Senior writer

De vervuiler betaalt te veel voor zijn afvalwater. Er is nood aan meer transparantie over en controle op de waterfactuur en de verschillende bestanddelen ervan.

De vervuiler betaalt te veel. Uit een onderzoek van de Vlaamse Milieumaatschappij naar de kosten voor riolering blijkt dat de Vlaming via zijn waterfactuur gemiddeld een te hoog bedrag krijgt aangerekend voor de verwerking van zijn afvalwater. Voor het rioolbeheer, zeg maar.

Het zijn de watermaatschappijen die daarvoor instaan. Ze doen dat zelf via een filiaal of ze delegeren de taak naar de gemeenten die zich dan vaak organiseren in een apart intergemeentelijk samenwerkingsverband. Via de waterfactuur mogen ze daarvoor een bijdrage heffen: de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding.. Daarbij staan twee principes voorop. Eén: de vervuiler betaalt. Wie meer water verbruikt (dat na gebruik afvalwater wordt dat weer ingezameld en gezuiverd dient te worden) betaalt meer. Twee: het tarief moet in verhouding staan tot de kosten.

Met dat tweede principe, dat nochtans nadrukkelijk is vastgelegd in een decreet van de Vlaamse overheid, wordt een loopje genomen, blijkt uit het onderzoek van de Vlaamse Milieumaatschappij. Het tarief ligt in veel gevallen een pak hoger dan gerechtvaardigd door de kosten. Gemiddeld krijgt de waterverbruiker in Vlaanderen 25 procent te veel rioleringskosten aangerekend.

Dat geld wordt niet gebruikt voor extra investeringen in de rioleringsnetten. Een deel ervan is als dividend naar de gemeenten teruggevloeid. Om aan de vennootschapsbelasting voor intercommunales te ontsnappen, gebeurt dat nu bijna niet meer. Maar de gemeenten hebben andere manieren gevonden om het geld naar de gemeentekas te laten vloeien: in de vorm van vergoedingen voor achtergestelde leningen of van gebruiksvergoedingen. Het is een alternatieve belasting geworden. Daarvoor is de saneringsbijdrage echter niet bedoeld.

Er zijn ook rioolbeheerders die het te hoge tarief gebruiken om financiële reserves aan te leggen die in de toekomst geïnvesteerd kunnen worden. Maar die praktijk komt erop neer dat de huidige waterverbruikers de toekomstige subsidiëren. Ook dat is in strijd met het opzet van de saneringsbijdrage. De Vlaamse Milieumaatschappij maant de watermaatschappijen aan het principe te respecteren dat de gemeentelijke saneringsbijdrage enkel dient om de kosten van het rioolbeheer te betalen.

Uit dat onderzoek blijkt - nog een keer - dat het toevertrouwen van nutsdiensten aan ondoorzichtige intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die zichzelf op een complexe manier organiseren, er te vaak toe leidt dat de gebruikers te hoge kosten aangerekend krijgen. Het bewijst ook dat er nood is aan meer transparantie over en controle op de waterfactuur en de verschillende bestanddelen ervan, zodat het oneigenlijk gebruik onmogelijk wordt. De watermaatschappijen, de rioolbeheerders, de gemeenten en de gemeentelijke mandatarissen moeten het spel eerlijk spelen. Dat is toch niet te veel gevraagd?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud