Stil

©RV DOC

Een van de grootste menselijke ambities is je kinderen een betere wereld nalaten. Gisteren werd de wereld niet beter. Voor 28 families is ze ingestort.

De krantenkoppen gingen gisterochtend nog over kindervoeding die te zoet en te vet is en over de olieprijs die records breekt. En dan werd bekend dat dinsdagavond 28 mensen, van wie 22 kinderen, zijn omgekomen in een busongeval in Zwitserland. Toen stond alles stil.

Dag na dag zijn we bezig met pogingen de wereld beter en aangenamer te maken. Vaak gebeurt dat kleinschalig: in het gezin, met familie of vrienden. Soms gebeurt het collectiever: in verenigingen, bedrijven, organisaties en politieke projecten. Soms is die poging vruchteloos, soms niet.

Even vaak is er discussie over de manier waarop en krijgen we het publieke debat zoals we het kennen. De ene ziet een grotere rol voor de staat, de andere voor bedrijven. De ene is vooral bezorgd over natuur of culturele levendigheid, de andere over materiële welvaart en jobs. De ene wil vooral de dingen in Vlaanderen verbeteren, de andere vindt dat je ook elders moet kijken. Onderhuids wil iedereen echter hetzelfde: dat het beter wordt. Dat we de wereld in een betere staat kunnen achterlaten dan wij haar van onze ouders hebben gekregen.

Daarom komt het nieuws over het ongeluk zo hard aan. Omdat die diepgewortelde menselijke ambitie - je kinderen een betere wereld geven - een slag kreeg. Voor 28 families en iedereen die meeleeft, is de wereld gisteren ingestort.

Het drama is zo verscheurend dat we op zoek gaan naar het waarom. Was de autobus technisch in orde? Hebben de chauffeurs de wetgeving over de rijtijden gerespecteerd? Was de tunnel veilig? We zijn namelijk een samenleving die zich - terecht - niet neerlegt bij wat sommigen goddelijke toorn of het noodlot noemen. We vechten ertegen.

Het resultaat is die eeuwige strijd tegen gevaren. We proberen risico’s op de schouders te leggen van wie ze kan dragen, zoals de overheid. We verzekeren ons. We proberen rampspoed te voorkomen via een Staatsblad vol regeltjes. In die strijd tegen risico’s boeken we doorgaans vooruitgang, maar gisteren niet. Het noodlot haalde ongenadig uit.

Een van de dingen die het zo moeilijk maken het ongeluk te plaatsen, is dat er op het eerste gezicht geen duidelijke oorzaak is. Toen maandagavond in Brussel een 46-jarige imam omkwam na brandstichting in een moskee, kon het parket melden dat de dader uit religieuze motieven had gehandeld. Dat stelde ons gerust: we wisten wat te doen. De Brusselse politie verhoogde de patrouilles rond de moskeeën. Vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap in de hoofdstad kwamen bijeen om hun verdriet te delen en de gemoederen te bedaren.

Na het busongeval weten we niet wat aan te vangen. We ondergaan de feiten. Het enige wat we kunnen doen, is na een periode van rouw de draad weer opnemen en opnieuw proberen de wereld beter te maken. Hoe dichter iemand bij de slachtoffers staat, hoe moeilijker dat zal zijn. Voor sommigen wordt het keihard en grenst die taak misschien aan het onmogelijke. Maar het is het enige wat we kunnen doen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud