De zesde staatshervorming heeft het voordeel dat ze het communautaire van de politieke agenda heeft gehaald. Maar de uitvoering ervan blijkt een rotwerk.

Het droeve lot van verbouwingen is dat ze meestal langer duren en duurder uitvallen dan gepland en onverwachte problemen opleveren. Zo is het ook met de renovatie van de Belgische staat in de zesde staatshervorming. Dit jaar zullen veel Belgen langer moeten wachten vooraleer hun belastingaangifte van hun inkomsten van 2014 is verwerkt. Waarom? Omdat de zesde staatshervorming de fiscaliteit nog complexer heeft gemaakt.

Het is niet het eerste probleem. Er waren al overgangsmoeilijkheden met de regulering van energie, met aanbestedingen van dienstencheques, met de begeleiding van werklozen. Eerder deze maand moest de regering experts inhuren om uit te zoeken wat nu eigenlijk is beslist over het indexeren van de huurprijzen. Belastingen op een buitenverblijf bleken begin dit jaar plots lager dan die op de gezinswoning. En nu, negen maanden nadat koning Filip de 82 wetten heeft ondertekend die de zesde staatshervorming moeten uitvoeren, zit de fiscus met de handen in het haar.

Mogen we er nog eens aan herinneren dat een van de doelstellingen van de staatshervorming was te komen tot ‘homogene’ bevoegdheden, wat de dingen simpeler moet maken. Naarmate de zesde staatshervorming concreet wordt, blijkt dat het niet altijd zo eenvoudig loopt.

Toch is het gevaarlijk om in al die pijnlijke details het grote verhaal uit het oog te verliezen. Ondanks al haar tekortkomingen - zoals een ontgoochelend luik over Brussel - heeft de zesde staatshervorming één grote verdienste: ze maakte een eind aan een periode van politieke crisis die in 2007 begon toen Yves Leterme (CD&V) de federale macht van paars brak en die pas eind 2011 eindigde toen onder druk van de financiële markten PS-voorzitter Elio Di Rupo een klassieke tripartite op de been kreeg, staatshervorming inbegrepen.

Beide stormen zijn sindsdien gaan liggen. De tijd van dodelijk hoge rentes is al even voorbij. De tijd dat weken aan een stuk over BHV, over ‘vette vissen’ en over ‘borrelnootjes’ werd gesproken ligt gelukkig alweer een poos achter ons.

Net daarom kan het sinds de regering-Di Rupo en de regering-Michel weer voluit over sociaal-economisch beleid gaan. Voor een land dat nog altijd meer uitgeeft dan het inkomsten heeft en voor miljarden extra vergrijzingsuitgaven staat, is dat geen overbodige luxe.

Alleen is het wrang dat ook dat minder lijkt te lukken dan verwacht. Wie dacht dat er na de vorming van een centrum-rechtse regering eindelijk knopen zouden worden doorgehakt om de Belgische economie weerbaarder te maken, kwam tot nu toe bedrogen uit. Het gaat, mede door de nervositeit bij CD&V, verschrikkelijk traag.

En zo gaat het ook met die zesde staatshervorming, die de overheid beter, efficiënter en simpeler moet maken. Ook het bewijs dat burgers nu inderdaad beter af zijn, loopt helaas maar bijzonder traag binnen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud