150 Kamerzetels aan tafel.

Lees verder

Tijd Connect