Studio Skoop-eigenaar Walter Vander Cruysse somber over toekomst van alternatieve cinema's

GENT (tijd) - 'Het is hoog tijd dat de alternatieve filmhuizen de krachten bundelen', zegt Walter Vander Cruysse, de eigenaar van de Gentse stadscinema Studio Skoop. Volgens hem dreigt het aanbod van kwaliteitsfilm van Kinepolis de alternatieve cinema's de das om te doen. 'Meer en meer van onze topfilms komen ook bij Kinepolis. Als het zo voortgaat, wordt samenwerken een bittere noodzaak om te overleven.'

Voor Studio Skoop zou 2005 een feestjaar moeten zijn: de Gentse alternatieve cinema viert zijn 35ste verjaardag. 'Maar zo'n zwak jaar heb ik nog nooit meegemaakt', zegt Walter Vander Cruysse. Hij nam in 1983 Studio Skoop over, toen een zieltogende bioscoop met één filmzaal. 'Sinds 1983 zijn we enorm gegroeid. De cinema is uitgebreid tot vijf zalen en het aantal bezoekers per jaar vertienvoudigde tot 120.000 in 2000. De afgelopen vijf jaar zijn we blijven hangen rond dat aantal. Tijdens een minder jaar was het 5.000 bezoekers minder en tijdens een sterk jaar

5.000 meer, alles bij elkaar behoorlijk stabiel. Maar dit jaar verwachten we een terugval tot 80.000 en dan rekenen we nog op een stevig najaar. De omzet zal wellicht met 30 tot 35 procent lager uitkomen en rendabel zullen we niet zijn, want daarvoor hebben we minstens 100.000 bezoekers nodig.'

De verzwakking heeft volgens Vander Cruysse twee oorzaken. 'Allereerst hebben mensen wereldwijd hun smaak voor cinema wat verloren. Overal dalen de bezoekerscijfers met bijna een vijfde. De tijd is voorbij dat mensen gewoon naar de bioscoop gaan voor een avondje uit. Je moet ze echt kunnen overtuigen met je films, dat maakt ons zo afhankelijk van het aanbod. Eigenlijk hebben we nood aan een film als 'Titanic' of 'Lord of the Rings' om mensen opnieuw warm te maken voor de bioscoop, maar ik verwacht dat we het nog enkele jaren moeilijk zullen hebben.'

Toch is die algemene bioscoopcrisis volgens Vander Cruysse niet het grootste probleem van de Studio Skoop. Net als andere alternatieve filmhuizen, kampt de Gentse cinema vooral met het cinefiele filmaanbod van de Belgische bioscoopketen en marktleider Kinepolis. Sinds twee jaar programmeert Kinepolis naast commerciële kassuccessen ook 'de betere film', onder de naam Cinémanie. 'In het begin was de impact van Cinémanie op de alternatieve filmhuizen beperkt', zegt Vander Cruysse. 'Maar geleidelijk aan kwamen meer en meer van onze topfilms ook bij Kinepolis. En zonder onze topfilms kunnen we het niet redden: ze zijn de locomotieven van onze trein. Niet dat we geen volk meer lokken, maar het is een pak minder. We missen de publieksverruiming die we vroeger hadden met onze topfilms: mensen die anders altijd naar een commerciële cinema gingen, kwamen wel bij ons voor die films. Zij gaan nu naar Kinepolis. Bovendien speelt een Cinémanie-film maar enkele weken om daarna afgevoerd te worden. Dat wekt bij het publiek de indruk dat het geen goede film is, dus komen ze ook niet meer naar de alternatieve cinema's waar de film veel langer draait. Tot slot zijn er de echte cinefielen die hun neus ophalen voor een film die ook bij Kinepolis speelt. We verliezen dus drie keer, en dat heeft een enorme impact.'

Voorlopig halen de belangrijkste vijf Vlaamse alternatieve bioscopen volgens Vander Cruysse nog altijd een beter cijfer dan Cinémanie. Hij verwacht dat Studio Skoop (Gent), Sphinx (Gent), Lumière (Brugge), Cartoon's (Antwerpen) en Studio Filmtheaters (Leuven) dit jaar op basis van de eerste tien maanden ruim 500.000 bezoekers halen. Maar bij Cinémanie stond de teller eind augustus van dit jaar ook al op 350.000. Volgens Kinepolis een enorm succes en een reden om verder te gaan op de ingeslagen weg: de groep wil meer investeren in het aanbod en het imago van Cinémanie.

Die plannen zijn slecht nieuws voor Vander Cruysse. 'Alleen kunnen we weinig doen', zegt hij. 'We zijn afhankelijk van de filmdistributeurs.' Om een film in de cinema te krijgen, moeten bioscoopexploitanten langs de kassa van de verdeler passeren. 'Elke film in België wordt verspreid door telkens één distributeur', legt Vander Cruysse uit. 'Alles samen zijn er zo'n twintigtal distributeurs in ons land. Die zijn ofwel verbonden aan grote filmstudio's zoals Warner Bros of Disney, ofwel zijn ze onafhankelijk en kopen ze de rechten van een film voor België. Per film verdeelt de distributeur een welbepaald aantal kopieën. Wie een kopie wil, moet zijn zaak bij de distributeur gaan bepleiten. Als je de toelating krijgt, sluit je een overeenkomst over de betaling. Gedurende de eerste weken dat een film loopt, moet je meestal de helft van de ticketopbrengst afgeven aan de verdeler. Dat kan in de weken daarna zakken tot minimaal35 procent. Hoe groter de film, hoe meer je moet afstaan. Toch blijft het altijd interessant een grote film te hebben, zeker als je die alleen kunt hebben. Als er bijvoorbeeld maar acht kopieën van een film verspreid worden in België en er maar één in Gent belandt, is het vechten om die bij ons te krijgen. Dat is ons onlangs nog gelukt voor de nieuwe animatiefilm van Tim Burton, 'Corpse Bride'. Sommige distributeurs hebben we mee, zoals de Amerikaanse verdelers van cinefiele films. Zij geven de voorkeur aan de alternatieve bioscopen omdat ze weten dat wij niet alleen hun toppers maar ook de kleine films een kans geven. Bovendien draaien we ze veel langer. Maar het blijft een feit dat de belangrijkste Belgische distributeur van alternatieve films, Cinéart/Cinélibre, resoluut voor Cinémanie heeft gekozen. Kinepolis heeft door zijn schaalgrootte, met negen Belgische complexen, veel meer macht.'

'Het is hoog tijd dat de alternatieve filmhuizen tegengewicht bieden door samen te werken', meent Vander Cruysse. 'Want als alles verdergaat zoals nu, gaan er in Vlaanderen zeker kleine cinema's verdwijnen. In Wallonië liggen de zaken anders want daar krijgen alternatieve cinema's subsidies. Zij moeten dus niet buiten hun eigen muren kijken om te overleven. De Vlaamse filmhuizen daarentegen worden niet gesubsidieerd. We moeten van die nood een deugd maken door commercieel samen te werken. Zo zouden we bijvoorbeeld meer middelen hebben om te investeren in marketing. Zonder elk onze eigen artistieke identiteit verliezen, zouden we ons kunnen profileren als 'Vlaamse filmhuizen' die kwaliteit bieden. We zouden gemakkelijker sponsors kunnen vinden, meer kunnen adverteren, betere voorwaarden kunnen onderhandelen bij de distributeurs en zo meer.'

'Alleen willen sommige collega's niet mee', zegt Vander Cruysse. 'Twee jaar geleden was er voor het eerst uitzicht op een samenwerking, maar de gesprekken zijn toen afgesprongen. Binnenkort gaan we nog eens samenzitten. Misschien moeten we dan af van het idee dat het alles of niets is en moeten gewoon de voorstanders alvast de krachten bundelen.'

Stephanie DE SMET

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud