De uitzonderlijke samenstelling van de federale regering creëert al een half jaar spanningen. Maar de racisme-rel is de eerste die premier Charles Michel écht pijn doet.

‘Aan welke vernederingen zal de N-VA de regering en de premier nog onderwerpen? Dat is uw probleem.’ FDF-voorzitter Olivier Maingain fileerde gisteren premier Charles Michel, met wie hij tot vier jaar geleden nog samen in een kartel zat. Het was de nagel op de kop.

Dat zit zo. De federale regering betaalt al een klein half jaar de prijs voor haar belangrijkste constructiefout: de grootste partij levert de premier niet. De manier waarop de beslissing is gevallen wie dan wel eerste minister zou worden, creëerde de rest van de problemen. Eerst zou dat Kris Peeters (CD&V) worden, tot de christendemocraten besloten dat ze de Europese commissaris wilden leveren. Dus werd vanuit een Franstalige minderheidspositie Charles Michel premier en kwam zijn rivaal in de MR, Didier Reynders, in dezelfde ploeg.

Toen begon alle ellende die we het voorbije halve jaar zagen. CD&V vond een nieuwe rol op haar linkerflank en maakte van de centrumrechtse regering onverwacht een sociaal-economisch kibbelkabinet. De spanningen in de MR zinderen na in de NMBS-oorlog rond voorzitter Jean-Claude Fontinoy. En het beeld ontstond dat vanuit Antwerpen de N-VA-voorzitter met een vingerknip de regering in de problemen kan brengen.

Temidden van al die spanningen bleef de premier het voorbije halfjaar echter merkwaardig rustig. Dat komt omdat hij een uitzonderlijke luxe geniet. Premiers als Elio Di Rupo (PS) of Guy Verhofstadt (Open VLD) moesten vaak hun partijprogramma opofferen om de regering bijeen te houden. Michel niet. CD&V - in haar huidige rol - is linkser dan de MR, terwijl Open VLD en de N-VA rechtser zijn. Na het gekibbel belandt het regeringscompromis vanzelf in de buurt van het MR-verkiezingsprogramma. Bovendien bracht het voorbije halfjaar N-VA-voorzitter De Wever de premier nooit echt in de problemen. Tot nu.

De N-VA en de MR liggen qua sociaal-economische visie namelijk dicht bij elkaar, maar verschillen grondig op andere thema’s. Een van de voorwaarden tot samenwerking was daarom dat de N-VA vijf jaar lang ‘de communautaire guerrilla’ zou stoppen. Het ontnam de Franstalige oppositie belangrijke wapens om op de MR te schieten.

Dus bracht ze de MR op een andere manier in de problemen. Ze fulmineerde dat de MR regeert met N-VA’ers die de collaboratie vergoelijkten en de migratie geen meerwaarde vonden. Die rel ging pas liggen na publieke excuses van N-VA’ers als Jan Jambon en Theo Francken over die uitspraken.

Nu De Wever gecontesteerde uitspraken doet over racisme - een typisch Vlaams Belang-thema - herleeft die discussie. Alleen moet de premier nu wél de slagen incasseren. Hij heeft niet de luxe om afstand te nemen van de voorzitter van zijn grootste regeringspartij. Want weinigen verwachten op dit moment dat N-VA-voorzitter De Wever zich zal excuseren voor wat hij zei over de Marokkaanse Berber-gemeenschap en racisme.

Lees verder

Gesponsorde inhoud