Senior writer

Gaat ook deze regering veel tijd en politieke energie besteden aan het uitdokteren van een symbolische rijkentaks? Het echte werk op het terrein van de fiscaliteit wacht elders.

‘De regering zal streven naar een eerlijke bijdrage van personen die de grootste draagkracht hebben, met respect voor het ondernemerschap.’ Dat cryptische zinnetje in het regeerakkoord wijst erop dat de Vivaldi-partijen het eens zijn om een extra belasting te heffen op de meest vermogenden. Er wordt meteen ook al een bedrag op geplakt: het moet 150 tot 300 miljoen euro opbrengen.

Het doel is dus duidelijk. De weg ernaartoe nog niet. De Vivaldi-partijen hebben verschillende routes voor ogen. Vanuit liberale hoek werd geopperd dat er een belasting zou komen op beleggingstransacties van meer dan een miljoen euro. PS-voorzitter Paul Magnette van zijn kant sprak dat tegen en zei dat er een échte vermogensbelasting komt op wie een roerend vermogen heeft van meer dan 1 miljoen. Daarna luidde het dan weer dat er een taks zou komen op effectenrekeningen van meer dan 1 miljoen euro. Een remake van de effectentaks van de regering-Michel die door het Grondwettelijk Hof werd afgeschoten.

Miskleun

Vierde keer, goede keer? Er zijn de voorbije regeerperiodes al verschillende pogingen geweest om de meer vermogenden meer te doen bijdragen. Er was de rijkentaks van de regering-Di Rupo - een extra heffing vanaf 20.200 euro roerende inkomsten -, de speculatietaks van de regering-Michel - op meerwaarden van beursgenoteerde aandelen die binnen zes maanden weer verkocht werden - en de effectentaks, ook van de regering-Michel.

Telkens werd het een miskleun. Omdat de taks hopeloos ingewikkeld bleek, omdat hij door ontwijkingsgedrag nauwelijks iets opbracht, of omdat hij op juridische obstakels botste.

Een basisregel voor een efficiënte belasting is een laag tarief geheven op een brede basis.

Langs de ene kant zijn sommige partijen wel voor een soort vermogens- of vermogenswinstbelasting, langs de andere kant moet hun electorale achterban ervan gespaard blijven. Een basisregel voor een efficiënte belasting is een laag tarief geheven op een brede basis. Enkel mikken op de allerrijksten blijkt bijzonder moeilijk. De vele uitzonderingen die telkens gemaakt worden, leidt ertoe dat zo’n vermogens- of vermogenswinstbelasting al gauw botst met het niet-discriminatieprincipe.

In de Vivaldi-regering is er, in tegenstelling tot in de vorige regering-Michel, een overtuigende meerderheid voor een vermogens(winst)belasting. Socialisten en groenen, en misschien ook wel CD&V, willen die trofee binnenhalen. Maar het bijzinnetje dat die belasting het ondernemerschap niet mag hinderen zet alweer de deur open voor uitzonderingen en vrijstellingen en leidt er haast onvermijdelijk toe dat die belasting ook nu weer een gedrocht wordt. En misschien opnieuw de juridische toets niet doorstaat of een begrotingsflop wordt.

Hervorming

In het regeerakkoord luidt het dat een brede fiscale hervorming zal worden voorbereid om het belastingsysteem te moderniseren, te vereenvoudigen, rechtvaardiger en (economisch) neutraler te maken. Een prima idee. Maar waarom wordt dan nu in alle haast een nieuwe fiscale koterij bijgebouwd, in plaats van de geplande hervorming te gebruiken voor de doordachte invoering van een gestroomlijnde en samenhangende belasting op inkomsten uit roerende en onroerende vermogens, die ook perfect past in de bredere inkomstenbelasting?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud