Redacteur Politiek

Het stop-and-gobeleid over het sluiten van de kerncentrales is vervangen door een ja-tenzijbeleid. In de powerplay die aan de gang is, wordt de elektriciteitsprijs de achilleshiel.

Het is een vreemde wereld als een groene minister van Energie de CO2-uitstoot van gascentrales vergoelijkt als 'het stof van een verbouwing' waar we nu eenmaal door moeten. Of in de in de Wetstraat zo vaak verguisde energiereus Engie Electrabel een partner vindt om de kerncentrales te sluiten.

Er is dan ook een hevig gevecht aan de gang om het energiebeleid deze legislatuur in een plooi te leggen die misschien voor decennia vastligt. Daarin gaan de kerncentrales wellicht dicht, zonder dat dat - in een ideale wereld - mag leiden tot een hogere energiefactuur of een koude winterdag in 2025 waarop het licht uitgaat.

Het lastige aan energiebeleid is dat al jaren op vier terechte doelen tegelijk wordt gemikt. Nucleair veilig, zonder CO2-uitstoot, goedkoop en met bevoorradingszekerheid. Die evenwichtsoefening leidde er de voorbije twee decennia toe dat de regering de sluiting van kerncentrales nooit durfde door te duwen. Ze stoten immers geen CO2 uit, garanderen de energiebevoorrading en zijn - eens afgeschreven - vrij goedkoop.

De regering-De Croo heeft het evenwicht tussen die vier doelstellingen verschoven. Er ligt nu meer nadruk op groene energie en het sluiten van de kerncentrales. Die gaan in principe dicht, tenzij binnen een jaar blijkt dat de bevoorrading een probleem wordt. Dan moeten noodplannen in werking treden.

Dat kosten uit de energiefactuur zouden worden verschoven naar de algemene belastingen is cosmetica.

Hoe lastig en hoe technisch die beslissing is, blijkt uit de noodzaak om nog een jaar te wachten. Dat is nodig omdat de Europese Commissie tegen dan beslist of Belgiƫ staatssteun mag geven aan gascentrales. Die stoten wel CO2 uit - het stof van de verbouwing - maar kunnen vlot aan- en afgezet worden. Ze zijn nodig voor de bevoorrading op koude dagen zonder zon en wind.

Stop-and-go

Het stop-and-gobeleid is voor nog twaalf maanden vervangen door een ja-tenzijbeleid. De laatste kerncentrales gaan dicht, tenzij ze toch moeten openblijven. Groen wil ze het liefst al definitief sluiten. Engie wil niet meer investeren in de centrales, omdat de uitkomst van die investeringen te onzeker is. En het wil een zo sterk mogelijke onderhandelingspositie, voor het geval de regering de energieleverancier straks toch nodig heeft voor extra capaciteit.

Het is onmogelijk te voorspellen hoe deze powerplay afloopt. De klimaatopwarming kan de winters zachter maken en de vraag naar elektriciteit op een van de jaarlijkse piekmomenten afzwakken. Wie weet eindigt het ermee dat we Duitse energie uit bruinkool of Franse elektriciteit uit kerncentrales importeren.

Het enige wat nu al duidelijk is, is dat de risico's zijn verschoven. De doelen om energie groen en nucleair veilig te maken zijn belangrijker geworden. En daardoor dreigt minder aandacht besteed te worden aan bevoorradingszekerheid. Dat kan dan weer worden opgelost - onder meer met import - maar doorgaans gaat het dan om een dure oplossing.

Uiteindelijk ligt de achilleshiel van dit beleid in de prijs. Dat daarbij kosten uit de energiefactuur zouden worden verschoven naar de algemene belastingen is cosmetica. De echte prijs voor energie zal de toetssteen worden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud