Bart Haeck

Het cdH heeft woensdag de openingszet gedaan. Maar op het grote federale schaakbord - waar de winnaar 10 miljard euro mag zoeken - ligt alles nog open.

Net als vijf jaar geleden leggen de Franstalige christendemocraten het eerste stukje van de grote Belgische regeringspuzzel. Vorige keer was dat door snel met de PS een Waalse regering te vormen. Deze keer is het door voor de oppositie te kiezen.

Vooral voor de Franstalige liberalen is dat goed nieuws. In het scenario waarbij de PS net zoals in oktober vorig jaar niet samen met de extreemlinkse PTB bestuurt, wordt de MR mathematisch nodig in de Waalse regering en in de regering van de Franse Gemeenschap.

De zet van het cdH duwt PS-voorzitter Elio Di Rupo naar een tweesprong: ofwel zoekt hij een meerderheid die naar het Belgische centrum navigeert, eentje met de MR erbij. Ofwel doet hij een stoutmoedige zet en gaat hij toch met de PTB in zee. Die laatste keuze is onwaarschijnlijk en al zeker niet door te trekken naar een federale regering. Maar de deur is nog altijd niet officieel dicht.

De federale coalitie is een onwaarschijnlijk lastige oefening in het verzoenen van twee democratieën.

Zelfs als het eerste puzzelstukje er ligt - de PS en de MR in de Waalse regering - moeten er nog vele volgen. In geen enkele deelstaatregering is Ecolo mathematisch nodig, als DéFI in Brussel mee zou besturen. Om dezelfde reden is het nog moeilijker te zeggen hoe de zet van het cdH de federale formatie in een richting zou sturen.

Die blijft een onwaarschijnlijk lastige oefening in het verzoenen van twee democratieën. Nu en dan duiken nochtans argumenten op dat die these niet klopt, en dat België wel degelijk één democratische dynamiek kent. Vlamingen, Brusselaars en Walen delen volgens dat argument meer dan we denken. Ze zijn allemaal in groten getale voor inburgering, voor een pensioen van 1.500 euro netto per maand en voor meer belastingen voor vermogende burgers.

Dat klopt ongetwijfeld, net zoals iedereen voorstander is van een efficiëntere justitie, vlottere treinen, minder bureaucratie, meer economische groei, wereldvrede en warme zomers. Maar aan die analyse schorten twee dingen. Ten eerste legt ze niet uit waarom de politieke partijen zichzelf in de voorbije halve eeuw hebben opgesplitst. Niemand heeft hen dat opgelegd.

Ten tweede, het lijstje met gelijkenissen peilt niet naar de kern van wat de Belgen bereid zijn zélf te doen. Het is één iets te kiezen voor een vermogensbelasting waarvan je denkt dat je ze toch niet zelf betaalt, het is iets anders een beleid te aanvaarden dat een offer vraagt. Dan merk je de twee democratieën wel: tijdens de regering Di Rupo stond Vlaanderen op zijn kop over de liquidatiebonus, een belasting op wat zelfstandigen in hun bedrijf hadden opgespaard. In Franstalig België lag Di Rupo zwaar onder vuur voor de schrapping van de wachtuitkering voor jonge werklozen.

Net in de federale regering ligt de pijngrens tussen wat wel verschillend is. Het federaal Planbureau berekende dat het federaal budget, zonder ingrijpen, volgend jaar een kleine 10 miljard euro in het rood gaat. Daar ligt nog altijd die niet te ontwijken keuze tussen voor miljarden extra belasten of extra besparen.

Niemand is erbij gebaat de verschillen tussen Vlamingen en Franstaligen op te poken. Maar we bewijzen er evenmin iemand een dienst mee door ze onder de mat te vegen. De vraag van 10 miljard ligt er nog altijd.

Lees verder

Tijd Connect