In seizoen één van de klimaatmarsen heeft het hart gesproken. In seizoen twee moet, van New York tot Berlijn en Brussel, het verstand spreken.

Seizoen twee van Youth for Climate. Zo omschreef boegbeeld Anuna De Wever gisteren de herstart van de klimaatmarsen, waarbij zo’n 15.000 mensen door Brussel wandelden. Ook elders in de wereld, van Polen tot Australië, werd betoogd in aanloop naar de klimaattop van de Verenigde Naties maandag in New York.

In aflevering één van dat nieuwe seizoen tekende Duitsland, met zijn industrie een centrale speler, voor de actie. Na een nachtelijke, felbevochten marathonzitting maakte bondskanselier Angela Merkel in Berlijn een pakket klimaatmaatregelen bekend. Benzine en diesel worden duurder, treinreizen worden goedkoper. Vliegen wordt zwaarder belast. Vanaf 2025 wordt de installatie van nieuwe stookolieketels verboden.

Ook de volgende afleveringen kondigen zich al aan. België heeft nog 101 dagen de tijd om de Europese Commissie een klimaatplan te bezorgen dat op een coherente manier de optelsom maakt van de Vlaamse, de Waalse en de Brusselse plannen. Tegelijk begint op de Europese Raad dit najaar de discussie over hoeveel ambitieuzer het klimaatbeleid van de EU moet worden, na de voorzet van toekomstig Commissievoorzitster Ursula von der Leyen.

Enkele verhaallijnen van seizoen één komen ongetwijfeld terug. Een ervan wordt de zoektocht naar de weg van de minste schade, waarbij de verzuchtingen van de klimaatmars met die van de gele hesjes moeten worden verzoend. Iedereen in de Wetstraat beweert dat dat moet, maar het is nog altijd wachten op voorstellen die de slogans en de twitterhashtags overschrijden.

Duizenden Belgen laten op de klimaatmarsen hun hart spreken. Nu moet ook het verstand spreken.

Een andere evenwichtsoefening wordt de mate waarin de industrie het roer omgooit, met het risico op jobverlies. Wellicht geeft ook daar industrieland Duitsland de toon aan en weerklinkt wat in Berlijn gebeurt tot in de haven van Antwerpen. Een laatste zoektocht wordt die naar een evenwicht tussen wat de overheid doet en oplegt, en wat mensen en bedrijven zelf doen.

Die balans is cruciaal. Alleen grote bedrijven als de klimaatboosdoeners zien, is te kort door de bocht. Maar als we echt van woorden naar daden moeten gaan, zoals VN-secretaris-generaal António Guterres gisteren zei, moeten grote bedrijven een deel van de oplossing worden.

Het is moeilijk te zien hoe je windmolens kan maken zonder de economische power van multinationals. Het is moeilijk te zien hoe je een onderzoeksmachine naar properder technologie kan laten draaien met alleen maar de overheidsmotor.

Als iets het verschil tussen seizoen één en seizoen twee moet maken, is het pragmatisme. Duizenden Belgen laten op de klimaatmarsen hun hart spreken. Nu moet ook het verstand spreken, in de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen, in de Europese Raad, van de bedrijfsvloer tot aan de keukentafel.

Lees verder

Tijd Connect