Redacteur Politiek

Een goede mobiliteitsbelasting leidt tot minder mobiliteit. Niet tot meer belastinginkomsten. Dat dreigt de constructiefout te worden in de Brusselse plannen voor een stadstol.

Betalen de 80.000 pendelaars die dagelijks vanuit het Vlaams Gewest Brussel binnenrijden over enkele jaren stadstol? De Brusselse regering treft in ieder geval voorbereidingen om de heffing te kunnen innen. In regeringsdocumenten is sprake van een jaarlijkse opbrengst van een half miljard euro.

De gedachte achter die maatregel zit goed. Het verkeer in de hoofdstad zit zo vast dat vier jaar geleden al bleek dat bedrijven en overheidsorganisaties jaarlijks 2.500 jobs weghaalden uit de hoofdstad. Minder auto's kan van Brussel een betere stad maken. Sowieso is een lagere belasting op autobezit en een hogere op autogebruik een goed idee.

Alleen is wat argwaan gerechtvaardigd, omdat die uitstekende gedachte slecht dreigt te worden uitgewerkt. De reden daarvoor ligt in de raming van een half miljard euro inkomsten. De perfecte milieu- of mobiliteitsbelasting brengt namelijk niets op, omdat iedereen zich milieu- en mobiliteitsvriendelijker gedraagt.

Alternatief

Bij de Brusselse plannen voor een stadstol rijst de vraag hoe dat kan. Heeft een pendelaar uit de Vlaamse rand een ernstig alternatief om het centrum van de hoofdstad te bereiken? Anders dan steden als Amsterdam heeft Brussel nauwelijks grote randparkings met een snelle verbinding naar het centrum.

Belastingbetalers in Vlaanderen en Wallonië betalen nu al extra voor mobiliteit in Brussel, zelfs als ze die nooit gebruiken.

Welk alternatief heeft iemand die naar het hoofdkantoor van het farmabedrijf UCB in Anderlecht moet? Naar de kantoren van Solvay of de advocatenkantoren aan de Louisalaan? Of naar om het even welke plek in de zuidelijke helft van het Brussels Gewest?

De ongemakkelijke waarheid is dat de meeste mensen echt niet voor hun plezier in de file staan. Ze doen het omdat de alternatieven erger en nog tijdrovender zijn en niet te combineren met een gezinsleven. Zolang die alternatieven er niet zijn, wordt een tolheffing een belastingverhoging voor iemand die er niet kan aan ontsnappen. Het sinds de pandemie beter ingeburgerde thuiswerk is dan de enige uitwijkmogelijkheid, maar ook dat heeft beperkingen.

Om die reden houdt het steek een tolheffing en alle andere taksen op het gebruik van een auto te compenseren met een lagere belasting op het bezit van een wagen. Alleen zit ook dat tot nader order verkeerd, omdat het in de Brusselse plannen alleen maar gebeurt voor wie in Brussel woont. Voor de pendelaars vanuit Wallonië en Vlaanderen doen die plannen de belastingen stijgen, en dan nog uitgerekend omdat ze werken.

Dat is extra wrang omdat belastingbetalers in Vlaanderen en Wallonië nu al extra betalen voor mobiliteit in Brussel, zelfs als ze die nooit gebruiken. In de zesde staatshervorming kreeg Brussel extra financiering toegekend, die deels voorbestemd is voor het mobiliteitsbudget.

Een stadstol doet denken aan de Middeleeuwen. Zonder een goed omkaderd plan is het dat ook. Een plan moet voorzien in goede alternatieven voor wie de auto aan de kant wil laten. Zodat de mobiliteitsbelasting kan leiden tot minder mobiliteit. En niet tot extra belastingen voor wie werkt, zij het toevallig in Brussel.

Lees verder

Gesponsorde inhoud