Professor Herman Brutsaert :'Het gemengd onderwijs is voor meisjes nefast'

(tijd) - Terwijl de laatste ASO-jongensschool in Vlaanderen, het college van de Paters-Jozefieten in Melle, sinds maandag een gemengde school is, wil de Amerikaanse president Bush het gescheiden onderwijs in zijn land weer aanmoedigen. Is het initiatief van Bush een oprisping van een conservatieve republikein of heeft de Amerikaanse president een pedagogische poot om op te staan? De Gentse hoogleraar Herman Brutsaert meent van wel. In zijn boek 'Co-educatie. Studiekansen en kwaliteit van het schoolleven' maakt hij duidelijk dat het gemengd onderwijs voor meisjes duidelijk nefaste gevolgen heeft: hun studieresultaten en hun zelfbeeld lijden eronder.

Brutsaert onderzocht het welbevinden en de studieresultaten van meer dan 6.000 veertien- en vijftienjarigen in 68 ASO-scholen, waarvan 25 gemengde, 21 meisjes- en 22 jongensscholen.

Waarom focuste u uw onderzoek op de veertien- en vijftienjarigen?

Herman Brutsaert: 'Een aantal jaren geleden toonden we al aan dat in het basisonderwijs het gemengd karakter noch voor meisjes, noch voor jongens een verschil uitmaakt. Wel is gebleken dat een overwicht aan vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs minder gunstige gevolgen heeft voor het welbevinden van de jongens. Jongens hebben blijkbaar behoefte aan een mannelijk rolmodel, een meester dus. We weten uit de psychoanalytische hoek dat jongens het op die leeftijd moeilijker hebben een mannelijke identiteit te ontwikkelen dan meisjes een vrouwelijke. In de gemengde basisschool ervaren ze een conflict tussen enerzijds die mannelijke identiteit die ze aan het verwerven zijn en anderzijds het verwachtingspatroon van die wat gefeminiseerde omgeving waar de nadruk ligt op braaf zijn, en dergelijke meer.'

'Voor het secundair onderwijs kozen we de veertien- en vijftienjarigen uit omdat we dan een verhoogd geslachtsrolbewustzijn hebben. De verschillen tussen meisjes en jongens zijn dan het meest uitgesproken. In die leeftijdscategorie hebben schoolomgevingsfactoren het meeste effect.'

Brutsaert: 'Eerst en vooral maken meisjes uit de gemengde scholen doorgaans minder kans om in een sterke, veeleisende studierichting terecht te komen dan hun collega's uit de gescheiden scholen. Meisjes uit meisjesscholen maken bijvoorbeeld veel meer kans om in Latijn-Wiskunde terecht te komen, terwijl meisjes in gemengde scholen veel meer kans maken om in een richting als menswetenschappen te belanden.'

'Een andere bevinding is dat meisjes uit gemengde scholen zich doorgaans makkelijker identificeren met stereotiepe vrouwelijke kenmerken, zoals gevoelig zijn, bezorgdheid en anderen tevreden stellen. Tegelijkertijd scoren ze doorgaans lager op een kenmerk zoals assertiviteit. Het betekent dat die meisjes zich in de klas meer gedeisd houden. Ze steken minder hun vinger op om vragen te stellen of om antwoorden te geven. Ze willen zich vooral niet belachelijk maken in de ogen van de jongens. Ze functioneren minder goed.'

'Meisjes uit de meisjesscholen voelen zich beter geïntegreerd op school. Ze hebben meer het gevoel erbij te horen. Ze voelen zich beter geruggensteund door de medeleerlingen, waardoor ze meteen ook meer weerbaarheid en veerkracht ontwikkelen. En dat is dan wellicht de reden waarom meisjes uit meisjesscholen gemiddeld lager scoren op stress. Zij lijden minder aan hoofdpijn, zijn minder angstig en slapen beter. Voor jongens maakt het amper een verschil uit of ze nu in een gemengde dan wel een jongensschool vertoeven. Wel maken jongens uit het gemengd onderwijs iets meer kans om in een minder sterke richting te belanden, maar die relatie is veel minder sterk dan bij de meisjes.'

Waarom doen meisjes het in gemengde scholen zoveel slechter dan jongens?

Brutsaert: 'Meisjes in gemengde scholen staan veel meer onder druk om te voldoen aan de verwachtingen van de 'adolescente subcultuur': de eisen van de vriendengroep. Ze moeten er goed uit zien, de mode volgen en ook nog eens populair zijn. Meisjes op die leeftijd zijn veel kwetsbaarder dan jongens. Dat komt omdat ze gemiddeld een minder gunstig zelfbeeld hebben. Ze zijn minder geneigd zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn. De puberteit heeft voor hen ook meer hinderlijke gevolgen. Ze zijn eveneens kwetsbaarder op het vlak van relaties. Meisjes hebben veel meer behoefte aan sociale aanvaarding en investeren meer in relaties. Het zich aanvaard weten is voor hen van bijzonder belang. Ze houden zich meer gedeisd omdat ze niet de indruk willen wekken dat ze in bepaalde opzichten bekwamer zijn dan jongens. Meisjes leggen zich ook makkelijker neer bij de sociale dominantie van de jongens. Ze aanvaarden doorgaans makkelijker dat jongens de toon zetten in de klas. Veeleer dan eigen standpunten naar voren te brengen, gaan ze de standpunten van de jongens volgen. Dat ze niet willen uitblinken in de aanwezigheid van jongens noemt men het 'angst-voor-succes-syndroom'. Dat geldt natuurlijk niet voor alle meisjes, maar het geldt wel voor velen van hen. Nog een andere verklaring is dat meisjes in gemengde scholen een conflict ervaren tussen enerzijds de behoefte die ze hebben aan sociale aanvaarding en anderzijds het feit dat ze moeten voldoen aan de verwachtingen op het vlak van presteren. Ze moeten in competitie treden met de jongens. De competitie met de jongens gaat gepaard met een vrees om afgewezen te worden, wat dan leidt tot spanningen.'

Heeft dit gevolgen voor hun studieloopbaan in het hoger onderwijs?

Brutsaert: 'Ja. Uit Duits onderzoek blijkt dat meisjes die uit het gemengd onderwijs komen gemakkelijker naar universitaire studierichtingen gaan die minder toekomst bieden.'

Heeft het gemengd onderwijs zijn verwachtingen dan wel ingelost?

Brutsaert: 'Wel, dat is het 'm juist. De overheid dacht dat het gemengd onderwijs roldoorbrekend zou werken, dat het zou leiden tot een sekseneutraliteit. Uit de resultaten komt echter duidelijk naar voren dat gemengd onderwijs eerder rolbevestigend werkt. Er is trouwens ook een bijkomend element: de meeste schoolhoofden van gemengde scholen zijn mannen. Wat dus ook een rolbevestigend tintje geeft. Een ander belangrijk argument was dat het invoeren ervan betere studiekansen zou creëren voor de meisjes. Het zou een einde maken aan de discriminatie van meisjes. Meisjes die dertig jaar geleden veel makkelijker in het technisch onderwijs gesluisd werden. Nog een andere reden was dat de relatiebekwaamheid tussen meisjes en jongens zou bevorderd worden. Het gemengd onderwijs zou een meer natuurlijke omgeving creëren die tot een meer evenwichtige ontwikkeling op socio-emotioneel vlak zou leiden. Dat zijn allemaal argumenten die eind de jaren zestig iedereen aanspraken, niemand kon er tegen zijn. Alleen, ze zijn niet uitgekomen. In feite kunnen we spreken van een ideologische dekmantel. De onderliggende reden voor het veralgemenen van het gemengd onderwijs was dat het kostenbesparend zou zijn. Co-educatie impliceert schaalvergroting en dat leidt tot een betere rationalisering van de werkingsmiddelen. Voor veel scholen was het een middel om hun marktpositie te beveiligen in termen van het aanbod van studierichtingen. En natuurlijk was de periode zeer gunstig: de liberalisering van de seksuele moraal, een mentaliteitswijziging aangaande relatievorming. Daarom werden die argumenten zo makkelijk aanvaard.'

Moeten we dan terug naar aparte jongens- en meisjesscholen gaan?

Brutsaert: 'In ieder geval moeten we uit de resultaten afleiden dat de factor geslacht een cruciaal gegeven is waar in het onderwijs te weinig rekening mee wordt gehouden. Bij bijsturingen moet meer aandacht gaan naar de verschillen tussen meisjes en jongens op het affectieve, het socio-emotionele niveau en het cognitieve vlak. We weten bijvoorbeeld dat meisjes en jongens op een verschillende manier leren. Meisjes kunnen veel makkelijker samenwerken dan jongens. Ze ontwikkelen hun zelfwaardering door interactie. Voor jongens is leren meer een competitieve aangelegenheid. De school zoals we ze kennen, komt beter tegemoet aan de behoefte van jongens dan aan die van meisjes. Meisjes en jongens hebben hun eigen pedagogisch-didactische aanpak nodig. Dat vergt natuurlijk enorm veel flexibiliteit.'

'De vraag is echter in hoeverre bijsturingen mogelijk zijn, want er wordt al veel van de leerkrachten verwacht. In Denemarken is er al geëxperimenteerd met een model dat 'reflexieve coëducatie' heet. Meisjes en jongens uit gemengde scholen werden afwisselend gemengd en gescheiden gezet. Maar na elke periode moesten alle leerkrachten, en ook de leerlingen reflecteren over de situatie. Meisjes bleken zich ervan bewust dat ze zich anders gedragen in aanwezigheid van jongens. Ze zien zeer duidelijk dat ze beter zichzelf kunnen zijn in gescheiden klassen. De vraag is natuurlijk of het mogelijk is dit op grote schaal te organiseren. In Denemarken is het bij een experiment gebleven.'

'Misschien is het dus toch het beste om, zoals men in Duitsland en de Verenigde Staten doet, opnieuw gescheiden scholen op te richten.'

Ilse DE VOOGHT

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud