's Lands Glorie: Atomium had Eiffeltoren moeten worden

(tijd) - Het heeft niet veel gescheeld of België had vandaag zijn eigen - zij het omgekeerde - Eiffeltoren op de Heizelvlakte waar nu het trotse Atomium staat. Het Brusselse broertje van de Parijse Eiffeltoren zou er gestaan hebben als de commissaris-generaal van de Expo '58 in 1954 zijn zin had gekregen. In dat jaar nam die met dat doel contact op met ingenieur-architect André Waterkeyn. Maar Waterkeyn vond het idee van de commissaris-generaal naar eigen zeggen maar onnozel en besloot met iets originelers uit te pakken.

De vandaag 85-jarige André Waterkeyn, toen 37 jaar oud en ingenieur bij Fabrimetal, wilde per se iets dat de 2Oste eeuw karakteriseerde en een eerbetoon zou zijn aan de wetenschappelijke vooruitgang. Wetenschap was niet voor niets het hoofdthema van de Expo '58. Door zijn werk bij Fabrimetal was Waterkeyn vertrouwd met de moleculaire structuur van verschillende metalen.

Hij besloot daarom een ijzermolecule 165 miljard keer uit te vergroten en van die constructie het centrale gebouw van wereldtentoonstelling te maken. Uit alle molecules koos hij de ijzermolecule omdat hij die de mooiste vond. Waterkeyn doopte zijn kind het Atomium. Geen haar op zijn hoofd dat er toen aan dacht dat zijn werk in de volgende jaren en decennia zou uitgroeien tot één van de symbolen bij uitstek van België.

Het Atomium, een stalen gevaarte van 102 meter hoog en 2.400 ton zwaar dat rust op één van in totaal negen bollen van 18 meter diameter, verbaasde de wereld. Naast het Atomium verrezen op de Wereldtentoonstelling nog andere imposante gebouwen zoals de Eternit-toren, het Marie Thumas-gebouw en het PTT-paviljoen. Maar geen kon qua uitstraling tippen aan het Atomium. De trots van Waterkeyn had eigenlijk nog voor het einde van de Expo gedemonteerd moeten worden, maar het staat er vandaag nog altijd. Tot grote vreugde van Waterkeyn zelf, die ervan overtuigd is dat zijn constructie onverwoestbaar is.

Toch moet ook Waterkeyn vandaag toegeven dat de bollen in de loop der jaren van hun oorspronkelijke glans hebben verloren. Onverwoestbaar zijn de bollen misschien wel, maar toch zit er al jaren op elk gebied sleet op het Atomium. Volgens sommigen is het zelfs tot op de draad versleten, ook en vooral als gevolg van jarenlange verwaarlozing. De lijst met gebreken is eindeloos: er is een slechte verluchting, het water sijpelt binnen, het ijzer roest, gehandicapten kunnen er nog altijd niet binnen, enzovoort. Charmant is het natuurlijk wel: bij sterke wind piept en kraakt het Atomium in al zijn voegen en bewegen de bollen met de wind mee.

Ondanks de tekenen van verwaarlozing is en blijft het Atomium tot op vandaag één van de belangrijkste toeristische attracties van het land, naast Manneken-Pis en de Leeuw van Waterloo. Jaarlijks maken 300.000 bezoekers de tocht door de bollen. Opmerkelijk is dat slechts 10 procent van die bezoekers uit ons eigen land komt, de meesten daarvan dan nog scholieren op schoolreis. Het scenario van het bezoek is al sinds jaar en dag hetzelfde. Wie de onderste bol, die dienst doet als ingangshal van het paradijs van de wetenschap, binnenkomt, wordt daar meteen lastiggevallen door een reuzenmarsipulami die om onduidelijke reden tegen betaling met iedere bezoeker op de foto wil. Het verband tussen de stripfiguur en het Atomium is nooit echt duidelijk geweest.

De bezoekers worden in wat ooit één van de snelste liften ter wereld was, naar de bovenste bol van het Atomium gebracht. Zij krijgen daar een uniek vergezicht over Brussel en omgeving. Na dat goeie begin in de bovenste bol - eventueel gecombineerd met het obligate bezoek aan het ondertussen gesloten restaurant 'Chez Adrienne' - ging het tot voor enkele maanden alleen maar bergaf, letterlijk en figuurlijk. Na de bovenste bol volgde een snelle tocht te voet naar beneden, van bol naar bol langs roltrappen en gewone trappen, daar waar de roltrappen defect waren. Geen enkele goeie reden om nog ergens halt te houden want veel was er toch niet te zien. Wat mager voor een toeristische attractie die een stuk van het imago van België in het buitenland bepaalt. En dat is dan nog een understatement, als we Diane Hennebert, de nieuwe directrice van de VZW Atomium mogen geloven. 'Een bezoek aan het Atomium loonde de jongste twintig jaar nauwelijks de moeite', zegt ze. 'De mensen liepen hier maar wat te staren naar de lege muren van de al even lege bollen. Het enige wat er was, waren de bollen zelf, een restaurant en een souvenirwinkel. Voor de rest was er niets. Een enorm contrast met de glamour van 1958 toen sterren van overal ter wereld een bezoek brachten aan dit kunststuk en de jonge koning Boudewijn de Expo opende. Toen ik hier aankwam, heb ik met groepjes toeristen mee de rondleiding gedaan. Japanners en Amerikanen hadden geen flauw benul wat het Atomium en Expo '58 betekenden en er was ook niemand die het hen uitlegde. Nergens waren er informatiepanelen. Voor hen was het Atomium, de bekendste toeristische trekpleister van België voor buitenlanders, een curiosum zonder geschiedenis, niets meer of minder.'

Hoe het komt dat België zijn in het buitenland bekendste erfgoed zo lang en zo intens heeft verwaarloosd, weet niemand precies. Hennebert zegt dat ze het ook niet begrijpt. 'Ik kan er alleen maar naar raden. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat het Atomium een symbool van België is en sommigen het Atomium en België liever kapot zien? Feit is dat er tot voor kort nooit geld was om het Atomium opnieuw die uitstraling van weleer te geven.'

Maar er is nu opnieuw hoop voor het Atomium. De federale regering heeft eind vorig jaar besloten om 15 miljoen euro voor de restauratie vrij te maken. De resterende 5 miljoen die nodig zijn om de negen bollen weer te laten glanzen als in 1958, hoopt de VZW te krijgen via een lening bij de banken. Werklui zijn nu al bezig het Atomium opnieuw waterdicht te maken. De verantwoordelijken schatten dat het Atomium binnen twee jaar weer zal glanzen als nieuw. Ook binnen zullen de negen bollen beter aangepast worden aan de noden van de tijd: er komen twee moderne restaurants, polyvalente vergaderzalen en in één bol zullen kinderen les kunnen volgen over Brussel en de Europese Unie.

De toegang wordt gemoderniseerd zodat het Atomium veel meer mensen dan nu tegelijk kan ontvangen. Op dit moment kunnen maar 23 mensen tegelijk in de lift en dat zorgt op drukke dagen voor lange wachttijden. Streefdoel is om één miljoen bezoekers per jaar naar het vernieuwde Atomium te lokken, meer dan drie keer zoveel als nu het geval is.

In afwachting van al die mooie vooruitzichten, is er vandaag toch ook al weer iets te bezichtigen in het Atomium. Uit alle hoeken en kanten van het land en uit het buitenland heeft Diane Hennebert voorwerpen uit de expo-periode bij mekaar gezocht. Ze staan nu tentoongesteld in de bollen. De tentoonstelling heeft drie krachtlijnen: de jaren vijftig, de Expo '58 zelf en de bouw van het Atomium. Het resultaat is dat je je vandaag in het Atomium veeleer in een teletijdmachine waant die gestopt is in de jaren '50 dan in het paradijs van de wetenschap. 'De Fifties zijn in bij de jeugd', zegt Hennebert. 'En de ouderen komen kijken uit nostalgie. De tentoonstelling loopt al zes maanden en eind juni waren er al 400.000 bezoekers in het Atomium geweest. Meer dan anders in een heel jaar. 'We gaan ervoor zorgen dat hier vanaf nu altijd iets te doen is en dat het Atomium ook voor de Belgen weer hip wordt. We zouden graag hebben dat zij ook terug komen', zegt Hennebert.

De Brusselse burgemeester, Freddy Thielemans, ziet alvast een grootste toekomst voor het Atomium. Volgens hem heeft de hele Heizelvlakte een fantastisch potentieel als centrum van ontspanning als de bestaande attracties (Kinepolis, Bruparck, Koning Boudewijnstadion, Océade, Amerikaans Theater, Trade Mart en het Planetarium) maar beter met mekaar gelinkt zouden worden. Thielemans heeft beloofd dat hij de verantwoordelijken met mekaar aan tafel zou brengen.

Mark EECKHAUT

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect