Redacteur Politiek

De ironie van dit tijdperk is dat velen het vertrouwen kwijt zijn in de politici die de overheid aansturen, terwijl we een historische recessie beleven die we dankzij die overheid niet voelen. De vraag is hoe we daaruit geraken.

Langzaam krabbelen we recht. In juli circuleerden nog overheidsramingen dat de Belgische economie dit jaar met 12 procent zou krimpen. Het federaal Planbureau, dat de data levert waarop de begroting wordt gebouwd, hield het op een recessie van 10,7 procent. Donderdag stuurde het die prognose bij tot een krimp van 7,4 procent dit jaar.

Dat is nog altijd stevig, maar toch is het goed nieuws in uitzonderlijke tijden. Voor een economie die jaarlijks normaal met een dik procentje groeit, is drie procentpunten minder krimp een uit de kluit gewassen bijsturing. Dat ramingen voor heel 2020 er plots minder erg uitzien, toont bovendien aan dat de Belgische economie aan het rechtkrabbelen is. De schade blijkt beperkter dan gevreesd en her en der wordt zelfs al puingeruimd. Volgend jaar volgt naar verwachting een verder herstel, zodat we op Kerstmis 2021 weer min of meer de economische welvaart van 2019 kennen.

Moeilijk navigeren

De moeilijkheden om de economische recessie correct in kaart te brengen tonen hoe uitzonderlijk deze crisis is. En dat is ze ook op andere manieren. Ze blijft onwaarschijnlijk asymmetrisch: ondanks grote problemen in de cultuur- en evenementensector voelen de meeste gezinnen niets. Het gemiddeld beschikbaar inkomen daalt dit jaar met 0,3 procent, om volgend jaar alweer met 2 procent te stijgen. Ondertussen sparen we zoals we in twintig jaar niet gespaard hebben.

Dat maakt het voor de politieke wereld bijzonder moeilijk uit deze crisis te navigeren. De economenlogica zegt dat een overheid moet besparen in de goede jaren en extra geld moet uitgeven in de slechte jaren. De voormalige Nederlandse minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem legde ooit uit dat je dat politiek niet verkocht krijgt: als het slecht gaat, snapt de bevolking de nood tot verandering. Zodra het beter gaat, wil iedereen zijn deel van de koek.

In meer dan één opzicht wordt de opdracht van een volgende regering het vertrouwen te herstellen en te behouden.

De vraag wordt dus: hoe je dat doet, de overheid uit een recessie laten klimmen die niemand gevoeld heeft? En waarin de belangrijkste discussies gingen over tot hoe laat je op café mag en hoeveel volk je op een feestje mag uitnodigen.

In meer dan één opzicht wordt de opdracht van een volgende regering daarom het vertrouwen te herstellen en te behouden. Dat vertrouwen zal nodig zijn om de gezinnen ertoe aan te zetten hun spaargeld weer uit te geven en zo economie weer op toerental te krijgen. Tegelijk moet aan diezelfde gezinnen op de een of andere manier worden gevraagd de put te helpen dempen die dit jaar is gemaakt om hun inkomen te stutten. Een volgende regering moet dat in alle voorzichtigheid en degelijkheid doen, om het vertrouwen dat het voorbije anderhalf jaar bij de kiezer is beschadigd langzaam te herstellen.

Daarin ligt de ironie van dit tijdperk: dat velen het vertrouwen kwijt zijn in de politici die de overheid aansturen, terwijl we een historische recessie meemaken die we dankzij die politici en overheid niet voelen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud