'Robotten hebben het voordeel dat ze nooit staken'

ZWIJNDRECHT (tijd) - Voor Egemin wordt 2006 een scharnierjaar. Als alles volgens plan verloopt, wil de directie in 2008 naar de beurs. Egemin is een van de belangrijkste drie producenten van mobiele robotten ter wereld. Het Antwerpse bedrijf begon bijna zestig jaar geleden als hersteller van scheepselektriciteit. De afgelopen vijf jaar ruilde het resoluut zijn 'oude industrie' in voor 'nieuwe technologie'.

In 1947 richtte de familie Pomierski Egemin op als Electricité Générale pour la Marine et L'Industrie. Het bedrijf, met hoofdzetel in het Antwerpse schipperskwartier, was gespecialiseerd in het herstellen van scheepselektriciteit in de haven van Antwerpen.

In de jaren 50 en 60 legde Egemin zich toe op industriële elektrotechniek. Aan het einde van de jaren 60 begon het bedrijf met benzinestations te automatiseren. Dat leidde tot de eerste onbemande benzinestations. Met de intelligente lekdetectiesystemen voor ondergrondse brandstoftanks won het bedrijf de eerste prijs op de eerste Flanders Technology.

Donald Pans begon 25 jaar geleden zijn carrière bij Egemin. 'We hadden een systeem ontwikkeld waarmee we een kopje lekkende petroleum in een tank van 20.000 gallons onder de grond binnen een uur konden ontdekken', zegt een fiere gedelegeerd bestuurder. 'We hadden wereldtechnologie ontwikkeld met een instrumentje van 1.000 dollar. Maar we hadden niet het verstand en het geld om het wereldwijd te commercialiseren. We waren marktleider in de Benelux, maar dat draagvlak is onvoldoende om je ontwikkelingskosten te betalen. Je moet internationaal kunnen gaan. Tijdens de autoloze zondagen in de jaren 70 draaiden de grote petroleummaatschappijen in de Benelux plots de kraan dicht. Plots zaten onze 70 werknemers zonder werk. We hebben uiteindelijk onze productie verkocht aan de Compagnie Générale des Eaux. Die werkte wel internationaal en had een uitgebreid distributienetwerk.'

In de jaren 80 koos Egemin resoluut voor systeemintegratie. Maar in 1985 balanceerde de onderneming op de rand van een faillissement als gevolg van een onderkapitalisering, gebrek aan internationalisering en de ontwikkeling van te veel activiteiten die ieder op zich te klein gebleven waren. In 1987 trok de familie Pomierski zich terug uit het kapitaal. Sidmar stapte erin via Sidarfin (later Sidinvest), samen met het Zweedse Saab Automation. Pans: 'Met Saab hebben we hard gewerkt aan eigen ontwikkelingen waarvan de technologie nog steeds in onze producten is te vinden.'

Eind 1999 vond een management buy-out plaats en werd een nieuw businessmodel gelanceerd. Het bedrijf is nu voor 26,07 procent in handen van het management. De overige aandelen zitten bij Sofinim (Ackermans & van Haaren) (24,64%), Mercator (24,64%), KBC Private Equity (17,23%) en een privé-investeerder (7,36%).

Enkele weken geleden deed Egemin een belangrijke stap in het 'heroriënteren van de oude economie'. Egemin verkocht 49 procent van zijn recentelijk afgesplitste divisie industriële elektrotechniek, Egemin ECS, aan het Belgische bedrijf GACS. ECS is gespecialiseerd in hoog- en laagspanning, domotica, computernetwerken, automatisering in gebouwen en beveiliging. 'Door onze krachten te bundelen met GACS, een specialist in verwarmingsinstallaties, ventilatiesystemen en airconditioning, kunnen we ons beter profileren als een grote Benelux-speler', zegt directeur innovatie Jan Vercammen.

Pans: 'Het partnerschap met GACS is fantastisch. We hebben nu een echte divisie gebouwenautomatisatie die niet de ambitie heeft te verkopen in Mexico of Nieuw Zeeland, maar als hoofddoel heeft de beste te zijn in de Benelux. Eigenlijk waren we niet van plan ECS dit jaar al te verkopen. Tot we GACS ontmoetten. In twee maanden was de deal rond. We gaan ons eerst verloven. Dan pas trouwen. Maar er is geen enkele verplichting.'

Vandaag is Egemin een van de belangrijkste drie producenten van automatisch geleide voertuigen. Vercammen: 'Het zijn op maat gemaakte mobiele robotten zonder bestuurder die producten naar productielijnen of van de assemblage naar de magazijnen vervoeren. Ze kunnen automatisch goederen uit de rekken halen en samenwerken met lopende banden, kranen, palletiseerautomaten en verpakkingsmachines. We doen ook het beheer van die transportsystemen.'

Pans: 'De componenten voor die voertuigen kopen we in. De ontwikkeling en de assemblage doen we in België en de VS. We werken daarvoor samen met het constructiebedrijf Perdaen in Sint-Niklaas. De technologie ontwikkelden we in samenwerking met de KULeuven en Imec. Samen met hen bouwden we een uniek navigatiesysteem waardoor de robotten kunnen rondrijden zoals mensen. Robotten hebben het voordeel dat ze nooit staken, de klok rond kunnen werken in soms mensonvriendelijke omstandigheden, nooit zwanger worden, niet bij de vakbond zijn en geen loonopslag vragen. Onze robotten worden ingezet in diepvriesmagazijnen bij -32 graden Celsius en in nucleaire zones in de kerncentrale van Doel. Bedrijven die in drie shifts draaien, hebben zulke robotten in anderhalf tot twee jaar terugbetaald. We danken Frankrijk voor de 35-urige werkweek. Om competitief te blijven, kan West-Europa niet anders dan overschakelen op een 24-uurseconomie. De markt voor die robotten beleeft een boom. Vandaag hebben we wereldwijd meer dan 4.000 robotten rijden. DaimlerChrysler gebruikt ze voor het interne transport van onderdelen in zijn productie, Unilin voor het vervoer van parketvloeren tussen productie en magazijn, Janssen Pharmaceutica in zijn Europees distributiecentrum. Onze robotten zijn niet te vergelijken met de klassieke ABB-robots die je bij de autofabrikanten aantreft. Bedrijven zoals Siemens of ABB zijn niet geïnteresseerd in die nichemarkt. De enige wereldspelers zijn wij, een Amerikaans en een Zwitsers bedrijf.'

Een ander nicheproduct van Egemin zijn volautomatische vloerkettingbanen. Ze worden gebruikt in distributiebedrijven, postsorteercentra en bloemenveilingen. Met de vloerkettingbanen komt brievenpost in de juiste volgorde de sorteermachines binnen en passeren karren met bloemen in de goede volgorde op de bloemenveilingen langs de kopers. Ook het beheer van de achterliggende automatisering, inclusief identificatie via radiofrequentie (RFID) en de lokalisatie vanuit het magazijn, is Egemin-technologie. Pans: 'We werken voor Royal Mail, de Deense post, Deutsche Bahn, ABX en voor 90 procent van alle bloemenveilingen ter wereld. We zijn al dertig jaar in de sector actief en mogen ons gerust de Europese marktleider noemen. Ons robotproduct, 20 procent van de omzet, is vooral een antwoord op de stijgende loonkosten, een probleem van West-Europa. De vloerkettingbaan, 15 procent van onze omzet, is meer een antwoord op organisatie. Centraal-Europa is een gigantische markt. Daar begint men pas te produceren en te distribueren.'

Egemin levert ook software voor industriële automatisering zoals het transport van vloeistoffen en het vermengen van vloeistoffen en poeders voor de chemische, de voedings- en farmasector. Een belangrijke groeimarkt, zegt Vercammen, is de traceerbaarheid van producten in de voedingssector. 'Na de dioxinecrisis besliste Europa de voedselketting beter te controleren. Sinds januari 2005 is de nieuwe European Food Law van kracht. Die wet zegt dat je elke plak ham die je vandaag op je boterham legt, moet kunnen traceren. Waar komt het vlees vandaan, van welke groothandel, van welk varken, wie heeft het verpakt, wie heeft het vervoerd, welk eten heeft het varken gekregen en waar komt het vandaan? Wij hebben systemen die het hele proces kunnen traceren. Het grootste slachthuis voor varkens in Europa, het Nederlandse Dumeco, heeft een Egemin-systeem in huis. Nu hanteert Europa nog een gedoogbeleid, maar vanaf 2007 moet elk voedingsbedrijf de traceerbaarheid kunnen aantonen. Voor die technologie hebben we een belang van 25 procent in Produmex, een productontwikkelingsbedrijf dat vroeger op Nasdaq noteerde. Het bedrijf heeft zijn research bij ons. Zij leveren het product. Wij doen de consulting en de installatie.'

Pans: 'Egemin haalt nu 50 procent van zijn omzet uit klassieke automatisering, producten van derden waarin onze toegevoegde waarde beperkt is. De andere 50 procent komt van eigen producten. Op termijn willen we gaan naar 75 procent eigen producten. Een volledige desinvestering van onze divisie installatietechniek ECS behoort tot de mogelijkheden. Tegen eind 2007, begin 2008 willen we focussen op drie activiteiten: consultancy - we hebben nu 55 consultants - eigen technologie, en dienst na verkoop. Zodra we zover zijn, moeten we voor onze verkoop ook naar de Aziatische landen waar de licentieverkoop is begonnen via onze vestiging in Sjanghai. Dan is het mijn droom geld op te halen op de beurs. Om marktaandeel te kopen. Om te groeien. Om groter te worden. Dat kan alleen met het juiste profiel en een duidelijk plan. Het zal lukken. Misschien is het tegen dan interessant de bedrijven te kopen waarin we nu een minderheid hebben. Je moet aan de markt kunnen zeggen: dat zijn de centen die we nodig hebben, dat gaan we er mee doen, en dat zal de rendabiliteit zijn zodra we die centen gebruiken. Die beursgang moet het sluitstuk worden van onze reconversie van de oude naar de nieuwe economie.'

Bij het afscheid loodst Pans ons door de nieuwe kantoorruimtes waar de rode bedrijfskleur de overhand heeft. 'We vinden het belangrijk dat onze mensen werken in een gezellige omgeving. We werken met veel hooggekwalificeerde werknemers en bijna 300 ingenieurs. Die mensen moeten je koesteren. Ze kunnen overal aan het werk. Waarschijnlijk worden ze elders zelfs meer betaald. Iedereen werkt hier draadloos, heel flexibel, met portables. Sommige vrouwen met kinderen werken geregeld thuis. Het zijn vaak onze beste programmeurs. Wanneer de mensen beginnen werken of stoppen met werken is niet zo belangrijk. Als het werk maar goed is. En op tijd klaar.'

Marc DE ROO

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud