De overheid als hoofdaandeelhouder van het beursgenoteerde Bpost zet én het postbedrijf én de overheid in een moeilijk vol te houden spreidstand.

Voor Bpost is 2018 goed op weg een annus horribilis te worden. Sinds het begin van het jaar speelde het postbedrijf al bijna 40 procent van zijn beurswaarde kwijt. Bpost heeft af te rekenen met verschillende plagen. De dure overname van het Amerikaanse e-commercebedrijf Radial lost de verwachtingen niet in.

De brievenpost, waaruit Bpost nog altijd het grootste deel van zijn inkomsten haalt, gaat in snel tempo achteruit. Het bedrijf tracht dat te compenseren door in te zetten op de pakjesbezorging. Maar daar is de concurrentie stevig en zijn de marges laag. Op de koop toe kampen de machines in het nieuwe sorteercentrum Brussel X met kinderziekten. En intussen heeft Bpost het moeilijk om zijn kosten onder controle te houden en heeft het af te rekenen met sociale onrust bij zijn personeel.

De overheid houdt Bpost de hand nog boven het hoofd. Uit eigenbelang: de overheid bezit 51 procent van de aandelen.

De traditionele kernactiviteit, de brievenpost, staat zwaar onder druk. Dat zelfs zusterbedrijf Proximus heeft beslist zijn facturen niet langer via de post te versturen maar via sms of e-mail, illustreert die trend. Proximus bespaart zo kosten, Bpost verliest een belangrijke klant.

Geen cadeaus meer

Cadeaus krijgt de vroegere monopolist die nu opereert in een concurrentiële omgeving niet meer. Enkel nog van de overheid. Die stopt Bpost een fikse som toe om nog iedere dag een postronde te organiseren in elke uithoek van het land, geeft het bedrijf een vergoeding om kranten en tijdschriften te bezorgen en liet onlangs toe dat Bpost de prijs van de postzegels fors verhoogde, in strijd met het advies van de posttoezichthouder BIPT.

De overheid houdt Bpost de hand nog boven het hoofd. Uit eigenbelang: de overheid bezit 51 procent van de aandelen. De dividenden die ze eruit puurt, zijn welkom om de schatkist te spekken.

De beschermende hand van de overheid is voor Bpost ook een handicap.

Langs de andere kant is de bescherming van de overheid voor Bpost ook een keurslijf. Het postbedrijf kan er niet voor kiezen om niet langer iedere dag op elke plaats de post te bezorgen, ook al is dat bedrijfseconomisch niet langer zinvol en maatschappelijk ook niet nodig. En waarom moet Bpost nog zoveel postkantoren openhouden? En kijk naar de opschudding die ontstaat als Bpost aankondigt de catering en de schoonmaak - niet echt een kerntaak van een post- en pakjesbedrijf - niet meer zelf te zullen doen, maar te willen uitbesteden aan externe partijen.

Spreidstand

Als beursgenoteerde overheidsonderneming staat Bpost in een moeilijke spreidstand. En dat geldt ook voor de overheid. Langs de ene kant zou ze erover moeten waken dat gezonde concurrentie op de postmarkt leidt tot een goede dienstverlening tegen een faire prijs voor de consumenten. Als hoofdaandeelhouder van Bpost heeft ze belang bij een hoge winst en dito dividend. En dat laatste vormt ook een rem voor de overheid in dit land om volop in te zetten op e-government en elektronische communicatie met de burgers. Want dan snijdt ze financieel in haar eigen vel.

Zowel voor Bpost als voor de overheid zou het beter zijn dat aan die spreidstand en belangenvermenging een einde wordt gemaakt. Het initiatief daartoe ligt bij de overheid. De regering moet een visie ontwikkelen hoe ze de toekomst van Bpost ziet op middellange termijn op een markt die almaar concurrentiëler wordt en door de digitale ontwikkelingen fundamenteel verandert. De overheid heeft op die markt geen actieve rol meer te spelen, ze dient zich te beperken tot het vastleggen en bewaken van de spelregels. Ook Bpost heeft baat bij duidelijkheid daarover.

Lees verder

Tijd Connect