Advertentie
Advertentie

Te groot, te machtig

De biergigant AB InBev verhoogt vanaf 15 maart zijn bierprijzen in ons land opnieuw met 3,5 procent. Ook Duvel trekt de prijs op, maar hier gaat het om de uitvoering van een beslissing die al in november vorig jaar werd genomen. Voor AB InBev is dat niet het geval. De groep verhoogde de prijs voor haar brouwsels vorig jaar al met bijna 8 procent, terwijl de gemiddelde inflatie in België op 4,5 procent belandde.

(tijd) - De snelle opeenvolging van prijsstijgingen bij AB InBev doet op zijn minst wenkbrauwen fronsen. De Leuvense multinational verwijst ook nu, net als de vorige keren, naar  de gestegen kosten waarmee hij wordt geconfronteerd. Dat is larie: de prijs van de meeste grondstoffen om bier te brouwen is de voorbije maanden fors gedaald, met gerst op kop. De gerstprijs op de internationale markt is sinds begin vorige zomer met bijna de helft gekelderd. En dat de olie om de ketels te verwarmen of het bier te transporteren ook fors goedkoper geworden is, weten we allemaal.
De enige echte reden waarom AB InBev opnieuw de prijs voor een pintje optrekt, is de nood aan hogere winstmarges. De brouwer moet de dure overname van Anheuser-Busch snel terugverdienen en lijkt dat op de rug van de klanten en de horeca te willen doen. Daarnaast zijn hogere marges in Europa nodig om de lagere consumptie op te vangen en om de agressieve verkoopcampagnes van de groep te betalen. Alleen zo kan AB InBev zijn nettowinst veiligstellen.
Maar de prijsverhogingen zijn ook het gevolg van een langetermijnstrategie van de brouwer. In 2003 stelde het toenmalige Interbrew al dat de prijzen in België, het land van het bier, gevoelig lager lagen dan in de rest van West-Europa, en dat een geleidelijke gelijkschakeling zich zou opdringen. Even later voerde Interbrew een prijsklim van 6 procent door in negen maanden, drie keer zoveel als het inflatiepeil toen.
Elk bedrijf heeft vanzelfsprekend het recht zijn prijzen op te trekken, maar dat AB InBev dat zo gemakkelijk kan doen heeft te maken met zijn te grote machtspositie in ons land. De brouwer heeft een marktaandeel van goed 55 procent, en in de pilsmarkt komt zelfs zeven op de tien biertjes uit de kranen of de flesjes van de Leuvense multinational. In het VK moest Interbrew voor minder activiteiten afstoten. Toen het in 2000 Bass Brewers kocht en een marktaandeel van 32 procent verwierf, moest de brouwer het merk Carling, goed voor 18 procent van de markt, verkopen.
De andere Belgische brouwers hangen helaas vaak hun karretje aan de AB InBev-locomotief, soms uit noodzaak omdat de consument toch zijn keuzes niet verandert ongeacht de prijs. Hopelijk kiezen ze daar dit keer niet voor. Maar dan moeten ze dat wel aan de consument duidelijk maken. Een samenwerking zoals de Belgian Family Brewers zou dat met vereende krachten kunnen doen. De consument moet ook meewerken. België kan zijn reputatie als bierland bij uitstek alleen handhaven als er honderden soorten rendabel blijven bestaan. Als bier betaalbaar blijft, kan dat helpen.

Serge Mampaey

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud