Rechters als klimaatredders

Senior writer

Het klimaat redden mag niet de verantwoordelijkheid zijn van individuele rechters. Dat is een zaak voor de politieke beleidslui, en ze dienen die ernstig te nemen.

Op de aandeelhoudersvergadering van de Nederlands-Britse oliegroep Shell beten de klimaatactivisten vorige week in het zand. Hun voorstel van resolutie om het bedrijf aan te manen tot een ambitieuzer klimaatbeleid kreeg niet de steun van de meerderheid van de aandeelhouders. Maar woensdag haalden ze hun gram. De rechtbank in Den Haag verplicht Shell om zijn klimaatdoelstellingen fors aan te scherpen en zijn uitstoot van broeikasgassen met 45 procent te verminderen tegen 2030. De zaak was aangespannen door een milieuorganisatie.

Het is een opmerkelijke uitspraak. Eerder al gebood een rechter in Nederland de regering in Den Haag ambitieuzere klimaatdoelstellingen te behalen. Hij verwees naar internationale verdragen die het land geacht wordt te respecteren. Maar dat een rechtbank een klimaatdictaat oplegt aan een private onderneming, gaat een flinke stap verder. Het heet zelfs een wereldprimeur te zijn.

De rechtbank veegt Shells argument van tafel dat het als bedrijf geen partij is bij het Klimaatakkoord van Parijs, dat tussen landen is gesloten, en dat het dus niet rechtstreeks gebonden is door die afspraken. Zonder de volle medewerking van bedrijven als Shell kunnen de afgesproken doelstellingen niet worden gehaald, zei de rechter. De oliegroep heeft dus wel degelijk een concrete verantwoordelijkheid, klonk het oordeel.

Deze rechterlijke uitspraak is een krachtig signaal dat bedrijven de klimaatzaak, en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, ernstig moeten nemen.

Shell liet al weten in hoger beroep te zullen gaan. Want deze rechterlijke uitspraak grijpt stevig in op de strategie die het bedrijf moet voeren  - Shell had al een klimaatplan, dat minder verregaand was. Ook kan het vonnis een impact hebben op de financiële resultaten in de komende jaren en op de dividenden voor de aandeelhouders.

Niettemin is dit een krachtig signaal dat bedrijven de klimaatzaak, en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, ernstig moeten nemen.  De druk neemt toe, van klanten, van aandeelhouders, van andere stakeholders. Nu dus ook van rechters. En aan hun druk valt niet te ontkomen.

Deze uitspraak, van één rechtbank, creëert een grote rechtsonzekerheid. Want ze heeft alleen betrekking op Shell. Maar wat betekent ze voor andere oliebedrijven en voor ondernemingen in andere sectoren, niet alleen in Nederland maar in de rest van de wereld? Krijgt dit precedent navolging? Overal, op dezelfde manier? Dat is heel onwaarschijnlijk. Het speelveld wordt zo heel ongelijk en erg onvoorspelbaar.

De klimaatverandering is een uitdaging die globaal aangepakt dient te worden. Landen moeten daar internationaal afspraken over maken, en regeringen moeten die vervolgens op een gecoördineerde manier omzetten in nationale regels voor hun burgers en hun bedrijven. Het is aan de politieke verantwoordelijken om dat beleid te voeren, het mag niet afhangen van individuele rechters.

De beleidslui moeten het klimaatdossier stevig in handen nemen. Een uitspraak zoals die van de rechtbank in Den Haag  is een aanmaning voor hen om daar snel ernstig werk van te maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud