Steun voor monarchie brokkelt af in Vlaanderen

(tijd) - Ondanks de public-relationsinspanningen van het Hof en de toegenomen media-aandacht voor koningshuizen, brokkelt de steun voor de monarchie in Vlaanderen af. Nog maar 54 procent van de Vlamingen vindt de monarchie nodig. In 1990 was dat nog 62,1 procent.

Bart Maddens en Jaak Billiet (KU Leuven) komen tot deze conclusie bij hun analyse van de resultaten van het jongste verkiezingsonderzoek van het ISPO (Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek). Hun bevindingen werden, samen met die van andere politologen en sociologen, gisteren voorgesteld.

In de ISPO-survey na de verkiezingen van 13 juni 1999 werd aan meer dan 2.000 Vlamingen ook gevraagd of de monarchie nodig is. Van hen antwoordde 54 procent 'ja' en 20,7 procent 'neen'; 25,3 procent had geen mening.

De afdeling Politologie van de KU Leuven stelde dezelfde vraag al in 1990. Toen vond nog 62,1 procent van de ondervraagde Vlamingen de monarchie nodig; 23 procent vond de monarchie overbodig en maar 14,9 procent had geen mening.

Ondanks de inspanningen van het koningshuis om zich te herprofileren, brokkelde de steun voor de monarchie in de jaren 1990 af, zeggen Billiet en Maddens. Zij hebben er een verklaring voor. Koningsgezindheid is het sterkst in het kerkelijke deel van de bevolking en bij de lager geschoolden, kortom: bij het oudere segment van de bevolking. Gezien de ontkerkelijking en de hogere scholingsgraad bij de jongere generaties, mag worden aangenomen dat het aantal koningsgezinden voort zal dalen, menen de onderzoekers.

Van de CVP/CD&V-kiezers van 1999 was volgens het ISPO-onderzoek 70,9 procent koningsgezind. Bij de VLD was dat 59,7 procent, bij de SP/sp.a 52,4 procent. Het kleinste percentage koningsgezinden is niet te vinden bij de kiezers van VU-ID (48,1 procent) of Vlaams Blok (43,6), maar bij die van Agalev (31,1 procent).

Lieven de Winter (UCL) leerde uit de ISPO-survey van 1999 dat 42,2 procent van de Vlaamse kiezers zich evenveel Vlaming als Belg voelt; 29,4 procent voelt zich in de eerste plaats Vlaming, 28,4 procent in de eerste plaats Belg. Over de etno-territoriale identiteit bestaan sinds 1975 onderzoeksgegevens. De Winter stelt vast dat de Vlamingen zich in de loop der jaren in toenemende mate met België zijn gaan identificeren. Het keerpunt ligt halfweg de jaren 1980, toen de identificatie met België de tot dan toe grotere gehechtheid aan Vlaanderen voorbijstak.

MD

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud