Protectionistische kramp

Senior writer

De Nederlandse regering is in een protectionistische kramp geschoten. Ze gaat obstakels opwerpen om de overname van Nederlandse bedrijven door buitenlandse groepen te bemoeilijken.

De onmiddellijke aanleiding voor de actie van de Nederlandse regering is het dreigende vijandige overnamebod van de Amerikaanse verfgroep PPG op de Nederlandse chemie-onderneming AkzoNobel.

AkzoNobel lijkt het moeilijk te hebben om de belager van zich af te slaan.  Maar de Nederlandse regering, hoewel ontslagnemend, snelt ter hulp. Op voorstel van de liberale minister Henk Kamp, die vorig jaar ook al nadrukkelijk tussenkwam om de overnamegesprekken tussen Bpost en PostNL te torpederen, zullen Nederlandse bedrijven de wettelijke mogelijkheid krijgen om de deur voor overnamebiedingen een jaar lang dicht te houden.

De Nederlandse regering gaat ook bekijken of ze zichzelf een vetorecht kan toekennen inzake de overname van bedrijven die als strategisch worden beschouwd voor Nederland.

En minister Kamp wil eveneens dat de grote institutionele beleggers in Nederland, zoals de pensioenfondsen, opnieuw de plaats gaan innemen van buitenlandse investeringsmaatschappijen, als belangrijke aandeelhouder van de grote Nederlandse bedrijven. Gedaan met de internationale diversificatie van hun aandelenportefeuille, Nederland eerst!  Is dat wel de beste beleggingsstrategie  om de pensioenen van de Nederlanders veilig te stellen

Het initiatief van de Nederlandse overheid is opmerkelijk. Want op deze manier mengt ze zich nadrukkelijk in wat een zaak tussen particuliere bedrijven is. De plannen krijgen echter veel bijval, van nagenoeg alle politieke partijen, van de vakbonden én van de ondernemers.

De vakbonden denken dat het jobs hierdoor beter gewaarborgd is. Ze zouden zich wel eens danig kunnen vergissen.

En voor de ondernemers en de managers is het natuurlijk comfortabel te kunnen schuilen achter een hoge beschermingswal. Het verlost hen van een hoop stress, van de druk om performant te zijn.

Maar de voorstellen van Kamp zijn een ferme inbreuk op de rechten van de aandeelhouders. Zij zijn de eigenaars van de bedrijven, het komt hen toe om te oordelen of een overnamebod interessant is of niet. Maar in Nederland wordt de aandeelhouders dat recht nu ontnomen.

Alle inspanningen die de voorbije jaren zijn gedaan om bedrijven aan te sporen tot deugdelijk bestuur, worden hiermee te niet gedaan. En nog wel door de overheid zelf. Onbegrijpelijk is dat.

Heel wat Nederlandse bedrijven zijn tot internationale reuzen uitgegroeid door buitenlandse overnames.

Het sterk bemoeilijken van buitenlandse overnames uit nationalistische overwegingen is een  concurrentiebeperkende maatregel die het belang van enkelingen dient maar waarmee de Nederlandse economie uiteindelijk ook niet gebaat is. Als de Nederlandse regering beweert van wel, maakt ze haar burgers iets wijs.

Heel wat Nederlandse bedrijven zijn tot internationale reuzen uitgegroeid door buitenlandse overnames. ING heeft in België BBL ingepikt, supermarktketen Ahold legde vorig jaar de hand op het Belgische Delhaize. En AkzoNobel zelf is het resultaat van verschillende veroveringstochten in het buitenland.

Als kleine economie is het voor Nederland van cruciaal belang dat andere landen hun grenzen openstellen voor Nederlandse bedrijven. Maar kun je dat van anderen vragen als je zelf de grenzen potdicht houdt?

Nederland geeft hiermee een heel slecht voorbeeld. Want wat belet andere landen in Europa - poets wederom poets- om het Nederlandse initiatief te volgen en eveneens hindernissen op te werpen tegen buitenlandse overnames? De afbraak van de eengemaakte Europese markt kan dan beginnen.

Zullen we de globalisering terugdraaien?  Moeten alle landen zich maar terugplooien op zichzelf? Daar worden we  heus niet beter van.


Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud