Raad van Europa onderzoekt taaltoestand in Brusselse ziekenhuizen

(tijd) - Voor de vierde keer in zeven jaar komt een vertegenwoordiger van de Raad van Europa poolshoogte nemen van de communautaire verhoudingen in ons land. Minodora Cliveti stelt woensdag en donderdag een onderzoek in naar de taaltoestand in de Brusselse ziekenhuizen en hulpdiensten.

De Raad van Europa, een internationale politieke organisatie met zetel in Straatsburg, werd in 1949 opgericht ter verdediging van de mensenrechten, de parlementaire democratie en de rechtsstaat. 46 Europese landen zijn inmiddels lid van die raad. De organen ervan zijn de Parlementaire Vergadering, waarin afgevaardigden van de parlementen van de lidstaten zitting hebben, en het Comité van Ministers.

Sinds zeven jaar legt de Raad van Europa een actieve belangstelling aan de dag voor de communautaire betrekkingen in ons land. In mei 1998 kwam de Zwitser Dumeni Columberg in opdracht van de commissie Juridische Aangelegenheden en Mensenrechten van de Parlementaire Vergadering de positie van de Franstalige inwoners van de Vlaamse Rand van Brussel onderzoeken.

De commissie was ingegaan op een voorstel van Georges Clerfayt (FDF), een van de Belgische vertegenwoordigers in de Parlementaire Vergadering. Clerfayt reageerde met zijn initiatief op de rondzendbrief-Peeters van 16 december 1997, waarin de Vlaamse regering een strikte toepassing oplegt van de taalfaciliteiten. Hij klaagde erover dat de rechten van de Franstaligen geschonden werden in de zes Vlaamse randgemeenten met taalfaciliteiten. In zijn klacht stipte hij aan dat België, wegens verzet van de Vlamingen, het Kaderverdrag van de Raad van Europa over de Bescherming van Nationale Minderheden van 1 februari 1995 nog niet geratificeerd had.

In het verslag van zijn bezoek aan België deed Columberg enkele controversiële aanbevelingen. De Vlaamse regering kreeg de raad de rondzendbrief-Peeters in te trekken. Aan de federale regering suggereerde de Zwitser referenda te houden over de invoering van de tweetaligheid in heel België en over de aanhechting van de zes randgemeenten bij Brussel. Na een offensief van de Vlaamse delegatie keurde de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa op 25 september 1998 een afgezwakte versie van het rapport-Columberg goed. De paragrafen over de rondzendbrief-Peeters en de referenda werden geschrapt. De Parlementaire Vergadering behield wel de aanbeveling het Kaderverdrag te ratificeren.

Op 31 juli 2001 ondertekende de minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, het Kaderverdrag. Hij deed dat niet om Clerfayt ter wille te zijn, maar omdat de Franstalige christen-democraten dat hadden geëist in ruil voor hun stemmen, die paars-groen nodig had om de Lambermont-staatshervorming door het parlement te krijgen.

Nog vóór de ondertekening van het Kaderverdrag had Clerfayt er zich bij de Raad van Europa over beklaagd dat België weigerde de aanbevelingen van Columberg - en de toetreding tot het Kaderverdrag in het bijzonder - uit te voeren. De commissie voor Juridische Aangelegenheden en Mensrechten stuurde in september 2001 Lili Nabholz-Haidegger op pad om informatie in te winnen over de bescherming van de minderheden in België. De Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa keurde haar rapport een jaar later (26 september 2002) goed. Volgens het rapport vormen alleen de Duitstaligen een nationale minderheid, maar moeten de Franstaligen in Vlaanderen en de Vlamingen in Wallonië als een regionale minderheid worden beschouwd. België kreeg de aanbeveling het Kaderverdrag zonder verder uitstel te ratificeren. De Vlaamse regering en het Vlaams Parlement bevestigden hun verzet daartegen.

Deels als reactie op de stemming in de Parlementaire Vergadering dienden zeven lokale mandatarissen van vijf partijen uit Brussel en de Vlaamse rand op 27 september 2002 bij de Raad van Europa een petitie in. Daarin klaagden ze over de taaltoestand in de Brusselse ziekenhuizen en bij de medische hulpdiensten. Ze stellen dat artsen, verplegers en hulpverleners nauwelijks of zelfs geen woord Nederlands spreken, met alle gevolgen en risico's vandien voor Vlaamse patiënten.

De commissie voor Juridische Aangelegenheden en Mensenrechten zond de Let Boriss Cilevics naar Brussel. Uit de gesprekken die hij hier op 10 september 2003 voerde, besloot hij dat de 'feitelijke Franstaligheid' in de Brusselse ziekenhuizen een ernstig probleem vormt. Omdat het niet om een juridisch maar om een gezondheidsprobleem gaat, besliste de commissie op zijn voorstel om het dossier naar de commissie voor Sociale Zaken te verwijzen.

In opdracht van die commissie komt Minodora Cliveti een grondig onderzoek instellen naar de taaltoestanden in de Brusselse ziekenhuizen en urgentiediensten. Ze spreekt met onder anderen de indieners van de petitie, enkele Vlaamse en Franstalige politici (onder wie minister-president Yves Leterme) en de Franstalige bestuurders van Iris, de koepel van de Brusselse openbare ziekenhuizen. Cliveti brengt ook een bezoek aan enkele ziekenhuizen en aan de dienst voor dringende medische hulp.

In haar reistas zit ook een 'tegenpetitie' van enkele Franstalige politici uit de Vlaamse rand. Zij klagen erover dat de provincie Vlaams-Brabant vrouwen van boven de vijftig alleen in het Nederlands uitnodigt voor een gratis borstkankeronderzoek. Ook met hen heeft Cliveti een gesprek.

Mark DEWEERDT

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud