België zou niet zonder de Europese Unie kunnen. Maar laat ons toch maar de rekenmachine bovenhalen nu de strijd om de Europese centen losbarst.

Straks gaan we die brexit nog missen, die lange worsteling met Londen die zo pijnlijk was en blijft dat ze de EU 27 nader tot elkaar bracht. Het ene land was bezorgd voor zijn vissers, het andere voor Gibraltar, nog een ander voor militaire verdeeldheid op het Europese continent. Sommigen zien in een pijnlijke brexit een afschrikkingsmiddel tegenover eurosceptici. Anderen, zoals in Vlaanderen, hameren al meer dan drie jaar op een zo vlot mogelijke handel en samenwerking. En toch werden de EU 27 nooit uit elkaar gespeeld. De chaos bleef in Londen. En stak het Kanaal nooit echt over.

Het scheidingsverdrag waarachter de EU 27 zich schaarde, toont daarom een glimps van wat de Europese Unie is. Ze is nog altijd uiterst bezorgd voor de vrede, ook in Noord-Ierland. Ze is bezorgd voor handel en economische samenwerking. Ze wil niet dat concurrentie wordt gevoerd op de kap van sociale en ecologische normen of consumentenbescherming.

Vechten om de macht

Zelden is het gevecht zo hevig als in het begin van de Europese legislatuur, als om de centen wordt gebikkeld.

Maar stilaan tekent zich weer een ander en ouder beeld af. Dat van landen die om de macht in Brussel vechten, al zijn ze straks met een minder. En zelden is het gevecht zo hevig als in het begin van de legislatuur, als om de centen wordt gebikkeld. Omdat ook in die centen de vraag wordt beantwoord welk Europa we willen.

In dat gevecht zijn er de ‘eenprocenters’ zoals Nederland, Oostenrijk en Duitsland, die willen dat het EU-budget krimpt tot 1 procent van het Europees bruto binnenlands product, ook al zijn er digitale plannen en klimaatambities, en laten de Britten een gat vallen. Er zijn de landbouwlanden, die niet willen dat het landbouwbudget krimpt of wordt ingeruild voor een klimaatbudget. Er zijn de oostelijke en zuidelijke landen die willen dat de cohesiesteun voor minder rijke regio’s overeind blijft. Er zijn de westelijke landen die het gehad hebben met Orban en co., en die graag minder budget laten stromen naar landen die de rechtsstaat met de voeten treden.

Geld

Tegelijk zijn andere gevechten bezig. In het Europees Parlement is de hegemonie van de Europese Volkspartij en de sociaaldemocraten voorbij. De Commissie-Von der Leyen zag de Franse commissaris - een vertrouwelinge van president Emmanuel Macron - sneuvelen in het parlement. En in de Raad zijn er na vijf jaar Donald Tusk nog altijd grote meningsverschillen over migratie, het afwerken van een bankenunie, een beter werkende eurozone, de rechtsstaat en de klimaatambitie. Zodra we niet meer met de Britten vechten, vechten we wel met onszelf.

Zodra we niet meer met de Britten vechten, vechten we wel met onszelf.

En dus ook over het geld. Zo hard de Nederlanders hameren op ‘geen cent extra’, zo neutraal staat België traditioneel in het midden van dat gevecht, ergens op het punt waar op het einde het compromis landt. Als uitgangspunt is dat voor een overwegend eurofiel, pragmatisch en klein land vaak een logische keuze geweest.

Toch zou het niet slecht zijn dat we ons duidelijker moeien in deze strijd. Ten eerste omdat België geen geld over heeft. En ten tweede omdat de interne EU-strijd te ernstig is. België zou moeten ijveren voor een EU die ambitieus is voor het klimaat en de digitale toekomst, maar tegelijk kijkt waar het met minder budget kan, zoals in landbouw of cohesiefondsen. Vanuit de visie dat we nooit zonder de EU zouden kunnen, en het dus belangrijk is dat ze met efficiëntie en focus werkt. Haal dus toch maar eens die rekenmachine boven.

Lees verder

Tijd Connect