Redacteur Politiek

Soms duurt tijdelijk langer dan je wil. Als niet alle ondernemingen de deuren kunnen heropenen op 31 maart, zijn er redenen om de miljarden kostende tijdelijke werkloosheid nog een laatste keer te verlengen.

Soms is het nodig nog eens de simpele cijfers naast elkaar te zetten om te beseffen in welke waanzinnige tijden we leven. Toen in 2012 Ford Genk sloot en 4.300 mensen hun baan verloren, stond het land op zijn kop. In datzelfde land waren eind vorig jaar nog altijd 370.000 mensen tijdelijk werkloos, omdat het coronavirus hun werk onmogelijk heeft gemaakt.

Dat toont wat voor een schok op de arbeidsmarkt de overheid nog altijd opvangt. De kosten voor tijdelijke werkloosheid liepen vorig jaar op tot meer dan 4 miljard euro, een uitgave die normaal gezien een regering op haar grondvesten doet daveren. Het werkloosheidsbudget verdubbelde. En de piek - met meer dan 1 miljoen tijdelijk werklozen in april - ligt dan misschien achter ons, maar het einde is nog niet bereikt.

In het beste geval kunnen de 370.000 mensen in kwestie later dit jaar gewoon weer aan de slag. Maar het is realistischer te vermoeden dat het bij velen niet zo zal lopen. Niet ieder bedrijf zal deze klap overleven. Niet iedere vaardigheid van een werknemer blijft even nuttig.

Dat leidt tot de ongemakkelijke vraag hoe de overheid de 'decoronisatie' zal doorvoeren, het afkicken van de ongeziene hoeveelheden coronasteun. De te bewandelen weg zal een nauw pad worden. Met links een ravijn van onhoudbaar dure overheidsuitgaven die de economie in een te lange lethargie laten wegzinken. En aan de rechterkant een ravijn van te snel afgebouwde steun, waardoor de schok die nu al een jaar met miljarden euro's wordt opgevangen alsnog gezond economisch weefsel doet afsterven.

De overheid wordt kwetsbaar voor de kritiek dat zij beslist welke bedrijven overleven.

Beetje bij beetje is die decoronisatie begonnen. Bedrijven kunnen weer gewoon failliet worden verklaard, waardoor een hard maar noodzakelijk proces van vernieuwing voorzichtig kan starten. Veel zal daarbij afhangen van hoe hard de overheid het zelf speelt in de rechtbank, waar ze vaak voor achterstallige belastingen en sociale bijdragen de grootste schuldeiser is.

Voor de arbeidsmarkt stelt de vraag zich pas binnen twee maanden. Op 31 maart loopt het coronasysteem van tijdelijke werkloosheid af. Moet het nog eens verlengd worden? Of moet het stoppen?

Het antwoord zal afhangen van het tempo van de besmettingen en ziekenhuisopnames. Als de economie kan worden heropend, moet de steun meteen stoppen. Mogelijk moet dat met ongelijke snelheden gebeuren, omdat niet alle zaken die nu dicht zijn tegelijk heropenen. En mogelijk zal er in de ene sector vrij veel relancegeld zijn en in een andere minder.

De overheid wordt daarbij kwetsbaar voor de kritiek dat zij beslist welke bedrijven overleven. De enige manier om die kritiek voor te zijn is heldere richtlijnen te volgen. Voor de coronasteun is die richtlijn: stoppen zodra bedrijven weer open zijn, ook al is niet iedereen al klaar voor een nieuwe, digitalere wereld na het virus. Er zijn dingen die de overheid kan doen, en dingen die bedrijven zelf moeten doen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud