Senior writer

Het is feest op Wall Street, terwijl Main Street kreunt. De spreidstand tussen de beurs en de reële economie is beangstigend groot geworden.

Het is niet omdat de Amerikaanse president Donald Trump tot voor kort graag uitpakte met de uitstekende resultaten van Wall Street als bewijs voor zijn 'goed economisch beleid' dat de beurs en de economie aan elkaar gekoppeld zijn.

Het beste beeld voor de verhouding tussen beurs en economie komt nog altijd van de Hongaarse speculant André Kostolany (1906-1999). Hij omschreef de beurs als een hondje dat op wandel is met het baasje. Soms loopt het voorop, dan weer blijft het lang achterop. Maar synchroon lopen ze zelden.

De Amerikaanse beurs is niet representatief voor de Amerikaanse economie. De Amerikaanse beurzen worden gedomineerd door technologieaandelen. Die verdienen sloten geld aan de pandemie, want alles op afstand doen is nu eenmaal waar ze sterk in zijn. Het persagentschap Bloomberg rekende voor dat de technologiereus Apple in zijn eentje goed is voor 6,5 procent van de totale beurswaarde van de S&P500-index. Het is geleden van 1985 dat een aandeel nog zo 'zwaar' doorwoog in die brede index. Het ging toen om IBM.

De Amerikaanse beurs is niet representatief voor de Amerikaanse economie.

Terwijl de beurzen gevoed worden door de pandemie, is het op Main Street door diezelfde pandemie doom en gloom. Daar draait het om horeca en retail, de sectoren waar de hardste klappen vallen. Dat levert grote contrasten op. Ruim 30 miljoen Amerikanen vragen een werkloosheidsuitkering aan. Een indrukwekkend leger werklozen is in de maak. Eind juli raakte bekend dat de Amerikaanse economie kwartaal op kwartaal met 9,5 procent was gekrompen.

Perverse toestanden

Het is een ongemakkelijk spreidstand die soms tot perverse toestanden leidt. De Britse economie kromp in het tweede kwartaal met 20,4 procent, de grootste terugval sinds het Verenigd Koninkrijk in 1955 kwartaalstatistieken begon bij te houden. De ineenstorting kon de gemoedsrust van de City niet verstoren. De Londense beurs boekte winst. De reden is simpel: een kwakkelende economie betekent nieuwe stimuli. Die maatregelen leiden dan weer tot hogere beurzen.

Want het beursfeestje is in belangrijke mate op het conto te schrijven van de centrale banken. In essentie wordt de crisis gefinancierd door geldcreatie, zowel in de VS als in Europa. Wie de factuur van die kosten moet oprapen, is niet duidelijk. Maar ooit komt de factuur ter sprake.

Bij de afrekening zullen de ogen onvermijdelijk focussen op diegenen die een beursfeestje bouwden tijdens de pandemie. Als Joe Biden de presidentsverkiezingen in de VS wint - en die kans wordt steeds reëler - kan de afrekening snel volgen. Zeker nu de Democratische partij naar links is opgeschoven. Onder druk van de achterban kan Wall Street dan niet buiten schot blijven.

Om het met Kostolany te zeggen: het leibandje kan niet oneindig worden uitgerokken. Hoe het dan zit met het herstel van de reële economie, is niet duidelijk. Het hondje is nu speels, maar dat zegt niets over de gezondheidstoestand van het baasje.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud