Privacycommissie heeft geen principiële bezwaren tegen publicatie lonen topmanagers

(tijd) - De privacycommissie verzet zich niet tegen het principe om beursgenoteerde bedrijven te verplichten de lonen van hun topmanagers bekend te maken. De commissie bracht onlangs een 'ongunstig' advies uit over de wetsvoorstellen die daarover zijn ingediend. Tegenstanders gebruikten het advies om het hele initiatief te torpederen. Maar de privacycommissie verduidelijkt nu dat ze geen 'principiële', enkel 'technische' bezwaren uitte over de voorliggende wetsvoorstellen.

Moeten topmanagers van beursgenoteerde bedrijven hun loon publiek maken? Al sinds de vorige legislatuur wordt daarover gediscussieerd in het federaal parlement. Eind 2004, toen de zaak-Picanol losbarstte, bereikte de discussie een hoogtepunt. Het buitensporige loon van Jan Coene, de topman van de weefgetouwengroep, lokte verontwaardigde reacties uit. Premier Guy Verhofstadt (VLD) riep het parlement op zo snel mogelijk een regeling uit te werken die bedrijfsleiders verplicht hun loon bekend te maken.

In oktober vorig jaar kreeg de kamercommissie Handelsrecht het advies van de Raad van State om de 'Picanol'-wetsvoorstellen voor te leggen aan de privacycommissie. Enkele weken geleden raakte bekend dat de commissie een ongunstig advies had uitgebracht. Enkele VLD-parlementsleden, werkgeversorganisaties en andere tegenstanders besloten meteen dat de hele discussie opnieuw op de lange baan moest worden geschoven, om uiteindelijk een stille dood te sterven.

Op vraag van de redactie geeft de privacycommissie uitleg over haar omstreden advies. Via de woordvoerster van de commissie, Martine Lartigue, beklemtoont de auteur van het advies dat 'het geen principieel verzet is tegen de openbaarmaking van de toplonen'. 'Het Europees Hof van Justitie heeft die openbaarmaking erkend als een legitiem middel om voor overheidsbedrijven een efficiënte besteding van overheidsgeld te garanderen, en voor beursgenoteerde bedrijven de aandeelhouders te beschermen. Transparantie is ook voor ons zeer belangrijk', stelt de commissie.

'Ons ongunstig advies heeft te maken met de kwaliteit van de voorliggende wetsvoorstellen', benadrukt de commissie. 'De voorstellen zijn zeer vaag. In de voorstellen gaat het bijvoorbeeld over 'een passende openbaarmaking' of 'om de fraude te bestrijden'. Tja, wat betekent dat precies: 'passend' en 'fraude'? Er zijn nog te veel onbeantwoorde vragen: wie zal de informatie beheren, hoe zal de informatie gepubliceerd worden, enzovoort. Dat zou heel wat rechtsonzekerheid veroorzaken. We kunnen ook niet oordelen of het doel de middelen rechtvaardigt als het doel en de middelen onduidelijk zijn', argumenteert de commissie.

De vier wetsvoorstellen waarover de commissie moest oordelen, gaan zowel over beursgenoteerde bedrijven als over overheidsbedrijven. Volgens de commissie moet er een aparte regeling komen. 'De context waarin ze werken, is zeer verschillend. En bij overheidsbedrijven maak je de lonen bekend om het algemeen belang te beschermen, terwijl het bij privé-bedrijven gaat om de investering van hun aandeelhouders.'

LB

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud