Advertentie

Provocatie

©Sofie Van Hoof

Het gevaarlijke aan het ingaan op de provocatie van Erdogan, is dat gewillig wordt meegestapt in het wij-zij-denken. Democratie is nog altijd een veelheid van meningen en de confrontatie daarvan.

De diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije is dit weekend compleet ontspoord. Twee Turkse ministers waren niet welkom in Nederland, wat Turkije de kans gaf om het 'nazisme' van Den Haag te veroordelen. Beide landen leven in volle verkiezingstijd, en dan gooit iedere provocatie olie op het vuur.

De inzet van de discussie is het spanningsveld tussen de vrije meningsuiting en de openbare orde. Waar het Turkse regime het recht opeist om campagne te voeren voor het presidentiële regime dat van president Recep Tayyip Erdogan een almachtige man zal maken, bestaat de vrees in Nederland, maar ook in Duitsland en Oostenrijk, dat die campagne de Turkse diaspora diep zal verdelen. Met geweld als gevolg in de Turkse gemeenschap.

Het incident kwam in volle verkiezingstijd voor beide landen. Voor Erdogan was het een ideale gelegenheid om Europa - toch dat van Duitsland, Nederland en Oostenrijk - als de vijand af te schilderen, als de landen die de Turkse gemeenschap als minderwaardig beschouwen en dus ook geen recht geven op vrije meningsuiting.

Het gevaarlijke aan het ingaan op de provocatie van Erdogan, is dat gewillig wordt meegestapt in het wij/zij-denken.

Voor de Nederlandse premier Mark Rutte was het drie dagen voor een moeilijke stembusgang kwestie om niet toe te geven, want anders zou hij de baan ruimen voor zijn extreemrechtse tegenstander Geert Wilders. Met het bekende gevolg: een minister die afgevoerd wordt door de Nederlandse politie en een betoging met rellen, honden en waterkanonnen.

Ook dit weekend woonde de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlüt Cavusoglu, die in Nederland niet welkom was, in alle rust een meeting bij in het Franse Metz. Daar was de openbare orde niet in het gedrang. Turkije bleef ook muisstil over die campagne.

Natuurlijk gaat het om een provocatie van Erdogan. Hij weet dat de immigratie gevoelig ligt in landen als Nederland en Duitsland, waar de verkiezingscampagne voor een belangrijk stuk over dat thema en de slechte integratie gaat.

Maar tot tevredenheid van Erdogan werkt die provocatie ook. Nederland trapte volledig in de val en het leverde premier Rutte meteen een schouderklopje van Wilders op, wat meer dan genoeg zegt.

Ten gronde is de situatie een stuk dramatischer. Europa heeft vorig jaar met Erdogan een deal gesloten over de vluchtelingenstroom. Toen al rezen de vragen over de wenselijkheid van die deal, maar die werden in de naam van de realpolitik opzijgeschoven. Dat komt nu als een boemerang terug.

Erdogan heeft er, zeker na de mislukte staatsgreep van vorige zomer, alles aan gedaan om de macht in Turkije volledig te grijpen. Het absolute presidentiële bewind dat hij wil invoeren, doet vragen rijzen: de omgang met de oppositie is barbaars en de vrijheid van meningsuiting, zelfs de mogelijkheid van oppositie, bestaat niet in Turkije. Maar dat wisten we ook al toen Europa de vluchtelingendeal met de Turkse president sloot.

Bovendien is Turkije niet alleen belangrijk als een partner in de immigratiecrisis. Het land is ook een NAVO-lid en heeft een erg strategische ligging in het militaire bondgenootschap. De vervreemding tussen de rest van Europa en Turkije heeft er inmiddels al toe geleid dat de Turkse relatie met Rusland 'volledig genormaliseerd is', zoals de Russische president Vladimir Poetin wist te melden.

Er staat dus veel op het spel. In Turkije, maar ook in Europa. Het gevaarlijke aan het ingaan op de provocatie van Erdogan, is dat gewillig wordt meegestapt in het wij-zij-denken. Dat een fundamentele waarde als de vrijheid van meningsuiting onmiddellijk op de schop gaat, zonder veel discussie en zonder veel tegengas.

Democratie is nog altijd een veelheid van meningen en de confrontatie daarvan.

Dat is een gevaarlijke evolutie. Democratie is nog altijd een veelheid van meningen en de confrontatie daarvan. Dat is het belangrijkste verschil met een dictatuur of een variant daarop. In Europa zouden we sterk genoeg moeten zijn om dat debat te voeren. En dan is de openbare orde eveneens van belang. Het moet mogelijk blijven om de veelheid van meningen te uiten.

Alleen mag die openbare orde niet als argument gaan dienen om niet-gedeelde meningen op voorhand te weren. Dan doet men wat de autocraten wordt verweten, wat Erdogan uiteindelijk wil en wat hem de argumenten geeft om zichzelf als absolute president te vestigen.

En in dit hele debat viel de absolute en pijnlijke stilte van de Europese diplomatie andermaal op. Het is duidelijk dat Europa als één blok nergens staat. En in dit woelige verkiezingsjaar zal dat niet snel veranderen. Europese waarden toon je niet alleen in de verdediging. Het wordt tijd dat er een open aanval komt met de nadruk op vrijheid van meningsuiting. Dat ontbreekt pijnlijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud