Sociaal akkoord is stap achteruit

Senior writer

Het sociaal akkoord is een stap achteruit op de weg naar een hogere werkzaamheidsgraad. Die is nodig om de schok van de vergrijzing op te vangen in de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën.

Een akkoord tussen werkgevers en vakbonden, met hun tegengestelde belangen is, is altijd een compromis. Niet elke slag kan worden thuisgehaald, er moeten toegevingen worden gedaan. Zo is het ook met het akkoord dat de bonden en de werkgevers in de nacht van maandag op dinsdag bereikten.

De bonden verkregen een verhoging van de minimumlonen, maar moesten instemmen met soepelere overheidsuren. De werkgevers bereikten dat de leeftijd voor het brugpensioen niet wordt verlaagd, maar moesten soepelere regels voor landingsbanen aanvaarden.

Het compromis legt de basis voor sociale vrede. De vakbonden en de werkgevers staan niet langer neus aan neus. Het risico op stakingen of andere acties die de economische activiteit verstoren, is voor een stuk weggenomen.

Maar het akkoord bevat een aantal onaangename angels. De afspraken hebben een impact die verder reikt dan de individuele werkgevers en werknemers. Een hoger minimumloon is goed voor wie tegen een heel laag loon moet werken, maar het dreigt de jobcreatie af te remmen en de kansen te verminderen voor laaggeschoolden op de arbeidsmarkt. Landingsbanen maken dat werk voor oudere werknemers werkbaar blijft, maar vergroot de krapte op de arbeidsmarkt.

Bovendien, en dat is een kwalijke gewoonte in ons land, wordt de prijs van het sociaal akkoord voor een flink stuk afgewenteld op de overheid. Om te vermijden dat de hogere minimumlonen de loonlasten voor de werkgevers te zeer opdrijven, zullen die gesubsidieerd worden. Aan de landingsbanen is ook een subsidie gekoppeld, en ze leiden structureel tot minder inkomsten voor de fiscus en de sociale zekerheid.

Er is geen reden om te applaudisseren voor dit sociaal akkoord. Het bevat elementen die we ons als land niet kunnen veroorloven.

Het meest storende is dat de vakbonden en de werkgevers met dit akkoord het deels vervroegd uit de arbeidsmarkt stappen opnieuw aanmoedigen. Mét de goedkeuring van de regering. Dat gaat in tegen de doelstelling, in het regeerakkoord bevestigd, te streven naar een werkgelegenheidsgraad van 80 procent tegen 2030, onder meer ‘door het optrekken van de activiteits- en werkgelegenheidsgraad voor de oudere werknemers’.

Processie van Echternach

Over die doelstelling bestaat een grote eensgezindheid. Over de concrete maatregelen om die te halen veel minder, omdat politici er zich niet populair mee maken. Het is een processie van Echternach: als drie stappen vooruit zijn gezet, volgen er twee achteruit. Dit akkoord is een stap achteruit. Zo schieten we traag op. Te traag.

De werkgelegenheidsgraad opkrikken, meer mensen aan het werk krijgen en ze langer aan het werk houden is noodzakelijk. Zo kunnen we het hoofd bieden aan de zware druk die de vergrijzing legt op de arbeidsmarkt en de economie, de pensioenen blijven betalen, de sociale zekerheid overeind houden en een complete ontsporing van de overheidsfinanciën voorkomen.

Er is geen reden om te applaudisseren voor dit sociaal akkoord. Het bevat elementen die we ons als land niet kunnen veroorloven. Het lost enkele kleine problemen op, maar creëert er grote op termijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud