Redacteur Politiek

In het weggezonken centrum van de Belgische politiek doemt een existentiële vraag op: het confederalisme van N-VA, of een minderheidsregering-Di Rupo?

‘Heel ongelukkig’, zei voormalig CD&V-premier Yves Leterme over de uitspraken van die andere oud-premier, Elio Di Rupo. Als voorzitter van de PS had die vanuit de RTBF-studio’s de Vlaamse partijen CD&V, Open VLD, sp.a én Groen opgeroepen om samen met hem een federale regering te vormen waarin ze met vieren nog altijd geen Vlaamse meerderheid hebben.

Waarom is die uitspraak ongelukkig? ‘Vlaanderen heeft een keuze gemaakt’, zei Leterme. ‘Vanuit Wallonië bepalen wat Vlaanderen moet doen, is het slechtste wat je kan doen. Als je België verder wil laten functioneren, moet je respect tonen voor de uitslag in Vlaanderen.’ Leterme zit daarmee op dezelfde lijn als N-VA-voorzitter Bart De Wever. Die liet op de verkiezingsavond al verstaan dat er ‘een majeur probleem’ is als een federale regering zonder meerderheid in Vlaanderen zou aantreden.

Twee dagen na de verkiezingen zien we de botsing tussen twee binaire toekomstbeelden over België. In de visie van De Wever leidt de enige weg naar een confederale staat, waarin Vlaanderen en Wallonië samen beslissen wat ze nog samen willen doen. En dat is niet bijster veel.

Slijtageslag

In de visie van Di Rupo heeft alleen België zoals we het kennen een toekomst, dankzij de steun van de centrumpartijen die het land van oudsher steunen. In Di Rupo’s logica moet die loyauteit aan het land die partijen uiteindelijk over de streep trekken, misschien wel zoals na de slijtageslag van aanslepende gesprekken en externe druk vanuit de financiële markten in 2011.

De vraag is wat gebeurt in het weggezonken centrum van de Belgische politiek.

Wat Di Rupo onderschat - en waar Leterme een punt heeft - is dat de partijen waarop hij een beroep wil doen, allemaal verloren hebben. CD&V zit op zijn laagste punt ooit. Open VLD zit op zijn laagste punt ooit. De sp.a zit op haar laagste punt ooit. Groen heeft een historische kans op een verkiezingsoverwinning gerateerd. Zeker voor Open VLD en CD&V dreigt nog een oplawaai tot niveaus van irrelevantie, als ze Di Rupo zomaar zouden volgen.

De interessante vraag van het moment is daarom niet wat Di Rupo wil of wat De Wever wil. De vraag is wat gebeurt in het weggezonken centrum van de Belgische politiek. Ofwel stappen de Vlaamse liberalen en christendemocraten schoorvoetend mee in een verhaal dat leidt naar het einde van België zoals we het kennen. Ofwel stappen ze mee in een verhaal dat, als het slecht afloopt, eindigt in het einde van de belgicistische partijen. Zijzelf dus.

Existentiële vraag

De botsing tussen De Wever en Di Rupo leidt tot de existentiële vraag: quid CD&V, quid Open VLD?

In die zin beleven we een nieuw hoofdstuk in een Belgische politieke crisis, die in 2007 met de verkiezingsoverwinning van Yves Leterme losbarstte, pas in 2011 bedwongen werd door Elio Di Rupo, en die nu weer losbarst. In die begindagen, in de zomer van 2007, reed Jean-Luc Dehaene nog de statige oprit van het koninklijk paleis op met op zijn schoot een nota waarop stond ‘Quid N-VA?’.

De botsing tussen Di Rupo en De Wever leidt nu tot een andere, existentiële vraag, waarop het stil blijft. Ze luidt: Quid CD&V? Quid Open VLD? Stappen ze mee in de ontmanteling van België? Of durven ze het risico te nemen na regeringsdeelname ontmanteld te worden door de N-VA en het Vlaams Belang?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud