Senior writer

Voor de economie is de spaarwoede van de afgelopen maanden geen goede zaak, want geld moet rollen.

Een aantrekkelijk beleggingsinstrument kan je het niet noemen. De rente op het spaarboekje schurkt tegen nul procent aan. Toch hebben de Belgen het afgelopen jaar 15 miljard euro extra op hun spaarrekeningen bij de banken gezet, de hoogste aangroei in acht jaar. Niet ieders maag is even goed bestand tegen de schommelingen van de beurs. Maar het is vooral het resultaat van de economische coronacrisis. Ook andere financiële beleggingen dikten overigens aanzienlijk aan.

In onzekere economische tijden leggen de gezinnen een spaarbuffer aan, onder meer om iets achter de hand te hebben als de kostwinners hun job zouden verliezen. Noem het angstsparen. Afgelopen jaar is de vrees voor werkloosheid inderdaad omhooggeschoten, blijkt uit de enquête van de Nationale Bank over het consumentenvertrouwen.

In de coronacrisis speelde nog iets anders mee. Door de sluiting van niet-essentiële winkels, cafés en restaurants, bioscopen, voetbalstadions, cultuurhuizen en door de aanbeveling niet op vakantie te gaan naar het buitenland hadden de gezinnen gewoon minder mogelijkheden om geld uit te geven. En door alle restricties was shoppen ook minder prettig. De centen werden dan maar op de spaarrekening gezet. Noem het onvrijwillig sparen.

Niet iedereen zit in deze coronacrisis in hetzelfde schuitje. Sommigen zitten veilig op een groot en comfortabel jacht, anderen moeten het zien te redden in een gammele sloep.

Dat de spaarboekjes in de zwaarste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog zo sterk aanzwollen, bewijst dat de koopkracht van de gezinnen in het algemeen grotendeels gevrijwaard bleef. Dankzij de overheid, die uitpakte met nooit geziene financiële steunmaatregelen.

Wat het spaarcijfer echter niet meteen toont, is de grote ongelijkheid. Sommige gezinnen voelden de impact van de coronacrisis amper, voor andere daarentegen leidde die tot een aanzienlijk inkomensverlies. Niet elk gezin kon de afgelopen maanden extra centen opzijzetten.

Uit een brede rondvraag van de Nationale Bank bleek eerder dit jaar dat er ook heel wat gezinnen zijn die met een zwaar inkomensverlies werden geconfronteerd en die maar een beperkte spaarbuffer hadden om dat op te vangen. Niet iedereen zit in deze coronacrisis in hetzelfde schuitje. Sommigen zitten veilig op een groot en comfortabel jacht, anderen moeten het zien te redden in een gammele sloep.

Brandstof voor herstel

Voor de economie is de spaarwoede geen goede zaak. Geld moet immers rollen. De winkel draait maar als er gekocht en verkocht wordt. Handelaars en bedrijven kunnen maar een inkomen verdienen als ze producten verkopen. Consumptie is de belangrijkste motor van de economie.

Het vele geld dat de voorbije maanden opzij is gezet, kan de brandstof leveren voor het economisch herstel. Sparen is uitgestelde consumptie. Het komt erop aan de gezinnen te overtuigen dat opgepotte geld, of ten minste een deel ervan, uit te geven als het coronavirus is overwonnen.

Dat kan lukken als de consumenten erop vertrouwen dat de coronacrisis voorgoed van de baan is, de economische toekomst er veelbelovend uitziet en de gezinnen niet moeten vrezen dat de overheid zich de aangelegde spaarpotjes probeert toe te eigenen via bijkomende belastingen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud