Senior writer

Door het getalm met het uittekenen van een nieuw energiebeleid worden de opties almaar beperkter. Dra zijn er nog twee keuzes: of de kerncentrales langer openhouden, of accepteren dat het licht uitgaat.

Eigenlijk is het simpel: als de Belgische kerncentrales in 2025 definitief worden stilgelegd, moeten tegen dan ongeveer negen nieuwe gascentrales worden gebouwd om in de stroombehoeften te voorzien. En dat staat los van de omslag naar groene stroom. De centrales zijn nodig om de stroombevoorrading te garanderen op piekmomenten wanneer de zonnepanelen en de windturbines verstek geven omdat de weersomstandigheden niet meezitten.

Het wegvallen van de elektriciteit geproduceerd in de kerncentrales kan ook niet, of slechts voor een deeltje, worden opgevangen door de invoer van stroom uit het buitenland, door betere isolatie van de woningen en een zuiniger energieverbruik, of door afschakelplannen.

De sluiting van de kerncentrales is al lang gepland. Maar een plan voor vervangende productiecapaciteit is er nog lang niet. Er is al wel veel over gediscussieerd. Let wel: in de elektriciteitswereld is 2025 morgen. Als België over zeven jaar of acht jaar over een negental nieuwe gascentrales wil beschikken met een gezamenlijk vermogen van 3,6 gigawatt, moeten de knopen daarover dringend worden doorgehakt. Er dienen immers investeerders te worden gezocht, en er moeten vergunningen aangevraagd en verkregen worden.

Investeerders vinden - het zijn particuliere ondernemingen die de elektriciteit moeten produceren - is bovendien niet vanzelfsprekend. Gascentrales bouwen en exploiteren is niet rendabel op een markt waar ook een pak groene stroom wordt aangeboden, waarvan de prijsvorming volgens heel andere wetten verloopt.

De sluiting van de kerncentrales is al lang gepland. Maar een plan om te voorzien in andere productiecapaciteit is er nog lang niet. 

Er zullen dus subsidies aan te pas moeten komen. Die moeten de goedkeuring krijgen van Europa, dat erg argwanend staat tegen elke vorm van staatssteun aan bedrijven. Bovendien moeten de subsidies hoog genoeg zijn om de investeerders over de streep te trekken, maar niet zo hoog dat ze de elektriciteitsrekening voor de consumenten en bedrijven te sterk opdrijven - want die zullen de factuur uiteindelijk gepresenteerd krijgen. Dat wordt dus een moeilijke evenwichtsoefening.

Er spelen bovendien een aantal beperkingen. De eerste is dat de elektriciteitsbevoorrading in het land verzekerd moet zijn. De tweede is dat dat moet gebeuren tegen een acceptabele prijs. Ten derde moet ons land de internationaal afgesproken klimaatdoelstellingen halen, en broeikasuitstotende gascentrales zijn daarbij niet bepaald een hulp.

Een energiebeleid uittekenen binnen die grenzen is niet evident, en moeilijker wordt het als dan ook nog kernenergie - goedkoop, geen broeikasgassen - helemaal uitgesloten wordt.

Het verklaart waarom we er in ons land maar niet in slagen overeenstemming te vinden over de energiepolitiek. Dat de neuzen van de vele overheden in ons land daarover in dezelfde richting moeten staan, is een andere voorwaarde.

De knopen worden maar niet doorgehakt. Door dat uitstelgedrag wordt het aantal opties almaar kleiner. Want als de fundamentele keuzes nu niet snel worden gemaakt, is de keuze gemaakt en zullen we de kerncentrales in 2025 niet kunnen sluiten. Tenzij we aanvaarden dat zich in ons land regelmatig een black-out voordoet. Dat wordt dan de ultieme keuze: of we houden enkele kerncentrales langer open, of het licht gaat uit. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud