Een relanceplan zal niet werken als het te zwaar inzet op koopkracht, zonder aandacht voor de vraag hoe de jobmotor weer op toerental komt.

Hoe geraken we zo ongeschonden mogelijk uit deze ellende? Met ziekenhuiscijfers die blijven dalen treedt die vraag dag na dag meer op de voorgrond. Tegen die achtergrond opent de Parti Socialiste het debat over de economische relance die dit najaar nodig wordt. Partijvoorzitter Paul Magnette pleit ervoor 30 miljard euro overheidsgeld - het mag voor hem ook een pak meer zijn - te spenderen aan koopkracht en steun voor sectoren zoals de horeca.

Het wordt een moeilijke discussie. Ten eerste omdat we nog volop bezig zijn met puin te ruimen, en dus nog niet overal kunnen beginnen na te denken over de heropbouw. Hoe kan je bijvoorbeeld nadenken over een relanceplan voor de horeca, als de cafés nog altijd geen klanten mogen ontvangen? Hoe kan je zinvol nadenken over een relanceplan voor de toeristische sector, als de grenzen dicht zijn? Het houdt steek iedereen eerst weer de kans te geven zaken te doen en dan te kijken waar en hoe de overheid kan helpen.

Een tweede reden waarom het lastig wordt, is dat er keuzes moeten worden gemaakt. In de financiële crisis nam iedereen aanvankelijk dezelfde maatregelen om de banken te redden, maar varieerde de reactie op de naschokken. Sommige landen als Nederland snoeiden bewust hard om daarna te kunnen bloeien. Andere temperden de besparingen, zoals België, en hebben nu minder buffers.

De gezinsuitgaven blijken in de Belgische economie een veel kleinere motor dan de exportmachine.

Dat patroon lijkt zich te herhalen. De manier waarop in ieder land de economische activiteit krakend tot stilstand kwam, was vrij gelijkaardig. Er zijn geen duizend manieren om iedereen in zijn kot te houden. De manier waarop de economie al even schurend en piepend weer op gang wordt getrokken, vereist wel weer keuzes. Die keuzes lijken nu de inzet te worden van het eerste postcoronarondje regeringsonderhandelingen.

Magnette lijkt veel overheidsgeld te willen spenderen aan koopkracht en de zwaarst getroffen sectoren. Dat reflecteert op een vrij directe manier de zorgen van zij die vrezen dit jaar werkloos te worden of failliet te gaan. Volgens de enquêtes van de Nationale Bank spreken we dan over een kwart miljoen Belgen. Onderzoek van de KU Leuven en de UAntwerpen toont bovendien dat in die zwaarst getroffen sectoren - evenementen, horeca en niet-voedingswinkels - veel kwetsbare werknemers werken. 

Of vooral inzetten op de koopkracht de goede relancestrategie wordt, is echter voer voor debat. Uiteraard moet worden voorkomen dat mensen wegzinken in armoede, maar minstens even belangrijk is de economische motor weer te doen aanslaan. En dan blijken de gezinsuitgaven in de Belgische economie een veel kleinere motor dan de exportmachine. Als de relance echt wil aanslaan moeten dergelijke pragmatische keuzes worden gemaakt, ook al zullen sommigen beweren dat dan geld naar de economie gaat en niet naar 'de mensen'. Dat dilemma is vals. Als de motor niet aanslaat, zullen genoeg mensen snel ontdekken dat de economie ook over hen gaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud