Bart Haeck

De Vlaamse regering heeft gelijk het voordeel voor zonnepanelen niet bruusk stop te zetten, maar het toont opnieuw de spanning tussen koopkracht en klimaat.

De teller draait nog 15 jaar terug voor wie dat wil. Dat is het compromis dat de Vlaamse regering gisteravond bereikte over de invoering van de slimme elektriciteitsmeter. Die dreigde de eigenaars van zonnepanelen op kosten te jagen.

Die laatsten genieten al jarenlang van het rudimentaire systeem van de huidige elektriciteitsteller, die werkt als een gratis batterij. Overdag, als je niet thuis bent en er weinig vraag naar energie is, produceren je zonnepanelen elektriciteit die de teller doen terugdraaien. ‘s Avonds, als je in het donker thuiskomt en er veel vraag naar energie is, haal je dan dezelfde hoeveelheid elektriciteit, maar dan duurdere en vaak nucleaire, weer binnen. En je teller staat op het einde van de dag weer op nul.

De Vlaamse regering heeft gelijk dat ze dat systeem afbouwt door slimmer te meten, en heeft een punt om dat traag te doen. Vijftien jaar is misschien wel heel lang, maar er is een reden om voor rechtszekerheid te kiezen: zonnepanelen zijn een privé-investering, die gezinnen afbetalen met een jaarlijks rendement. Het zou getuigen van slecht beleid om halfweg die investeringsperiode de spelregels te veranderen.

Dat de kwestie al sinds vorig jaar kortsluiting in de Vlaamse regering veroorzaakte, toont hoe gevoelig zelfs de kleinste verandering aan de koopkracht ligt. En het illustreert nog eens de immense spanning die is ontstaan tussen de nood om de ecologische kosten correcter door te rekenen en de eis dat niemand op kosten wordt gejaagd.

Nederlandse moed

Nederland toont dat er wel degelijk een tegenstelling is tussen koopkracht en klimaat.

In die zin getuigt wat de Nederlandse regering gisteren presteerde van een ongeziene politieke moed. Ze maakte een gedetailleerd plan, liet het doorrekenen op zijn economische en ecologische impact, om op basis van die feiten het debat te voeren.

Het leerde dat er wel degelijk een tegenstelling is tussen koopkracht en klimaat, wat premier Mark Rutte er meteen toe bracht om enkele uren na de publicatie van de studies aan te kondigen dat er toch een CO2-taks voor de bedrijven komt.

Tegelijk bleek dat de belofte van groene groei en groene jobs er op de keper beschouwd geen is. Er verdwijnen oude, wellicht vervuilender, jobs en er komen ongeveer evenveel nieuwe groene bij. Er verdwijnt bovendien een stukje economische groei.

Het is een manier van politiek debat voeren waar we alleen maar kunnen van dromen. We maken nauwelijks plannen. We rekenen ze niet door. En we debatteren er vervolgens maar op los. Het maakt dat het spectrum zich bijna uitstrekt van klimaatontkenners tot klimaatfactuurontkenners, terwijl we het met cijfers onderbouwde speelveld in het midden moeten betreden.

Het federaal Planbureau rekent volgende maand voor het eerst de verkiezingsprogramma’s van de Belgische politieke partijen door. De oefening dient zich aan als fragmentarisch, zonder dat ze een vergelijking oplevert van alle klimaat-, koopkracht-, pensioen-, jobs- of begrotingsplannen. Waar Nederland de discussie over klimaat en koopkracht frontaal aangaat en met vallen en opstaan een evenwicht zoekt, dreigen we nog altijd rond de realiteit heen te fietsen.

Lees verder

Tijd Connect