Redacteur Politiek

Wolfgang Schäuble, die deze week de Europese politiek verlaat, wordt vaak afgeschilderd als een ongenadige havik. Maar hij heeft er mee voor gezorgd dat de euro zoals we hem kennen nog altijd bestaat.

De éminence grise van de Duitse politiek, Wolfgang Schäuble, verlaat deze week het Europese politieke toneel. Voor de laatste keer neemt hij maandag als Duits minister van Financiën deel aan de eurogroep, de vergadering met zijn ambtsgenoten uit de eurolanden. Daarna wordt hij voorzitter van het Duits parlement.

De voorbije jaren had Schäuble wellicht een grotere impact op ons leven dan veel Belgische politici. Des te meer omdat hij in de eurogroep zetelt sinds 2009, toen de eerste Griekenlandcrisis en dus de volledige eurocrisis nog moest losbarsten.

In die jaren kreeg Schäuble, ook bij ons, vaak het verwijt dat hij te ongenadig hard Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus de spelregels van de euro deed naleven.

Terugblikkend op de voorbije negen jaar, kan je de analyse echter ook omdraaien. Schäuble heeft de redding van die vijf landen – die op Griekenland na al jaren weer gezond genoeg zijn om zelf geld te kunnen lenen - politiek verkocht gekregen in Noord-Europa.

Het gebeurde traag. Er was tijd nodig vooraleer de eurolanden elkaar wilden redden of reddingsfondsen opzetten. Maar het is gebeurd en er is democratisch mee ingestemd in Duitsland en Noord-Europa.

De voorbije jaren had Schäuble wellicht een grotere impact op ons leven dan veel Belgische politici

Wellicht is dat de belangrijkste politieke erfenis die – vanuit België bekeken - Schäuble nalaat. Toen de Duitsers hun sterke D-Mark en hun onafhankelijke Bundesbank – de symbolen van hun economisch succes – opgaven voor de euro, kregen ze de belofte van een sterke euro en een Europese Centrale Bank die niet zomaar de geldpersen zou laten drukken. In volle eurocrisis kreeg die belofte een knauw.

Terugblikkend op acht jaar eurocrisis is dat een belangrijke les. Had de schoktherapie in Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus minder hard kunnen zijn? Uiteraard. Maar dan hadden de andere eurolanden aan hen meer geld ter beschikking moeten stellen om die extra tijd te kopen. Dat lukte niet omdat er ook in Duitsland een vertrouwensbreuk was ontstaan over de Europese spelregels.

Dat de eurocrisis in Zuid-Europa zo pijnlijk was, is daarom deels aan de Duitse houding - en hun nationale economische trauma's - te wijten. Maar dat de euro niet uit elkaar is gespat is wel degelijk ook mee aan Schäuble te danken, die voor de hervormingen in eigen land - en bij uitbreiding in Noord-Europa - altijd voldoende steun bij de bevolking vond.

Om die reden valt overigens niet te verwachten dat de eurogroep een andere koers inslaat na zijn vertrek. Het mandaat dat Duitse en Noord-Europese kiezers aan hun ministers van Financiën geven is niet veranderd. Net daarom moet worden verder gegaan op het pad dat de voorbije jaren door Schäuble is bewandeld om de eurozone steviger te maken.

Dat pad bestaat er in dat Europese samenwerking lukt als eerst de risico’s klein genoeg worden gemaakt, waarna ze kunnen worden verdeeld zonder een kiezersopstand bij de landen die het grootste deel van de risico’s betalen.

Zo zal het onder meer moeten voor de afwerking van de Europese bankenunie, die nodig is om de toxische band door te knippen die in tijden van crisis bestaat tussen overheidsleningen en banken van hetzelfde land. Een deel van die bankenunie is er al – onder meer door het bankentoezicht door de ECB - maar nu moet ze nog een sluitstuk krijgen met een Europese bescherming van spaargeld.

De noodzaak om dat, zoals Schäuble deed, op een democratische manier verkocht te krijgen aan de Duitse kiezers, is niet verdwenen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud