's Lands Glorie: Het tweede leven van de IJzertoren

(tijd) - 84 meter hoog balt de IJzertoren zijn windomwaaide kruiskop als een vuist boven het polderland. Een baken op de lange weg van de Vlaamse ontvoogding en zelfstandigwording. Maar ook een teken van tegenspraak en verdeeldheid onder de Vlamingen. 'Wij willen dat de IJzertoren een monument voor heel Vlaanderen en voor alle Vlamingen wordt', zegt Dirk Demeurie, de secretaris van het IJzerbedevaartcomité. Met het museum dat sinds vorig jaar in de gerestaureerde toren werd ingericht en andere initiatieven, zoals het Vredesconcert, lijkt de IJzertoren aan een tweede leven begonnen te zijn.

De historische fundamenten van de IJzertoren liggen in de Westhoek, waar het ontredderde Belgische leger zich na de Duitse inval in de zomer van 1914 had teruggetrokken en vier jaar lang een stellingenoorlog werd uitgevochten. Bovenop de dagelijkse ellende van modder en gevaar, ondergingen de duizenden Vlaamse dienstplichtigen en vrijwilligers de vernedering en verdrukking van een hoofdzakelijk Franstalige legerleiding. Het versterkte hun Vlaams bewustzijn. In de loopgraven van de IJzer ontstond de Frontbeweging, met een drievoudig naoorlogs programma: zelfbestuur - nooit meer oorlog - godsvrede.

Op initiatief van een 'Huldecomité' kwamen op 5 september 1920 aan het graf van Joe English in Steenkerke (Veurne) enkele honderden oud-frontsoldaten bijeen, om er hun strijdmakker te herdenken, die in augustus 1918 was gestorven. De bijeenkomst wordt beschouwd als de eerste 'Bedevaart naar de graven van de IJzer'. De daaropvolgende jaren verzamelden de oud-soldaten in Steenstrate, Westvleteren en Alveringem.

Vanaf 1924 had de IJzerbedevaart plaats in Diksmuide, waar het 'Huldecomité' een stuk grond langs de IJzer had gekocht, met de bedoeling er rond een plat monument de Heldenhuldezerkjes bijeen te brengen die op de vele kerkhoven in de Westhoek stonden. De door English ontworpen zerkjes - een Keltisch kruis, met het AVV-VVK-monogram en de wiekende blauwvoet - waren vanaf 1916 op het graf van de gesneuvelde Vlaamse soldaten geplaatst, zodat ze niet onder het 'Mort pour la Patrie' begraven hoefden te worden.

Op 26 mei 1925 werden op bevel van het ministerie van Landsverdediging meer dan vijfhonderd Heldenhuldezerkjes vernield en gebruikt als fundering voor wegen op enkele militaire begraafplaatsen. De verontwaardiging was groot. De intussen opgerichte VZW 'Bededevaart naar de Graven van de IJzer' wijzigde haar plannen en besliste in Diksmuide een groot Heldenhuldekruis te bouwen.

In een architectuurwedstrijd werd het ontwerp van de gebroeders Robert en Frans van Averbeke bekroond, die zich lieten inspireren door English en een 35 meter hoge toren met een kruiskop ontwierpen. Het IJzerkruis dat in 1928-1929 werd gebouwd, werd uiteindelijk 50 meter hoog. Het werd in 1930 ingewijd tijdens de IJzerbedevaart, die intussen was uitgegroeid tot een massale radicaal-Vlaamse en vredesmanifestatie. In de crypte onder de toren werd in 1932 het stoffelijk overschot van acht frontsoldaten - de IJzersymbolen - bijgezet. De bouw van de Toren had meer dan 1 miljoen frank gekost. Het geld was ingezameld op de IJzerbedevaart en op propaganda-avonden in heel Vlaanderen. Meer dan 250 gemeentebesturen schonken een toelage.

Door de collaboratie van een deel van de Vlaamse Beweging was de IJzertoren tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan ooit een doorn in het oog van de Belgischgezinden geworden. Op 16 juni 1945 overleefde de Toren een eerste aanslag. In de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd hij met een zware dynamietlading helemaal vernield. De aanslag werd uitgevoerd door de ontmijningsdienst van het Belgische leger, maar de opdrachtgevers bleven onbekend. Twaalf verdachten werden buiten vervolging gesteld.

Over de vraag of de IJzertoren herbouwd moest worden, ontstond een controverse. Sommigen vonden dat het puin van de vernielde Toren bewaard moest blijven als aanklacht tegen de Belgische Staat. De Leuvense hoogleraar Van Humbeeck tekende een plan om een toren van liefst 350 meter hoog te bouwen. In 1952 hakte het IJzerbedevaartcomité de knoop door: er zou een nieuwe toren komen, hoger dan, maar in dezelfde kruisvorm als de eerste. Nog hetzelfde jaar werd de eerste steen gelegd.

De bouw sleepte lang aan. De tweede IJzertoren toren werd pas in 1965 ingewijd. Voor de financiering kon alweer een beroep worden gedaan op de vrijgevigheid van duizenden Vlamingen en tientallen gemeentebesturen. De Belgische Staat keerde 15 jaar lang een subsidie van 1 miljoen frank uit. In 1986 erkende het Vlaams Parlement de IJzertoren bij decreet als Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding.

De tweede IJzertoren was jarenlang weinig meer dan het gedenkteken waarrond de jaarlijkse IJzerbedevaart plaatshad. Het kleine museum, dat een onvolledig en weinig objectief beeld gaf van de Frontbeweging en de geschiedenis van de IJzerbedevaart, en het panorama bovenop de Toren trokken weliswaar nogal wat bezoekers aan, maar hun aantal verminderde van jaar tot jaar. In 1990 waren er nog 45.000. Vijf jaar later geen 27.000 meer.

Het besluit van de Vlaamse regering van 10 november 1992 de IJzertoren als monument te beschermen, was een keerpunt. Door de bescherming kon het IJzerbedevaartcomité een beroep doen op overheidssubsidies voor de broodnodige restauratie.

'Wind en regen hadden de IJzertoren zwaar aangetast', zegt Dirk Demeurie, sinds 1 september 1993 secretaris van het IJzerbedevaartcomité. 'Aanvankelijk was het de bedoeling enkel de buitenkant te restaureren. Enkele mensen in het Bedevaartcomité vonden dat, als er een inspanning werd gedaan om de Toren te bewaren, er ook inhoud aan moest worden gegeven. Er werd beslist een nieuw, groter museum in te richten.'

De restauratie is voltooid. Het museum is sinds vorig jaar ingericht. Voor de invulling ervan stond een werkgroep in, onder leiding van historicus Luc de Vos, als garantie voor een objectieve aanpak. 'Het is een museum voor een breed publiek', legt Demeurie uit. 'De teksten zijn ondergeschikt aan het beleven, aan het beeld en de klank. Ze werden geschreven door een jeugdauteur, zodat ze voor iedereen begrijpbaar zijn. Een derde van onze bezoekers zijn scholieren. De IJzertoren als Memoriaal van Vlaamse Ontvoogding behoort trouwens tot de eindtermen van het basisonderwijs. Alles is historisch verantwoord en objectief. Wij hebben nog maar weinig bemerkingen gekregen, noch van links, noch van rechts.'

'Oorlog - Vrede - Vlaamse ontvoogding': de naam van het museum geeft de drie thema's ervan aan. Een bezoek begint met een dertien minuten durende video over de Eerste Wereldoorlog. Na de voorstelling gaat het met de lift naar de 'Panoramazaal' op de hoogste - 22ste - verdieping. De naam verwijst niet alleen naar het weidse uitzicht dat men er over de Westhoek heeft, maar ook naar het 100 vierkante meter grote geschilderde panorama dat er hangt en toont hoe de frontstreek er in 1914-1918 uitzag.

Dalend langs de 500 treden van de centrale trap, klimt de bezoeker, verdieping per verdieping, in de geschiedenis van de Vlaamse ontvoogding op. Hij staat oog in oog met de eerste strijders voor het behoud van de Nederlandse taal, hoort studenten flamingantische strijdliederen zingen, zoekt zijn weg in een loopgracht, loopt langs de vernederlandste universiteit van Gent en komt in de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse repressie terecht. Twee verdiepingen, die nu aan Guido Gezelle zijn gewijd, zijn 'reserveverdiepingen' voor de ontwikkelingen na 1950. 'Wij wachten hiervoor op de realisatie van het plan van de Vlaamse regering een Museum van de Vlaamse Ontvoogding op te richten, waarvan het logisch zou zijn dat wij daar ten minste een onderdeel van zijn', zegt Demeurie.

Twee verdiepingen zijn gewijd aan het pacifisme en de kinderrechten. Op de eerste verdieping hangt het Gulden Doek van Vlaanderen, waarop Hendrik Luyten in de jaren 1930 een honderdtal Vlaamse Bewegers afbeeldde, en hebben wisselende tentoonstellingen plaats. Tot het einde van het jaar is er een opmerkelijke verzameling soldatenkunst uit 1914-1918 te bekijken.

'Met het museum dragen wij onze drievoudige boodschap: vrijheid, vrede, verdraagzaamheid - de hertaling van: zelfbestuur, nooit meer oorlog, godsvrede - niet enkel meer op die ene IJzerbedevaartdag uit, maar ook de rest van het jaar, en bereiken wij een ander, breder publiek. Om diezelfde reden hebben wij jaarlijkse 11-novemberherdenking geherwaardeerd, geven we lesteksten uit voor het basis- en secundair onderwijs, organiseren wij tentoonstellingen en sinds dit jaar ook een vredesconcert.'

Het concert 'Ten Vrede' van 25 mei op de weide van Diksmuide was in het Bedevaartcomité niet onomstreden. Een minderheid vond het weinig smaakvol op die plek een commercieel evenement op het getouw te zetten. De meerderheid repliceerde dat er op de weide geen soldaten liggen begraven, dat choreografie en dans al jaren ingrediënten zijn van de IJzerbedevaart en dat het concert geen commerciële bedoelingen had.

'Het was wellicht voor het eerst in de geschiedenis dat een activiteit rond de IJzertoren de steun en sympathie genoot van alle democratische politieke partijen', zegt Demeurie, die beklemtoont dat het concert zeker niet in de plaats komt van de IJzerbedevaart. 'De IJzerbedevaart, die op 25 augustus voor de 75ste keer wordt gehouden, blijft een unieke gebeurtenis die, zonder radio- en televisiespotjes, elk jaar duizenden mensen van alle leeftijden op de been brengt. De vorm van de Bedevaart kan veranderen, maar de essentie blijft: een herdenking van de Vlaamse soldaten die in 1914-1918 zijn gesneuveld.'

Het aantal bezoekers van de IJzertoren is weer aan het stijgen: van 27.000 in 1994 tot meer dan 76.000 vorig jaar. Sinds enkele maanden staan de Toren en zijn omgeving, samen met andere oorlogsrelicten in de Westhoek en het noorden van Frankrijk, op de indicatieve Unesco-lijst van het Werelderfgoed. Hoe ziet Dirk Demeurie de verdere toekomst? 'Het onderhoud van de gerestaureerde Toren en het museum, en de loonkosten van onze tien personeelsleden zijn een financiële uitdaging. Nu de restauratie achter de rug is, wil ik eindelijk werk maken van promotie en marketing, ook naar buitenlandse toeristen. Vooral willen en hopen wij dat de IJzertoren een monument voor heel Vlaanderen, voor alle Vlamingen wordt. Niet alleen voor de zogenaamde radicalen, maar voor allen die willen meewerken aan vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. De Toren heeft een bewogen en bezwaarde geschiedenis, die voor velen een reden was om er zich van te distantiëren. Sinds onze oproep tot verzoening, op de Bedevaart van 2000, en het Vredesconcert zien wij een voorzichtige kentering en dat stemt ons hoopvol.'

Mark DEWEERDT

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect