Strategische onafhankelijkheid

Senior writer

België is voor bepaalde chemische en farmaceutische stoffen erg afhankelijk van China. Alleen een globaal Europees plan kan leiden tot strategische onafhankelijkheid.

België zit in de Europese middenmoot als het gaat om afhankelijkheid van China. Voor zeven kritische goederen is de Aziatische reus de grote leverancier, blijkt uit een rapport. België is niet het enige Europese land dat erg afhankelijk is van China. En de positie van China is logisch omdat het land al decennia de fabriek van de wereld is. Nu verbaasd ontwaken is een beetje naïef.

Als Europa streeft naar een grotere strategische onafhankelijkheid, moet het af van de idee dat vrijhandel en open markten internationaal werken. Dat is niet zo.

De coronacrisis heeft geleerd dat in de aanvoerketens soms serieuze hiaten optreden, zelfs zonder politieke bijbedoelingen. De discussie over het vaccinprotectionisme indachtig, waarbij zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten de uitvoerdeuren tijdelijk sloten, laat zien dat de aanvoer nooit gegarandeerd is.

De internationale regels van de handel worden in sneltempo herschreven. De handelsoorlog tussen China en de VS zal de spanningen opvoeren. De VS hebben resoluut voor een protectionistische aanpak gekozen. Ze proberen de productielijnen in eigen land te herstellen, waar dat kan.

De internationale regels van de handel worden in sneltempo herschreven.

En Europa? Dat staat buiten dat duopolie. Europa heeft altijd de naïeve gedachte gekoesterd dat de concurrentie aangewakkerd moest worden in de Europese markt. De concurrentie zou de prijs naar beneden duwen, die voordeliger zou uitdraaien voor de consument.

Dat strikte beleid leidde ertoe dat de aanvoerlijnen van Europa uitwaaierden naar de goedkoopste landen in alle hoeken van de wereld. Het verklaart ook waarom er nauwelijks Europese wereldspelers zijn. Nationale kampioenen konden door de strikte toepassing van de concurrentieregels zelden tot Europese kampioenen uitgroeien. In China of de VS werden de bedrijven niet gehinderd door dat soort regels.

De opdracht bestaat erin dat roer om te gooien. Maar is daar een Europese consensus over? Frankrijk is al lang pleitbezorger om de eigen industrie uit te bouwen en te verstevigen. Duitsland, dat leeft van de export, heeft alle belang bij een open economie. In Europa is er een lappendeken van economische belangen, waardoor het enorm moeilijk wordt om daar een gestroomlijnd plan uit te puren.

In Europa is er een lappendeken van economische belangen, waardoor het enorm moeilijk wordt om daar een gestroomlijnd plan uit te puren.

Behalve de discussie over de uitwerking van zo'n gemeenschappelijk plan woedt onvermijdelijk ook een andere: die over de vestigingsplaats en de financiering van de strategische sectoren.

Vaak gaat het om sectoren waarvoor miljarden nodig zijn om onafhankelijkheid te garanderen. Denk maar aan de computerchips. Daarop is een wereldwijde jacht bezig. Het tekort aan halfgeleiders dwingt tal van sectoren tot productiebeperkingen.

De regels van de globalisering worden herschreven. Het is zaak daar verstandig mee om te springen. Dat is geen eenvoudige opdracht.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud