Relatieve democratie

algemeen hoofdredacteur

Het socialistische denkspoor van een klassieke tripartite zonder meerderheid, is de kiezer niet ernstig nemen. Er was en is nochtans een alternatief. Een regering waarbij links en rechts zich scharen achter één doel: relance.

'Een tripartite heeft een relatieve meerderheid.' Dat Paul Magnette creatief is met woordgebruik, moet je de PS-voorzitter nageven. 71 - of 72 met de afvallige PS'er Emir Kir erbij - Kamerzetels op 150 telt de formule van socialisten, liberalen en christendemocraten. Aan Nederlandstalige kant: 33 zetels op 88. Institutioneel creatief is het ook. In dat scenario krijgt de minderheidscoalitie van de ineengeschrompelde klassieke partijen het vertrouwen als een andere fractie (de groenen) bereid is zich te onthouden. Een meerderheid is relatief.

De voorzitter aan de Keizerslaan verhult met zijn term dat de keizer amper kleren aanheeft. De formatiepoging zonder mandaat van Magnette en Rousseau levert een krakkemikkige formule zonder draagvlak op. Op zich kan je er niet op tegen zijn dat ze, 543 dagen nadat de Zweedse regering is gevallen en meer dan een jaar na de verkiezingen, minder voor de hand liggende formules verkennen. Zo'n minderheidskabinet is een recept dat ook elders in Europa werd en wordt beproefd, al zijn die regeringen vaak allerminst krachtdadig. Maar als alles al is geprobeerd, waarom ons dan niet wagen op terra incognita? Verkiezingen zijn immers ook niet wenselijk. Er is na de gezondheidscrisis nood aan een regering die de economische crisis zo snel mogelijk indijkt. Bon amusement, in een verkiezingsklimaat.

Een regering met een as PS-N-VA? De weg ernaar toe was er. De wil niet. Het resultaat zal een minderheidsregering zijn die de verkiezingsuitslag niet au sérieux neemt. Democratie is blijkbaar ook relatief.

Het punt is dat niet alles echt al is uitgeprobeerd in die 13 maanden na 26 mei. Wat uit de stembusslag kwam, was duidelijk: de N-VA is aan Vlaamse kant en de PS is aan Franstalige kant veruit de grootste partij. Maanden van schaduwboksen volgden. Niet de grote verschillen in sociaal-economische visie waren het grootste struikelblok. Wel de schrik voor de achterban en niet durven te springen. Magnette moet als voorzitter opboksen tegen een opspelende Brusselse afdeling wiens voorzitter de N-VA consequent als fascistoïde bestempelt. Ook een radicaliserende vakbond, de FGTB, en de communistische PTB jagen Magnette van links naar linkser. De koudwatervrees om te springen en tegen een deel van de achterban in te gaan is te groot.

Met de coronacrisis hadden alle partijen nochtans de perfecte aanleiding om wel te springen. Een gezondheidscrisis zonder voorgaande bestieren, daarin vervagen de verschillen tussen links en rechts. Meer goed bestuur tout court is nodig. Ook het bestrijden van de economische crisis met welgekozen relance kan voor links en rechts een gemeenschappelijk doel zijn. Er is grote eensgezindheid over de partijen heen over een herwaardering van de zorgsector. Dat België tijdelijk een budgettair tekort kan toelaten als we dat inzetten voor productieve investeringen, ook dat is een punt waar links en rechts elkaar zouden kunnen vinden. Een regering met een as PS-N-VA? De weg ernaar toe was er. De wil niet. Het resultaat zal een minderheidsregering zijn die de verkiezingsuitslag niet au sérieux neemt. Democratie is blijkbaar ook relatief.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud