Tael is gansch het Volk

Redacteur Politiek

Het is de opdracht van de oppositie keihard op de meerderheid in te beuken. Maar dat kan respectvol en conform de spelregels. Die traditie van beschaafde politiek lijkt op dit moment ver weg.

De tael is gansch het Volk. Zo noemde de orangist Prudens Van Duyse bijna twee eeuwen geleden het genootschap dat hij oprichtte voor de culturele strijd van de Vlaamse beweging. De zin omvat de gedachte dat je een natie kan bouwen uit woorden. Dat taal een gemeenschap tot eenheid bindt.

De wereld van 1834 is niet die van 2020. Wat wel gebleven is, is dat woorden ertoe doen. Ze vormen de belangrijkste manier waarop we anderen duidelijk maken wat we denken en om het publieke debat vorm te geven. En om via taal een gemeenschap aan elkaar te weven.

Daarom mag er best wel eens worden stilgestaan bij wat wie de politiek volgt dezer dagen allemaal moet horen. Sp.a-voorzitter Conner Rousseau, die als preformateur net terug was van het koninklijk paleis, zei deze week dat er ‘godverdomme’ een regering moet komen. Eerder, in mei, zei hij al dat het hem ‘geen kloten’ kan schelen wat de samenstelling van de regering is.

Maandagavond zei N-VA-voorzitter Bart De Wever in het tv-programma 'Gert Late Night' over de partijen die over een regering onderhandelen: ‘We maken ze kapot.’ Over Open VLD zei hij: ‘Ik denk dat de blauwe vrienden op de knieën zullen moeten gaan en de mond zullen moeten opendoen. En dat er dan wat zal moeten worden doorgeslikt.’

Het zijn geen verklaringen van backbenchers van een extreme partij. Het zijn geen oprispingen van anonieme Twitter-trollen. Het zijn verklaringen van respectievelijk een preformateur en van de leider van de oppositie over de federale regeringsonderhandelingen. Zelfs het Vlaams Belang communiceert dezer dagen beschaafder dan dat.

Een gelijkaardige kritiek is te geven op de boodschap dat een Vivaldi-regering - als ze er ooit komt - 'niet mijn regering is'. Of dat ze de democratie zou negeren. Er is een immens verschil tussen die visie en wat de Britten 'her majesty's most loyal opposition' noemen. In die laatste visie bestrijd je het regeringsbeleid met al je politieke kracht, maar erken je dat je de strijd voor de macht voor enkele jaren hebt verloren.

De Wetstraat moet een plek zijn waar op een beschaafde manier de meningsverschillen botsen. En hard mogen botsen.

Het punt is dat er spelregels zijn afgesproken over hoe een regering wordt gevormd - 76 van de 150 zetels in de Kamer. Ofwel verlies je dat spel en schik je je daarin tot de volgende verkiezingen om dan met volle kracht terug te komen. Ofwel zoek je een meerderheid om de spelregels te veranderen.

Uiteraard is politiek niet voor blozende maagden, zoals De Wever ooit terecht zei. Het is een gevecht om de macht en dat gevecht is legitiem en wordt hard gespeeld. Maar net zoals een proces in een burgerlijke rechtbank een geciviliseerd tweegevecht moet zijn, moet ook de Wetstraat een plek zijn waar op een beschaafde manier de meningsverschillen botsen. En hard mogen botsen.

Want opnieuw: het politieke gevecht is niet alleen legitiem, het is zelfs nodig om de macht in balans te houden. De harde wetten van een rechtstaat gieten het echter in spelregels die samenleven mogelijk maken zonder het conflict te negeren. De ongeschreven traditie van het respectvol met elkaar oneens te zijn, doet dat eveneens. Woorden zijn daarom belangrijk. We verliezen iets waardevols als we die spelregels en die taaltraditie laten verloederen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud